Centrale Raad van Beroep, 27-01-2015 / 13-4188 WWB


ECLI:NL:CRVB:2015:172

Inhoudsindicatie
De rechtbank ten onrechte 1 punt toegekend voor het indienen van de brief van de gemachtigde van betrokkene, die een schriftelijke zienswijze betreft na inlichtingen als bedoeld in artikel 8:45, eerste lid, van de Awb. Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht had voor het geven van die schriftelijke zienswijze 0,5 punt moeten worden toegekend.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-01-27
Publicatiedatum
2015-01-29
Zaaknummer
13-4188 WWB
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • ABkort 2015/52
Uitspraak

13/4188 WWB

Datum uitspraak: 27 januari 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 11 juli 2013, 12/4095 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam (appellant)

[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. R. Moghni, advocaat, een verweerschrift ingediend.

De zaak is op de zitting van 25 november 2014 aan de orde gesteld. Partijen zijn met voorafgaand bericht niet verschenen.

OVERWEGINGEN


1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Betrokkene heeft op 21 juni 2012 een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand.


1.2.

Op 30 augustus 2012 heeft betrokkene appellant in gebreke gesteld in verband met het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.


1.3.

Op 18 september 2012 heeft betrokkene beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag van 21 juni 2012. Appellant heeft op 3 oktober 2012 een verweerschrift ingediend. Hierop heeft betrokkene bij brief van 19 oktober 2012 gereageerd. Daarbij heeft betrokkene het beroep ingetrokken en verzocht om appellant bij afzonderlijke uitspraak te veroordelen in de proceskosten.


1.4.

De rechtbank heeft appellant bij brief van 18 december 2012 verzocht om bewijsstukken over te leggen. Appellant heeft dat bij brief van 27 december 2012 gedaan en daarover een standpunt ingenomen. Op verzoek van de rechtbank heeft betrokkene bij brief van 28 januari 2013 op het standpunt van appellant gereageerd.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, appellant veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 708,-. De rechtbank heeft met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Besluit) 1 punt toegekend voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het indienen van de brief van 28 januari 2013 en

1. punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 472,- en een wegingsfactor 0,5.


3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij voert aan dat de rechtbank ten onrechte 1 punt heeft toegekend voor het indienen van de brief van

28 januari 2013.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

De brief van de gemachtigde van betrokkene van 28 januari 2013 betreft een schriftelijke zienswijze na inlichtingen als bedoeld in artikel 8:45, eerste lid, van de Awb. Op grond van het Besluit had voor het geven van die schriftelijke zienswijze 0,5 punt moeten worden toegekend.


4.2.

Uit 4.1 volgt dat het hoger beroep slaagt en de aangevallen uitspraak moet worden vernietigd voor zover het de proceskostenveroordeling betreft. De Raad zal, doende wat de rechtbank zou behoren te doen, de proceskosten in beroep alsnog vaststellen op € 590,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand in beroep (1 punt voor het indienen van een beroepschrift, 0,5 punt voor het indienen van de brief van 28 januari 2013, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, € 472,- per punt, wegingsfactor 0,5).


5. Voor een proceskostenveroordeling in hoger beroep bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep



- vernietigt de aangevallen uitspraak voor zover het de proceskostenveroordeling betreft;

- stelt de door appellant te vergoeden proceskosten van betrokkene in beroep vast op € 590,-.



Deze uitspraak is gedaan door P.W. van Straalen, in tegenwoordigheid van

M.S. Boomhouwer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 januari 2015.




(getekend) P.W. van Straalen




(getekend) M.S. Boomhouwer





IJ