Centrale Raad van Beroep, 10-04-2015 / 13-3400 AOW


ECLI:NL:CRVB:2015:1157

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag om een ouderdomspensioen toe te kennen. Appellante, als tweede echtgenote, heeft geen huwelijkse tijdvakken vervuld die ingevolge het NMV kunnen leiden tot een verzekering voor de AOW.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-04-10
Publicatiedatum
2015-04-15
Zaaknummer
13-3400 AOW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/3400 AOW

Datum uitspraak: 10 april 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

24 mei 2013, 12/1390 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2015. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F.L.B. Metz.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante is geboren [in]1946. In 1985 is appellante gehuwd met [naam echtgenoot], die enige tijd in Nederland heeft gewoond en gewerkt en al gehuwd was en bleef. Beide huwelijken zijn op 5 maart 2002 ontbonden door het overlijden van [naam echtgenoot]. In verband met dit overlijden is aan appellante een nabestaandenuitkering toegekend ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW).


1.2.

Bij besluit van 27 september 2010 is de aan appellante toegekende nabestaandenuitkering per 1 juli 2011 beëindigd op de grond dat appellante de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt. Vervolgens heeft appellante de Svb verzocht om haar een ouderdomspensioen toe te kennen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW). Op deze aanvraag is bij besluit van

14 oktober 2011 afwijzend beslist op de grond dat appellante niet verzekerd is geweest voor de AOW.


1.3.

Tegen het besluit van 14 oktober 2011 heeft appellante bezwaar gemaakt. Dit bezwaar heeft de Svb bij besluit van 3 februari 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard. Daarbij is in aanmerking genomen dat appellante nooit zelf in Nederland heeft gewoond of gewerkt en dat appellante ook geen recht op een Nederlands ouderdomspensioen ontleent aan het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko (NMV).


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank geoordeeld dat appellante, als tweede echtgenote van [naam echtgenoot], geen huwelijkse tijdvakken heeft vervuld die ingevolge het NMV kunnen leiden tot een verzekering voor de AOW.


3. In hoger beroep heeft appellante opnieuw aangevoerd dat zij recht heeft op een ouderdomspensioen op grond van de AOW, omdat haar overleden echtgenoot in Nederland heeft gewerkt.


4.1.

De Raad oordeelt als volgt.

4.2.

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Gelet op de uitspraak van de Raad van 8 januari 2014 (ECLI:NL:CRVB:2014:7) worden het oordeel van de rechtbank en de overwegingen van dit oordeel onderschreven. Dat de overleden echtgenoot van appellante in Nederland heeft gewerkt, kan in het onderhavige geval niet tot een ander oordeel leiden.

4.3.

Uit punt 4.2 volgt dat het hoger beroep van appellante faalt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries als voorzitter en E.E.V. Lenos en L.J.A. Damen als leden, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2015.




(getekend) T.L. de Vries




(getekend) M. Crum




Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH

’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over ingezetenschap.



NK