Centrale Raad van Beroep, 04-06-2014 / 11-1556 WMO


ECLI:NL:CRVB:2014:2031

Inhoudsindicatie
Na tussenuitspraak heeft het college een nieuwe beslissing op bezwaar genomen. Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken, omdat het college met de nieuwe beslissing op bezwaar van 11 november 2013 geheel aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen. Proceskostenveroordeling.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2014-06-04
Publicatiedatum
2014-06-16
Zaaknummer
11-1556 WMO
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Datum uitspraak: 4 juni 2014

11/1556 WMO, 11/4642 WMO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 27 januari 2011, 09/5167 (aangevallen uitspraak)







Partijen:


[appellant] te [woonplaats] (appellant)


het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem (college)


PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft K. Abel hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 juni 2013.


De Raad heeft bij tussenuitspraak van 18 september 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1912, het college opgedragen een gebrek in het besluit van 7 juli 2011 te herstellen.


Het college heeft op 11 november 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.


Bij brief van 22 november 2013 heeft J.R. Beukema, kantoorgenoot van Abel, namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het college te veroordelen in de proceskosten.


Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.


Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.



OVERWEGINGEN


Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.


Namens appellant is het hoger beroep ingetrokken, omdat het college met de nieuwe beslissing op bezwaar van 11 november 2013 geheel aan zijn bezwaren is tegemoetgekomen.


Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank reeds beslist over de proceskosten in verband met de procedure in beroep, zodat thans slechts de in bezwaar en in hoger beroep gemaakte kosten ter beoordeling staan.


Nu het college niet heeft betwist dat aldus aan appellant is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om het college te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 974,- voor verleende rechtsbijstand in bezwaar en op € 974,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.948,-.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het college in de kosten van appellant tot een bedrag van € 1.948,-.



Deze uitspraak is gedaan door J. Brand, in tegenwoordigheid van D.E.P.M. Bary als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 juni 2014.




(getekend) J. Brand




(getekend) D.E.P.M. Bary




IvR