Centrale Raad van Beroep, 24-06-2014 / 12-6854 WWB


ECLI:NL:CRVB:2014:2255

Inhoudsindicatie
Terugvordering teveel betaalde bijstand. Intrekkingsbesluit is rechtens onaantastbaar.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2014-06-24
Publicatiedatum
2014-07-07
Zaaknummer
12-6854 WWB
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

12/6854 WWB

Datum uitspraak: 24 juni 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

30 oktober 2012, 12/2082 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 mei 2014. Appellante is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R. Lo Fo Sang.

OVERWEGINGEN

1.

De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Appellante ontving sinds 6 augustus 2010 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Bij besluit van 12 december 2011 heeft het college de bijstand van appellante ingetrokken met ingang van 1 september 2011 op de grond dat zij vanaf die datum over voldoende inkomsten uit arbeid beschikt om in haar levensonderhoud te voorzien. Tegen dit besluit heeft appellante geen rechtsmiddel aangewend.


1.2.

Naar aanleiding van de bevindingen van het beëindigingsonderzoek heeft het college bij besluit van 21 december 2011 de kosten van bijstand over de maand september 2011 van appellante teruggevorderd tot een bedrag van € 1.122,61.


1.3.

Naar aanleiding van het door appellante gemaakte bezwaar tegen het besluit van

21 december 2011, heeft het college appellante bij brief van 9 februari 2012 uitgenodigd op 23 februari 2012 haar bezwaar telefonisch toe te lichten dan wel die dag te verschijnen op een hoorzitting. Appellante is op 23 februari 2012 telefonisch gehoord.


1.4.

Bij besluit van 16 maart 2012 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 21 december 2011 in die zin gegrond verklaard dat het bedrag van de terugvordering nader is vastgesteld op € 1.054,78.


2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3.

Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd en daarbij haar gronden in beroep herhaald. Zij stelt zich op het standpunt dat haar bezwaar- en beroepschriften tijdig zijn ingediend en dat zij ten onrechte niet is gehoord. Voorts had de terugvordering op nihil moeten worden gesteld. Tot slot heeft er geen uitwisseling van correspondentie met het college plaatsgevonden.


4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Nu appellante terecht in haar bezwaar en beroep ontvankelijk is geacht en zij in bezwaar en in beroep is gehoord slagen de gronden die appellante over het door haar gemaakte bezwaar en ingediende beroep heeft aangevoerd niet.


4.2.

Bij besluit van 12 december 2011 heeft het college de bijstand van appellante ingetrokken met ingang van 1 september 2011. Dit betekent dat het college op grond van artikel 58, eerste lid, aanhef en onder a, van de WWB bevoegd was de gemaakte kosten van bijstand over de maand september 2011 van appellante terug te vorderen. In hetgeen appellante heeft aangevoerd bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat het college in redelijkheid niet van deze bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken.


4.3.

Voor zover de gronden van appellante zien op een volgens haar onjuiste verrekening van de inkomsten vóór 1 september 2011, kunnen deze in het kader van de behandeling van deze procedure niet aan de orde komen.


4.4.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.


5.

Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van E. Heemsbergen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juni 2014.





(getekend) E.C.R. Schut




(getekend) E. Heemsbergen



HD