Centrale Raad van Beroep, 03-04-2015 / 11-6392 WTCG


ECLI:NL:CRVB:2015:1102

Inhoudsindicatie
De rechtbank is buiten de omvang van het geding getreden door een tegemoetkoming Wtcg toe te kennen over het jaar 2010. Het besluit heeft alleen betrekking op het jaar 2009 en betrokkene voldoet in het jaar 2010 in ieder geval niet meer aan de voorwaarden voor een Wtcg tegemoetkoming, omdat hij vanaf 1 januari 2010 geen arbeidsongeschiktheidsuitkering meer ontving.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-04-03
Publicatiedatum
2015-04-14
Zaaknummer
11-6392 WTCG
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

11/6392 WTCG

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

21 september 2011, 10/5329 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

en

[betrokkene] te [woonplaats], België (betrokkene)

Datum uitspraak: 3 april 2015

PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.

Betrokkene heeft een verweerschrift ingediend.

Het Uwv heeft vervolgens gereageerd bij brief van 20 november 2013 en heeft een besluit van 9 december 2013 overgelegd waarbij over het jaar 2009 aan betrokkene een tegemoetkoming arbeidsongeschikten is toegekend. Betrokkene heeft niet gereageerd op de vraag van de Raad of inmiddels is tegemoetgekomen aan zijn gronden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 februari 2015. Het Uwv heeft zich daarbij laten vertegenwoordigen door I. Eijkhout LLB. Betrokkene is niet verschenen.

OVERWEGINGEN


1.1.

Betrokkene heeft in november 2009 aan het Uwv verzocht om toekenning van een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg). Daarbij heeft hij erop gewezen dat hij een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving gebaseerd op de mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100% en dat hij in België woont.


1.2.

Bij beslissing op bezwaar van 16 september 2010 (bestreden besluit) heeft het Uwv na bezwaar het besluit van 6 augustus 2010 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een tegemoetkoming Wtcg aan betrokkene toe te kennen, omdat hij niet van rechtswege verzekerd is voor de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) nu hij in België woont.


2. De rechtbank heeft het beroep van betrokkene tegen het bestreden besluit gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, het besluit van 6 augustus 2010 herroepen en bepaald dat aan betrokkene de tegemoetkoming Wtcg over de jaren 2009 en 2010 wordt toegekend, met veroordeling van het Uwv tot vergoeding van het griffierecht. Met toepassing van artikel 8:31 van de Algemene wet bestuursrecht heeft de rechtbank geconcludeerd dat het Uwv niet in staat is om de gehanteerde uitsluitingsgrond van een deugdelijke Europeesrechtelijke onderbouwing te voorzien.


3.1.

Het Uwv heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank buiten de omvang van het geding is getreden door een tegemoetkoming Wtcg toe te kennen over het jaar 2010. Het besluit van 6 augustus 2010 heeft alleen betrekking op het jaar 2009 en betrokkene voldoet in het jaar 2010 in ieder geval niet meer aan de voorwaarden voor een Wtcg tegemoetkoming, omdat hij vanaf 1 januari 2010 geen arbeidsongeschiktheidsuitkering meer ontving. Voorts is aangevoerd dat er geen sprake is geweest van een weigering de gevraagde inlichtingen te verstrekken, maar dat onvoldoende gelegenheid is geboden de specifiek op het unierecht toegespitste vragen te beantwoorden. Ten slotte heeft het Uwv zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om aan te nemen dat de tegemoetkoming Wtcg als een exportabele prestatie moet worden beschouwd als bedoeld in Verordening (EEG)

nr. 1408/71.


3.2.

Bij brief van 20 november 2013 heeft het Uwv meegedeeld dat betrokkene op grond van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming voor niet AWBZ-verzekerde arbeidsongeschikten van 30 september 2013 (Tijdelijke regeling), recht heeft op een tegemoetkoming over 2009 ter hoogte van het bedrag van de tegemoetkoming Wtcg voor dat jaar. Bij besluit van

9 december 2013 heeft het Uwv voor het jaar 2009 aan betrokkene een tegemoetkoming ter hoogte van € 350,- toegekend.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Zoals ter zitting door het Uwv is bevestigd is in hoger beroep niet meer in geschil dat betrokkene over het jaar 2009 recht heeft op een tegemoetkoming ad € 350,- en dat die inmiddels met wettelijke rente aan betrokkene is betaald. Deze tegemoetkoming is weliswaar gebaseerd op de Tijdelijke regeling, maar nu die vergoeding geheel identiek is aan een vergoeding op grond van de Wtcg kan vastgesteld worden dat het Uwv in zoverre uitvoering heeft gegeven aan de aangevallen uitspraak en is geen sprake van enig geschil tussen partijen. Dit betekent, zoals ter zitting door het Uwv is bevestigd, dat de aangevoerde gronden ten aanzien van dit jaar geen bespreking meer behoeven.


4.2.

Ten aanzien van hetgeen de rechtbank heeft overwogen over het jaar 2010 heeft het Uwv terecht aangevoerd dat de rechtbank in zoverre buiten de omvang van het geschil is getreden, nu het besluit van 6 augustus 2010 uitsluitend betrekking heeft op het jaar 2009. Voorts is door betrokkene niet betwist dat hij over het jaar 2010 geen recht heeft op een tegemoetkoming, omdat hij niet langer aan de voorwaarden daarvoor voldoet.


4.3.

Het hiervoor onder 4.1 en 4.2 overwogene leidt tot de conclusie dat de aangevallen uitspraak vernietigd dient te worden voor zover die betrekking heeft op de aanspraak van betrokkene op een tegemoetkoming Wtcg over het jaar 2010.


5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding nu van voor vergoeding in aanmerking komende kosten niet is gebleken.






















BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep vernietigt de aangevallen uitspraak, voor zover betrekking hebbend op de aanspraak van betrokkene op een tegemoetkoming Wtcg over het jaar 2010.



Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 april 2015.




(getekend) T.L. de Vries




(getekend) S. Aaliouli




NK