Centrale Raad van Beroep, 19-06-2015 / 12-6825 WAJONG


ECLI:NL:CRVB:2015:1990

Inhoudsindicatie
Veroordeling tot vergoeding van de wettelijke rente over de bruto na te betalen uitkering.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-06-19
Publicatiedatum
2015-06-29
Zaaknummer
12-6825 WAJONG
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

12/6825 WAJONG

Datum uitspraak: 19 juni 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 9 november 2012, 12/141 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de erven en/of rechtverkrijgenden (erven) van [betrokkene] (betrokkene), laatstelijk wonende te [woonplaats]

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 12 september 2014 een tussenuitspraak gedaan, gepubliceerd onder ECLI:NL:CRVB:2014:3018.

Het Uwv heeft op 28 november 2014 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.

Bij brief van 29 december 2014 heeft mr. J.W. Brouwer namens de erven verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente. Voorts is verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.

Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat (nader) onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. Bij het besluit 28 november 2014 is het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van 8 augustus 2011 alsnog gegrond verklaard, dit besluit herroepen en vastgesteld dat aan betrokkene met terugwerkende kracht een AAW-/Wajong-uitkering wordt toegekend over de periode van 3 april 1995 tot 8 februari 2012.


2.1.

De Raad stelt vast dat het besluit van 10 november 2011 - waarbij het bezwaar aanvankelijk ongegrond was verklaard - bij het besluit van 28 november 2014 is gewijzigd. Gelet op het verzoek om vergoeding van de wettelijke rente hebben de erven nog een belang bij een beslissing op het beroep tegen het besluit van 10 november 2011.


2.2.

Nu bij het besluit 28 november 2014 de rechtsgevolgen van het besluit van 8 augustus 2011 ongedaan zijn gemaakt, dient de aangevallen uitspraak te worden vernietigd. Het besluit van 10 november 2011 dient - wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) - te worden vernietigd en het beroep tegen dit besluit dient alsnog gegrond te worden verklaard.


3.1.

De erven hebben verzocht om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de bruto na te betalen uitkering.


3.2.

Nu tussen partijen niet in geschil is dat sprake is van aan het Uwv te wijten vertraging in de uitbetaling van de uitkering, dient dit verzoek te worden toegewezen.


3.3.

Het Uwv heeft erop gewezen dat de gemeente Assen over de periode van 3 april 1995 tot 8 februari 2012 een inkomensvoorziening heeft verstrekt. De Raad overweegt dat de wettelijke rente dient te worden berekend over de nabetaling die resteert na de (bruto) verrekening met de door de gemeente over de periode verstrekte inkomensvoorziening. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad voorts naar zijn uitspraak van 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958.


4.1.

Het Uwv bij het besluit van 28 november 2014 vastgesteld dat de erven recht hebben op vergoeding van de gemaakte kosten in de bezwaarfase. De Raad staat nog ter beoordeling of het Uwv moet worden veroordeeld in de kosten die de erven redelijkerwijs hebben moeten maken in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep.


4.2.

Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in deze proceskosten. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 980,- voor verleende rechtsbijstand in beroep, € 980,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.960,-.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep


  • - vernietigt de aangevallen uitspraak;
  • - verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 10 november 2011;
  • - veroordeelt het Uwv tot vergoeding aan de erven van de schade zoals onder 3.1 tot en met 3.3. van deze uitspraak is vermeld.
  • - bepaalt dat het Uwv aan de erven het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 156,- vergoedt;
  • - veroordeelt het Uwv in de kosten van de erven tot een bedrag van € 1.960,-.


Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van M.D.F. Smit-de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2015.




(getekend) T.L. de Vries




(getekend) M.D.F. Smit-de Moor




NW