Centrale Raad van Beroep, 08-05-2015 / 13-5077 WAZ


ECLI:NL:CRVB:2015:1579

Inhoudsindicatie
Anticumulatie. Terugvordering onverschuldigd betaalde WAZ-uitkering. Schending inlichtingenplicht. Appellant heeft door verzwijging van zijn werkzaamheden betreffende de hennepkwekerij en de inkomsten die hij daaruit heeft genoten, niet heeft voldaan aan zijn mededelingenplicht, zodat het Uwv mocht overgaan tot een schatting van de inkomsten uit die hennepkwekerij.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-05-08
Publicatiedatum
2015-05-26
Zaaknummer
13-5077 WAZ
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/5077 WAZ

Datum uitspraak: 8 mei 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

2 augustus 2013, 12/4509 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. P.A.J. van Putten, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2015. Voor appellant is verschenen mr. Van Putten. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. A.J.G. Lindeman.

OVERWEGINGEN



1.1.

Aan appellant is per 31 augustus 2001 een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) toegekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.


1.2.

Op 1 december 2011 heeft de regiopolitie Zeeland in een door appellant gehuurde woning en in een achter de woning gelegen schuur een hennepkwekerij met 183 hennepplanten aangetroffen.


1.3.

Het Uwv heeft naar aanleiding van het politieonderzoek op 2 april 2012 een rapport werknemersfraude opgemaakt. Bij de opstelling van dat rapport is mede gebruik gemaakt van een rapport van de regiopolitie Zeeland van 21 december 2011 over de berekening van het door appellant wederrechtelijk verkregen voordeel. In dat rapport is berekend dat appellant in de periode van 1 mei 2011 tot en met 1 december 2011 uit de activiteiten in de hennepkwekerij wederrechtelijk voordeel heeft verkregen van € 46.932,-.


1.4.

Bij besluit van 14 mei 2012 heeft het Uwv appellant te kennen gegeven dat hij op basis van zijn inkomen eigenlijk minder dan 25% arbeidsongeschikt is en dat, zolang nog niet vaststaat dat de door hem verrichte arbeid leidt tot herziening van zijn mate van arbeidsongeschiktheid, hij ingedeeld blijft in de klasse van 80 tot 100%, maar hem over de periode van 1 mei 2011 tot 2 december 2011 geen uitkering wordt uitbetaald, omdat er pas recht op uitkering bestaat bij een arbeidsongeschiktheid van 25% of meer. Bij besluit van eveneens 14 mei 2012 heeft het Uwv over de periode van 1 mei 2011 tot 2 december 2011 een bedrag van € 8.173,- aan onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd van appellant. Het bezwaar van appellant tegen deze besluiten heeft het Uwv ongegrond verklaard bij besluit van 1 november 2012 (bestreden besluit).


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat appellant het Uwv nooit heeft meegedeeld dat hij heeft gewerkt of inkomsten heeft genoten, waardoor sprake is van schending van de inlichtingenplicht. Dat brengt, aldus de rechtbank met verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Raad, mee, dat het Uwv een schatting mocht maken van de door appellant met de hennepteelt verworven inkomsten. Deze schatting heeft het Uwv op goede gronden gebaseerd op het op 21 december 2011 opgestelde rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij van de regiopolitie Zeeland. Het standpunt van appellant dat er geen oogsten hebben plaatsgevonden overtuigt de rechtbank niet gezien de in het rapport werknemersfraude neergelegde bevindingen en de overige informatie over hetgeen in de woning van appellant is aangetroffen. Appellant heeft zijn standpunt dat hij met zijn werkzaamheden in de kwekerij minder of in het geheel geen inkomsten heeft verworven niet aannemelijk gemaakt. De rechtbank ziet geen aanleiding voor aanhouding van de zaak totdat in de strafzaak en/of in de ontnemingsprocedure definitief is beslist. Het Uwv heeft op goede gronden bepaald dat appellant in de in geding zijnde periode geen recht had op uitbetaling van zijn uitkering en dat niet is gebleken van feiten of omstandigheden die voor het Uwv aanleiding hadden moeten zijn om van terugvordering af te zien.


3.1.

In hoger beroep heeft appellant opnieuw betwist dat hij uitkeringsfraude zou hebben gepleegd. Ten onrechte is de rechtbank uitgegaan van exploitatie van de hennepkwekerij over de periode van 1 mei 2011 tot 2 december 2011. Appellant heeft niet geoogst en geen wederrechtelijk voordeel genoten en daarom ook zijn inlichtingenplicht niet geschonden. Appellant kan de door het Uwv geschatte inkomsten uit de hennepkwekerij niet weerleggen, omdat de rechtbank ten onrechte het verzoek van appellant om het oordeel van de strafrechter af te wachten niet heeft gehonoreerd. Appellant ziet voorts niet in waarom aan het oordeel van de strafrechter in deze administratiefrechtelijke procedure geen beslissende betekenis toekomt. Appellant heeft zich beroepen op de onschuldpresumptie van artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Tot slot heeft appellant zich beroepen op de aanwezigheid van een dringende reden op grond waarvan het Uwv af had moeten zien van terugvordering.


3.2.

Ter zitting van de Raad is namens appellant desgevraagd bericht dat het gerechtshof

‘s-Hertogenbosch appellant in de ontnemingsprocedure heeft veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 37.000,-.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak met juistheid overwogen dat appellant door verzwijging van zijn werkzaamheden betreffende de hennepkwekerij en de inkomsten die hij daaruit heeft genoten, niet heeft voldaan aan zijn mededelingenplicht, zodat het Uwv mocht overgaan tot een schatting van de inkomsten uit die hennepkwekerij. Voorts heeft de rechtbank met juistheid overwogen dat appellant zijn standpunt dat hij geen inkomsten heeft genoten niet aannemelijk heeft gemaakt. De Raad stelt vast dat in het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 21 december 2011 op begrijpelijke wijze is uiteengezet hoe op grond van het aantreffen van verdroogde resten van hennepplanten, vervuilde koolstoffilters en potgrond met wortelresten is geconstateerd dat sprake is geweest van meerdere oogsten.


4.2.

De grond dat de rechtbank het oordeel van de strafrechter had moeten afwachten slaagt evenmin omdat, zoals de rechtbank ook al heeft overwogen, de bestuursrechter naar vaste rechtspraak van de Raad niet is gebonden aan het oordeel van de strafrechter, omdat bij de strafrechter een andere vraag voorligt en een ander procesrecht van toepassing is dan bij de bestuursrechter. Appellant heeft geen overtuigende argumenten aangevoerd waarom dat in zijn zaak anders zou zijn. Het in dit verband aangevoerde beroep op de onschuldpresumptie van artikel 6 van het EVRM slaagt niet, omdat dit artikel is geschreven voor een procedure waarin, anders dan in deze zaak, een punitieve sanctie aan de orde is.


4.3.

De rechtbank heeft tot slot met juistheid overwogen dat niet is gebleken van een dringende reden die het Uwv aanleiding had moeten geven om van terugvordering af te zien.

4.4.

Uit hetgeen hiervoor onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.


5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door mr. R.E. Bakker als voorzitter en G. van Zeben-de Vries en C.J. Borman als leden, in tegenwoordigheid van S. Aaliouli als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 mei 2015.




(getekend) R.E. Bakker




(getekend) S. Aaliouli





MK