Centrale Raad van Beroep, 19-05-2015 / 14-48 BBZ


ECLI:NL:CRVB:2015:1639

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag om bedrijfskrediet en bijstand voor levensonderhoud. Niet is gebleken dat het advies van Motivity op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen, feitelijke onjuistheden bevat of ondeugdelijk is gemotiveerd. Het college mocht zich op dit advies baseren.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-05-19
Publicatiedatum
2015-05-28
Zaaknummer
14-48 BBZ
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/48 BBZ

Datum uitspraak: 19 mei 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van

21 november 2013, 13/3390 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] en [appellante] te [woonplaats] (appellanten)

het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard (college)

PROCESVERLOOP

Appellanten hebben hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 april 2015. Appellanten zijn, met bericht, niet verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Bekker en

drs. M.J. Abbema.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Op 1 november 2011 hebben appellanten een aanvraag gedaan om bedrijfskrediet en bijstand voor levensonderhoud op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004.


1.2.

Hangende een beroepzaak in verband met het buiten behandeling stellen van deze aanvraag, heeft het college toegezegd de aanvraag alsnog inhoudelijk te behandelen. Daartoe heeft Motivity BV (Motivity) op 10 december 2012 advies uitgebracht.


1.3.

De bevindingen van Motivity zijn voor het college aanleiding geweest om bij besluit van 9 januari 2013, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 6 mei 2013 (bestreden besluit), de aanvraag van appellanten af te wijzen.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft verwezen naar vaste rechtspraak (uitspraak van

9 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:908), inhoudende dat een bijstandverlenend orgaan zich bij zijn besluitvorming inzake vragen over levensvatbaarheid van bedrijven kan baseren op adviezen van deskundige instanties als Motivity. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet is gebleken dat het advies van Motivity op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen, feitelijke onjuistheden bevat of ondeugdelijk is gemotiveerd. Van vooringenomenheid is de rechtbank niet gebleken. Het college mocht zich op dit advies baseren. Het tijdsverloop sinds de aanvraag kan niet tot het oordeel leiden dat de aanvraag onterecht is afgewezen.


3. In hoger beroep hebben appellanten zich tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Kort gezegd voeren appellanten aan dat de gemeente hen anderhalf jaar aan het lijntje heeft gehouden en dat Motivity hun zaak niet onpartijdig en onafhankelijk heeft beoordeeld. Appellanten verzoeken om schadevergoeding.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

De gronden die appellanten in hoger beroep hebben aangevoerd zijn een herhaling van wat zij in beroep hebben aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Appellanten hebben geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde weerlegging van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist dan wel onvolledig is. De Raad kan zich geheel vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen, zoals onder 2 samengevat weergegeven, waarop dat oordeel rust.


4.2.

Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding zal daarom worden afgewezen.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep


-bevestigt de aangevallen uitspraak;

-wijst het verzoek om vergoeding van schade af.



Deze uitspraak is gedaan door M. Hillen als voorzitter en P.W. van Straalen en M. ter Brugge als leden, in tegenwoordigheid van R.G. van den Berg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 mei 2015.




(getekend) M. Hillen




(getekend) R.G. van den Berg



HD