Centrale Raad van Beroep, 29-04-2015 / 12-6428 WIA-R


ECLI:NL:CRVB:2015:1485

Inhoudsindicatie
Uitspraak tot rectificatie van een uitspraak van de Raad van 25 februari 2015. Zie ECLI:NL:CRVB:2015:1563 voor de gerectificeerde uitspraak.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-04-29
Publicatiedatum
2015-05-21
Zaaknummer
12-6428 WIA-R
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

12/6428 WIA-R

Datum uitspraak: 29 april 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 25 februari 2015, 12/6428 WIA

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft vastgesteld dat in de beslissing van zijn uitspraak van

25 februari 2015 een onjuist bedrag aan te vergoeden griffierecht staat vermeld.

De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak. Dit is gebeurd bij brief van 17 maart 2015. In deze brief is vermeld dat indien er binnen de in deze brief gegeven termijn geen reactie wordt ontvangen de Raad ervan uitgaat dat men geen bezwaar heeft tegen de rectificatie.

Het Uwv heeft geageerd. Appellant heeft op de brief van 22 maart 2013 niet gereageerd.

OVERWEGINGEN


1. In de beslissing staat vermeld dat het Uwv aan appellant het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 466,- vergoedt. Appellant heeft echter € 115,- griffierecht betaald zodat moet worden beslist dat hem € 115,- griffierecht wordt vergoed.


2. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.


BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 25 februari 2015, 12/6428 WIA, met de wijziging als in rechtsoverweging 1 is weergegeven.



Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2015.




(getekend) J.S. van der Kolk




(getekend) R.L. Rijnen




TM