Centrale Raad van Beroep, 29-04-2015 / 14-6532 WW-VV


ECLI:NL:CRVB:2015:1341

Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening. Nadat de behandeling van het verzoek is aangehouden, is uitspraak gedaan in de hoofdzaak. Gelet op hetgeen in die uitspraak is vastgesteld en overwogen bestaat geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-04-29
Publicatiedatum
2015-04-30
Zaaknummer
14-6532 WW-VV
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/6532 WW-VV

Datum uitspraak: 29 april 2015

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. R.S. Namjesky, advocaat, hoger beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 december 2014. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door mr. Namjesky. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. V.A.R. Kali.

OVERWEGINGEN


1. Ingevolge de artikelen 8:104, eerste lid, en 8:108, eerste lid, in verbinding met artikel 8:81 van de van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien tegen een uitspraak van de rechtbank of de voorzieningenrechter van de rechtbank hoger beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de Raad op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.


2. Ter zitting is, met instemming van partijen, gelet op de complexiteit van de zaak en de toezegging van de gemachtigde van het Uwv om af te zien van de invordering totdat op het hoger beroep is beslist, besloten de behandeling van het verzoek aan te houden. Het hoger beroep van verzoeker is op de zitting van 18 maart 2015 door een meervoudige kamer behandeld. Bij uitspraak van heden heeft de Raad de aangevallen uitspraak vernietigd, het beroep tegen het besluit van 24 april 2013 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. De Raad heeft de besluiten van 9 januari 2013 en 11 september 2013 herroepen en bepaald dat zijn uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 24 april 2013. Gelet op hetgeen in die uitspraak is vastgesteld en overwogen bestaat geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen.


3. Ter zitting heeft de gemachtigde van het Uwv toegezegd de door verzoeker gemaakte proceskosten en het door verzoeker betaalde griffierecht te vergoeden. De proceskosten worden bepaald op € 980,-. De voorzieningenrechter zal het Uwv daartoe veroordelen.










BESLISSING


De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep:


- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;

- veroordeelt het Uwv in de kosten van verzoeker tot een bedrag van € 980,-;

- bepaalt dat het Uwv aan verzoeker het betaalde griffierecht van € 122,- betaalt.



Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier, in tegenwoordigheid van P. Uijtdewillegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2015.




(getekend) H.G. Rottier




(getekend) P. Uijtdewillegen




HD