Centrale Raad van Beroep, 21-05-2015 / 13-5369 AW


ECLI:NL:CRVB:2015:1571

Inhoudsindicatie
Appellante heeft een andere functie op het niveau van schaal 5 aanvaard bij de Eenheid. Ter zitting van de Raad heeft zij hierover meegedeeld dat zij een convenant heeft gesloten over haar herplaatsing en op grond daarvan per 18 maart 2013 een functie op het niveau van schaal 5 heeft aanvaard als medewerker personeelsadministratie. Door het aanvaarden van een administratieve functie op het niveau van schaal 5 is er voor voortzetting van betaling van de toelage vanaf 1 oktober 2013 geen plaats.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-05-21
Publicatiedatum
2015-05-22
Zaaknummer
13-5369 AW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/5369 AW

Datum uitspraak: 21 mei 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

23 augustus 2013, 13/96 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Ingevolge artikel 5 van de Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012, Stb. 2012, 316) is in dit geschil de korpschef in de plaats getreden van het algemeen bestuur van de voorziening tot samenwerking Politie Nederland (vtsPN), ten name van wie het geding aanvankelijk is gevoerd. Waar in deze uitspraak wordt gesproken van de korpschef, wordt daaronder in voorkomend geval (mede) het algemeen bestuur van de vtsPN verstaan.

Namens appellante heeft mr. B.M. van Kerkvoorden hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 april 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Van Kerkvoorden. De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. K.M. de Vries.

OVERWEGINGEN


1.1.

Appellante was sinds 1 juni 2008 werkzaam bij de [dienst] in de functie van administratief medewerker bedrijfsbureau. Zij ontving een salaris overeenkomstig schaal 5 van het Besluit bezoldiging politie waarop deze functie is gewaardeerd. Vanaf april 2009 verrichtte appellante taken van een medewerker bedrijfsbureau op het niveau van

schaal 6, eerst op het terrein van P&O, en later op facilitair terrein. In verband hiermee is haar met ingang van 1 april 2009 een toelage werving en behoud op haar salaris toegekend van bruto € 170,- per maand. Na langdurige arbeidsongeschiktheid voor de laatstelijk door haar verrichte werkzaamheden is appellante met ingang van 8 juni 2012 volledig hersteld verklaard voor haar werkzaamheden als administratief medewerker.


1.2.

Bij een op bezwaar genomen beslissing van 26 november 2012 (bestreden besluit) heeft de korpschef, voor zover van belang, de onder 1.1 bedoelde toelage met inachtneming van een overgangsperiode per 1 januari 2013 laten vervallen.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


3.1.

Appellante beoogt met haar hoger beroep dat de toelage na 1 januari 2013 wordt voortgezet.


3.2.

Voorop gesteld moet worden dat de toelage feitelijk is doorbetaald tot 1 oktober 2013. Het belang van appellante bij haar hoger beroep is daarom beperkt tot de vraag of betaling van de toelage vanaf 1 oktober 2013 diende te worden voortgezet.


3.3.

De Raad beantwoordt die vraag ontkennend. Uit de gedingstukken komt naar voren dat appellante een andere functie op het niveau van schaal 5 heeft aanvaard bij de Eenheid [eenheid]. Ter zitting van de Raad heeft zij hierover meegedeeld dat zij een convenant heeft gesloten over haar herplaatsing en op grond daarvan per 18 maart 2013 een functie op het niveau van schaal 5 heeft aanvaard als medewerker personeelsadministratie.

Door het aanvaarden van een administratieve functie op het niveau van schaal 5 is er voor voortzetting van betaling van de toelage vanaf 1 oktober 2013 geen plaats.


3.4.

Uit 3.1 tot en met 3.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.


4. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans als voorzitter en E.J.M. Heijs en W.J. van Brussel als leden, in tegenwoordigheid van C.M. Fleuren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 21 mei 2015.




(getekend) N.J. van Vulpen-Grootjans




(getekend) C.M. Fleuren




HD