Centrale Raad van Beroep, 25-03-2014 / 11 - 423 WWB-R


ECLI:NL:CRVB:2014:1118

Inhoudsindicatie
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 9 december 2013, zie ECLI:NL:CRVB:2013:3001 voor de gerectificeerde tekst.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2014-03-25
Publicatiedatum
2014-04-08
Zaaknummer
11 - 423 WWB-R
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

11/423 WWB-R, 12/3141 WWB-R

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 9 december 2013, 11/423 WWB, 12/3141 WWB

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft vastgesteld dat in zijn uitspraak van 9 december 2013 met kenmerk 11/423 WWB, 12/3141 WWB de verwijzing in overweging 5.4 naar overweging 5.3 en de verwijzing in overweging 5.9 naar overweging 5.9 op een abuis berusten.

De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te rectificeren, partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

OVERWEGINGEN

De Raad wijzigt de uitspraak van 9 december 2013 als volgt.


Pagina 4 overweging 5.4.wordt:


Appellant heeft aangevoerd dat het college deze bijzondere bijstand ten onrechte over de periode vanaf 21 mei 2009 niet heeft verleend. Appellant heeft evenwel het standpunt van het college niet bestreden dat hij de camperhuur in de periode vóór 12 juni 2009 al had voldaan. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de WWB wordt bijstand verleend aan iedere Nederlander die hier te lande in zodanige omstandigheden verkeert of dreigt te geraken dat hij niet over de middelen beschikt om in de noodzakelijke kosten van bestaan te voorzien. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (uitspraak van 11 december 2007, ECLI:NL:CRVB:2007: BC0717) vloeit uit deze bepaling voort dat in beginsel geen plaats is voor bijstandsverlening in kosten waarin ten tijde van de aanvraag reeds is voorzien. Dit betekent dat in beginsel geen plaats is voor bijstandsverlening voor de kosten van camperhuur in de periode van 21 mei 2009 tot

12 juni 2009. Niet gebleken is van omstandigheden die afwijking van genoemde regel rechtvaardigen.


Pagina 5 overweging 5.9 wordt:


Gelet op 5.8, kan in het midden blijven of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de aanvraag van bijzondere bijstand voor deze kosten moet worden afgewezen omdat appellant deze kosten ten tijde van die aanvraag al had voldaan. Op basis van het buitenwettelijke beleid van het college kan met het aanvragen van bijzondere bijstand voor kleine bedragen worden gewacht tot een totaalbedrag van € 100,- is bereikt. Of daarvan ten tijde van de bijstandsaanvraag van appellant op 16 augustus 2009 sprake was, is niet duidelijk.



Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.



BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert de uitspraak van 9 december 2013, 11/434 WWB, 12/3141 WWB, als in de overwegingen weergegeven.



Deze uitspraak is gedaan door J.P.M. Zeijen als voorzitter en J.F. Bandringa en G. van Zeben-de Vries als leden, in tegenwoordigheid van M.R. Schuurman als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2014.




(getekend) J.P.M. Zeijen




(getekend) G. van Zeben- de Vries




RB