Centrale Raad van Beroep, 25-03-2015 / 14-2388 AWBZ


ECLI:NL:CRVB:2015:1012

Inhoudsindicatie
Niet verschoonbare termijnoverschrijding indienen bezwaarschrift.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-03-25
Publicatiedatum
2015-04-02
Zaaknummer
14-2388 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/2388 AWBZ

Datum uitspraak: 25 maart 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van

1 april 2014, 13/6416 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

Stichting Zorgkantoor Menzis (Zorgkantoor)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het Zorgkantoor heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. O.J. Ingwersen, advocaat, een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 februari 2015. Het Zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S. Boot. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door

mr. Ingwersen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.


1.1.

Aan betrokkene is over 2012 op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten een persoonsgebonden budget toegekend van € 31.823,70. Het Zorgkantoor heeft bij besluit van 8 januari 2013 de eindafrekening over 2012 vastgesteld en € 15.521,44 van betrokkene teruggevorderd. Op 14 juni 2013 heeft betrokkene bezwaar gemaakt tegen het besluit van

8 januari 2013.


1.2.

Bij besluit van 5 september 2013 (bestreden besluit) heeft het Zorgkantoor vastgesteld dat betrokkene niet binnen de termijn van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bezwaar heeft gemaakt en er geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb, zodat het Zorgkantoor het bezwaar tegen het besluit van

8 januari 2013 niet-ontvankelijk heeft verklaard.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat het Zorgkantoor een nieuwe beslissing op het bezwaar dient te nemen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat in de veranderlijke woonsituatie van betrokkene ten tijde van de verzending van het besluit van

8 januari 2013, in samenhang met zijn vertrek naar Spanje op 15 januari 2013, een dermate bijzonder samenstel van factoren is gelegen dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.


3. Het Zorgkantoor heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling, waarbij hij voor het wettelijk kader verwijst naar de aangevallen uitspraak.


4.1.

Vaststaat dat betrokkene het bezwaarschrift tegen het besluit van 8 januari 2013 na afloop van de bezwaartermijn heeft ingediend. In geschil is enkel of de termijnoverschrijding verschoonbaar is.


4.2.

Anders dan de rechtbank is de Raad van oordeel dat het Zorgkantoor in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd terecht geen aanleiding heeft gezien om

niet-ontvankelijkverklaring met toepassing van artikel 6:11 van de Awb achterwege te laten. Hiertoe overweegt de Raad dat het op de weg van een betrokkene ligt om bij afwezigheid wegens verblijf in het buitenland maatregelen te treffen om zorg te dragen voor het tijdig indienen van een bezwaarschrift. De omstandigheid dat de door betrokkene daartoe ingeschakelde derde heeft nagelaten om de post aan hem door te sturen dan wel tijdig een

- desnoods summier - bezwaarschrift in te dienen komt voor zijn rekening en risico. De veranderlijke woonsituatie van betrokkene in januari 2013 maakt dit niet anders nu het besluit van 8 januari 2013 is verzonden naar het bij het Zorgkantoor bekende adres van betrokkene.


4.3.

Uit 4.2 volgt dat het hoger beroep slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt. Doende hetgeen de rechtbank had behoren te doen zal de Raad het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaren.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep


- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep tegen het besluit van 5 september 2013 ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2015.



(getekend) A.J. Schaap




(getekend) G.J. van Gendt




TM