Centrale Raad van Beroep, 30-04-2015 / 13-4797 WSW


ECLI:NL:CRVB:2015:1381

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag voor indicatie Wsw. Appellante heeft weliswaar beperkingen bij het verrichten van arbeid, maar de aanpassingen op de werkplek die in verband daarmee nodig zijn kunnen buiten de Wsw worden gerealiseerd. Geen medische onderbouwing psychische klachten.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-04-30
Publicatiedatum
2015-05-07
Zaaknummer
13-4797 WSW
Procedure
Hoger beroep



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/4797 WSW

Datum uitspraak: 30 april 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

16 juli 2013, 13/451 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. A.Z. van Braam, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld op 19 maart 2015, waar partijen niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN


1.1.

Appellante heeft op 31 mei 2012 een aanvraag gedaan voor een indicatie op grond van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw).


1.2.

Naar aanleiding van deze aanvraag heeft een arts medisch onderzoek verricht naar de medische beperkingen van appellante en hierover op 21 juni 2012 een rapport uitgebracht. Daarnaast heeft een werkcoach van het Uwv onderzoek verricht naar de beperkingen van appellante om arbeid te verrichten en hierover op 11 september 2012 gerapporteerd. Bij besluit van 18 september 2012 heeft het Uwv afwijzend beslist op de aanvraag van appellante.


1.3.

Appellante heeft bij het bezwaar tegen het besluit van 18 september 2012 een brief van de neuroloog A.M.M. Thomas gevoegd. Naar aanleiding van dit bezwaar en deze brief heeft een bezwaarverzekeringsarts een nieuw medisch onderzoek verricht en hierover op 5 februari 2013 een rapport uitgebracht. Ook een bezwaararbeidskundige van het Uwv heeft de beperkingen van appellante om arbeid te verrichten opnieuw onderzocht en hierover op

20 februari 2013 gerapporteerd. Bij besluit van 8 maart 2013 (bestreden besluit) heeft het Uwv het besluit van 18 september 2012 gehandhaafd. Hieraan is ten grondslag gelegd dat appellante niet tot de doelgroep van de Wsw behoort. Zij wordt in staat geacht om, ondanks de bij haar objectief vastgestelde beperkingen en daartoe noodzakelijk geachte aanpassingen, binnen redelijke grenzen buiten de Wsw te kunnen werken.


2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


3.1.

Gelet op de medische en arbeidskundige rapportages die in de periode van juni 2012 tot en met februari 2013 zijn opgesteld, komt de Raad met de rechtbank tot de conclusie dat het Uwv terecht het standpunt heeft ingenomen dat appellante weliswaar beperkingen heeft bij het verrichten van arbeid, maar dat de aanpassingen op de werkplek die in verband daarmee nodig zijn buiten de Wsw kunnen worden gerealiseerd. Dat betekent dat appellante niet uitsluitend is aangewezen op Wsw-arbeid.


3.2.

In hoger beroep heeft appellante gesteld dat zij wegens naast de lichamelijke beperkingen bestaande psychische klachten en beperkingen is aangewezen op specifieke begeleiding in de arbeidssfeer die buiten de Wsw niet te realiseren is. Deze stelling heeft zij echter niet met medische stukken onderbouwd.


3.3.

Dit betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


4. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van

S.W. Munneke als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 30 april 2015.




(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans




(getekend) S.W. Munneke




HD