Centrale Raad van Beroep, 08-01-2014 / 13-2200 AWBZ-PV


ECLI:NL:CRVB:2014:364

Inhoudsindicatie
Bezwaar alsnog ontvankelijk verklaard. Ten gevolge van onjuiste adressering is besluit later ontvangen, en het bezwaar toch tijdig ingediend.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2014-01-08
Publicatiedatum
2014-02-11
Zaaknummer
13-2200 AWBZ-PV
Procedure
Proces-verbaal
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/2200 AWBZ-PV


Datum uitspraak: 8 januari 2014


Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer










Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 13 maart 2013, 12/51 (aangevallen uitspraak)






Partijen:


[Appellant] [woonplaats] (appellant)


Agis Zorgverzekeringen N.V. (Zorgkantoor)



Zitting hebben: R.M. van Male, W.H. Bel en D.S. de Vries

Griffier: Z. Karekezi

Ter zitting zijn verschenen: Namens appellant mr. W. Albers, advocaat. Namens het Zorgkantoor mr. I. Punt.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep


- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover het bezwaar van 16 november 2011

niet-ontvankelijk wordt verklaard;

  • - verklaart dit bezwaar ontvankelijk en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van de aangevallen uitspraak;
  • - draagt het Zorgkantoor op een beslissing op het bezwaar van 16 november 2011 te nemen;
  • - bepaalt dat het Zorgkantoor aan appellant het door hem in hoger beroep betaalde griffierecht tot een bedrag van € 118,-- vergoedt;
  • - veroordeelt het Zorgkantoor in de kosten van appellant tot een bedrag van € 974,--.


Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:


1. Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, van de Awb vangt deze termijn aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Ingevolge artikel 3:41, eerste lid, van de Awb geschiedt de bekendmaking van een besluit die tot een belanghebbende is gericht, door toezending of uitreiking aan hem.


2. Tussen partijen is niet in geschil dat het besluit van 20 maart 2010 (besluit), op grond waarvan het Zorgkantoor het ingevolge de Regeling subsidies AWBZ aan appellant toegekende persoonsgebonden budget met ingang van 10 april 2009 heeft ingetrokken, niet juist is geadresseerd. Daarmee staat vast dat het besluit niet aan appellant is bekendgemaakt op de wijze als bedoeld in artikel 3:41, eerste lid, van de Awb.


3. De toenmalige gemachtigde van appellant heeft in het bezwaarschrift van

16 november 2011 verklaard dat hij het besluit pas een maand geleden, dat wil zeggen op of omstreeks 16 oktober 2011, heeft ontvangen. Ter zitting heeft de gemachtigde van appellant toegelicht dat de toenmalige gemachtigde na ontvangst van het besluit hierover met appellant heeft gesproken. Het Zorgkantoor heeft deze gang van zaken niet weersproken. Daarmee staat vast dat het besluit op zijn vroegst op of omstreeks 16 oktober 2011 op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt als bedoeld in artikel 6:8, eerste lid, van de Awb.


4. Uit wat is overwogen in 3 volgt dat het bezwaarschrift van 16 november 2011 binnen de termijn van zes weken als bedoeld in artikel 6:7 van de Awb is ingediend, zodat het bezwaar ontvankelijk is. De rechtbank heeft dit niet onderkend. De aangevallen uitspraak wordt daarom vernietigd voor zover het bezwaar van 16 november 2011 niet-ontvankelijk wordt verklaard. Het Zorgkantoor dient alsnog inhoudelijk te beslissen op het bezwaar van

16 november 2011.


5. De Raad ziet aanleiding om het Zorgkantoor te veroordelen in de proceskosten van appellant. Deze kosten worden begroot op € 974,- voor in hoger beroep verleende rechtsbijstand.


Waarvan proces-verbaal.


De griffier De voorzitter


(getekend) Z. Karekezi (getekend) R.M. van Male




IvR