Centrale Raad van Beroep, 13-08-2015 / 14/104 MAW-R, 14/619 MAW-R


ECLI:NL:CRVB:2015:2725

Inhoudsindicatie
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 2 juli 2015. Zie ECLI:NL:CRVB:2015:2724 voor de gerectificeerde tekst.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-08-13
Publicatiedatum
2015-08-18
Zaaknummer
14/104 MAW-R, 14/619 MAW-R
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/104 MAW-R, 14/619 MAW-R

Datum uitspraak: 13 augustus 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 2 juli 2015, 14/104 MAW,

14/619 MAW

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Minister van Defensie (appellant)

PROCESVERLOOP

Naar aanleiding van een brief namens betrokkene, heeft de Raad vastgesteld dat zijn uitspraak van 2 juli 2015 een kennelijke fout in overweging 5 en de beslissing bevat.

De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te verbeteren.

Appellant en betrokkene hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.

OVERWEGINGEN

1. De Raad heeft vastgesteld dat in de uitspraak ten onrechte geen proceskostenveroordeling is opgenomen. De Raad heeft daarbij vastgesteld dat ten onrechte ook geen griffierechtheffingbepaling is opgenomen.


2. De Raad zal de onder 1 vermelde vergissingen herstellen door de uitspraak van 2 juli 2015 in evenvermelde zin te rectificeren.


3. Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gedaan. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 2 juli 2015, 14/104 MAW, 14/619 MAW, als volgt:


overweging 5 wordt gewijzigd in:

“Er is aanleiding om appellant met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 980,- wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand.”


De beslissing wordt aangevuld met:

  • - bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 478,- wordt geheven;
  • - veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 980,-.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma als voorzitter en K.J. Kraan en M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van C.M.A.V. van Kleef als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2015.




(getekend) C.H. Bangma




(getekend) C.M.A.V. van Kleef

HD