Centrale Raad van Beroep, 19-06-2015 / 13-6330 AOW


ECLI:NL:CRVB:2015:1991

Inhoudsindicatie
Geen procesbelang meer. Hoger beroep niet-ontvankelijk.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-06-19
Publicatiedatum
2015-06-29
Zaaknummer
13-6330 AOW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/6330 AOW t/m 13/6334 AOW

Datum uitspraak: 19 juni 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

16 oktober 2013, 13/4693, 13/4694, 13/4695, 13/4697, 13/4700 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft nadere stukken in het geding gebracht.

Bij brief van 8 mei 2015 heeft de Svb aan de Raad een nieuw besluit op bezwaar toegezonden, gedateerd 5 mei 2015. Appellant heeft hierop gereageerd.

Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven een onderzoek ter zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1.

Bij verschillende besluiten heeft de Svb appellant over de jaren 2001 tot en met 2005 schuldig nalatig verklaard de verschuldigde premie ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW) te betalen. De schuldige nalatigheid is daarbij vastgesteld op 100%.


1.2.

Bij beslissing op bezwaar van 5 mei 2015 heeft de Svb aan appellant meegedeeld dat hij over de jaren 2001 tot en met 2005 en 2007 niet langer schuldig nalatig wordt geacht en dat de op die jaren betrekking hebbende schuldig nalatig verklaringen worden ingetrokken.


2.1.

De Raad stelt vast dat met de beslissing op bezwaar van 5 mei 2015 geheel aan de bezwaren van appellant is tegemoetgekomen. De Raad is niet gebleken dat appellant enig (proces) belang heeft bij een beoordeling door de Raad van de uitspraak van de rechtbank. De Raad zal het hoger beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren.


2.2.

Appellant heeft verzocht de Svb te veroordelen in de proceskosten in beroep en in hoger beroep voor de door hem verrichte proceshandelingen, alsmede tot vergoeding van griffierechten.


2.3.

Een veroordeling in de proceskosten zoals bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan ingevolge artikel 1 van het Besluit proceskostenveroordeling in bestuursrechtelijke procedures (Bpb), uitsluitend betrekking hebben op de in dat artikel genoemde kosten. Ingevolge artikel 1, onder a, van het Bpb kunnen dit kosten zijn van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Nu appellant in de onderhavige procedures in persoon heeft geprocedeerd, komen de door hem opgevoerde kosten voor het indienen van beroepschriften, het verschijnen ter zitting en het indienen van een schriftelijke zienswijze niet voor vergoeding in aanmerking. Van andere wel voor vergoeding in aanmerking komende kosten is de Raad niet gebleken.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep


- verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

- bepaalt dat de Svb het betaalde griffierecht van totaal € 162,- aan appellant vergoedt.



Deze uitspraak is gedaan door T.L. de Vries, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2015.



(getekend) T.L. de Vries




(getekend) M.D.F. de Moor




HD