Centrale Raad van Beroep, 10-04-2015 / 14-5781 AKW


ECLI:NL:CRVB:2015:1165

Inhoudsindicatie
Herziening en terugvordering kinderbijslag. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop het berust.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-04-10
Publicatiedatum
2015-04-15
Zaaknummer
14-5781 AKW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/5781 AKW

Datum uitspraak: 10 april 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

29 augustus 2014, 13/314 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats], Marokko (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2015. Appellant is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F.L.B. Metz.

OVERWEGINGEN

1.1.

Bij besluit van 20 april 2010 heeft de Svb de eerdere toekenning aan appellant van kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) herzien vanaf het tweede kwartaal van 1997. Bij besluit van 4 juni 2010 heeft de Svb in verband daarmee een bedrag van appellant teruggevorderd en een boete opgelegd.


1.2.

Bij besluit van 29 november 2012 (bestreden besluit I) heeft de Svb de bezwaren van appellant tegen de onder punt 1.1 vermelde herziening, terugvordering en boete ongegrond verklaard.


1.3.

Bij besluit van 12 november 2013 (bestreden besluit II), hangende beroep, heeft de Svb een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Daarbij zijn de bezwaren van appellant tegen de herziening en terugvordering opnieuw ongegrond verklaard, maar is de aan appellant opgelegde boete niet gehandhaafd.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen bestreden besluit I niet ontvankelijk verklaard. Het beroep van appellant tegen bestreden besluit II is bij de aangevallen uitspraak ongegrond verklaard.


3. In hoger beroep heeft appellant te kennen gegeven dat hij zich niet kan verenigen met het ongegrond verklaren van zijn beroep tegen bestreden besluit II.


4.1.

De Raad oordeelt als volgt.


4.2.

De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit II ongegrond verklaard. De Raad onderschrijft dit oordeel van de rechtbank en de overwegingen waarop het berust. Appellant heeft in hoger beroep niets aangevoerd dat bespreking verdient.


4.3.

Uit punt 4.2 volgt dat het hoger beroep van appellant faalt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd voor zover aangevochten.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.



Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries als voorzitter en E.E.V. Lenos en L.J.A. Damen als leden, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 april 2015.




(getekend) T.L. de Vries




(getekend) M. Crum




Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH

’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen over ingezetenschap.



NK