Centrale Raad van Beroep, 24-03-2015 / 14-3731 ANW-V


ECLI:NL:CRVB:2015:1218

Inhoudsindicatie
Verzet ongegrond.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-03-24
Publicatiedatum
2015-04-16
Zaaknummer
14-3731 ANW-V
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Datum uitspraak: 24 maart 2015

14/3731 ANW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak, bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 6 november 2012, 12/776 (aangevallen uitspraak)







Partijen:


[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)


de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank

Zitting heeft: T.G.M. Simons

Griffier: D.W.M. Kaldenhoven

Ter zitting is niemand verschenen



BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.



GRONDEN VAN DE BESLISSING


Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet van 5 december 2014 heeft de Raad het door appellante ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.


Uit de gedingstukken blijkt dat een afschrift van de aangevallen uitspraak op 6 november 2012 bij aangetekende brief aan het - juiste - adres van appellante is gezonden. Aangezien de rechtbank deze uitspraak retour heeft ontvangen, is de uitspraak op 8 januari 2013 nogmaals aan appellante gezonden. Daarbij is appellante erop gewezen dat de tweede verzending van de uitspraak geen verandering brengt in de termijn voor het instellen van hoger beroep. Nadat appellante bij brief van 20 februari 2014 bij de rechtbank had geïnformeerd naar de stand van zaken heeft de rechtbank op 22 mei 2014 wederom een afschrift van de uitspraak aan appellante gezonden. Daarbij is appellante erop gewezen dat (ook) de derde verzending van de uitspraak geen wijziging brengt in de termijn voor het instellen van hoger beroep. De laatste dag waarop tijdig een hogerberoepschrift kon worden ingediend, was dus 18 december 2012. Het hogerberoepschrift is op 24 juni 2014 ter post bezorgd en op 2 juli 2014 bij de Raad ontvangen. Daarmee staat vast dat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.

Appellante heeft in het verzetschrift aangegeven dat zij correspondentie vaak laat ontvangt. De Raad ziet hierin geen grond voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat appellante niet in verzuim is geweest.


Voor een veroordeling in de proceskosten van het verzet is geen aanleiding.



Waarvan proces-verbaal.


De griffier De voorzitter




(getekend) D.W.M. Kaldenhoven (getekend) T.G.M. Simons




IvR

DÉCISION


La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale),


statue:


Déclare le recours non fondé.



Par conséquent, décidée par T.G.M. Simons en présence de D.W.M. Kaldenhoven en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 24 mars 2015.