Centrale Raad van Beroep, 01-10-2014 / 12-5670 WAJONG


ECLI:NL:CRVB:2014:3288

Inhoudsindicatie
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. Termijnoverschrijding is niet verschoonbaar.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2014-10-01
Publicatiedatum
2014-10-14
Zaaknummer
12-5670 WAJONG
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

12/5670 WAJONG

Datum uitspraak: 1 oktober 2014

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van

6 september 2012, 12/171 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 mei 2014. Appellant is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.A. Kneefel. Ter zitting is het onderzoek geschorst om het Uwv in de gelegenheid te stellen een verzekeringsdeskundige reactie te laten geven op hetgeen door appellant is aangevoerd.

Het Uwv heeft een verzekeringsdeskundig rapport van 11 juni 2014 overgelegd.

Appellant heeft op het rapport van 11 juni 2014 gereageerd.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat een verder onderzoek van de zaak ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN


1.1. Appellant ontving sinds 15 november 1998 een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.


1.2. Bij besluit van 17 augustus 2011 heeft het Uwv de Wajong-uitkering van appellant, met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin appellant buiten Nederland is gaan wonen, ingetrokken.


1.3. Bij brief van 23 september 2011, blijkens het poststempel op 5 oktober 2011 ter post bezorgd en bij het Uwv ingekomen op 6 oktober 2011, heeft appellant tegen het besluit van

17 augustus 2011 bezwaar gemaakt.


1.4. Bij besluit van 2 december 2011 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar

niet-ontvankelijk verklaard. Het Uwv heeft overwogen dat de bezwaartermijn liep tot en met 28 september 2011 en dat het bezwaarschrift op 6 oktober 2011 is ontvangen. Het Uwv heeft overschrijding van de termijn niet verschoonbaar geacht.


2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat uit de stukken weliswaar blijkt van een zorgelijke gezondheidssituatie, maar niet dat appellant als gevolg daarvan in het geheel niet in staat is geweest zijn belangen in voldoende mate te behartigen.


3.1.

Appellant heeft in hoger beroep, samengevat, aangevoerd dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Het was appellant op grond van zijn lichamelijke en geestelijke conditie niet te verwijten dat hij niet tijdig bezwaar heeft gemaakt of hulp heeft gevraagd voor het indienen van het bezwaar.


3.2.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Niet in geschil is dat het bezwaarschrift tegen het besluit van 17 augustus 2011 na afloop van de bezwaartermijn is ingediend.


4.2.

Ingevolge artikel 6:11 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.


4.3.

Het oordeel van de rechtbank dat er geen reden is om op grond van artikel 6:11 van de Awb verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding voor het indienen van een bezwaarschrift aan te nemen wordt onderschreven.


4.4.

Naar aanleiding van hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd heeft het Uwv gereageerd aan de hand van het rapport van 11 juni 2014 waarin is gesteld dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om de stelling van appellant, dat hij om medische redenen buiten staat was zijn belangen te kunnen behartigen, te honoreren. Daartoe is gesteld dat het journaal van de huisarts van appellant geen medische gegevens bevat om op grond daarvan de te late indiening van het bezwaarschrift verschoonbaar te achten. Er is geen aanleiding om dit standpunt niet te volgen nu appellant daartegen geen andersluidende medische gegevens heeft ingebracht. In hetgeen appellant overigens in hoger beroep heeft aangevoerd, ziet de Raad evenmin aanleiding om tot het oordeel te komen dat hij buiten staat was tijdig bezwaar in te dienen. Dat betekent dat het Uwv het bezwaar terecht

niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat de rechtbank het beroep van appellant eveneens terecht ongegrond heeft verklaard.


4.5.

Het hoger beroep slaagt niet, de aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.


5.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.


BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 oktober 2014.




(getekend) H.G. Rottier




(getekend) P. Boer




JvC