Centrale Raad van Beroep, 04-02-2015 / 14-157 WTCG


ECLI:NL:CRVB:2015:278

Inhoudsindicatie
Aanvraag Wtcg voor jaar 2010 door CAK afgewezen omdat appellant niet aan wettelijke voorwaarden voldoet. Het CAK heeft geen beoordelingsruimte om van de regelgeving af te wijken. Dwingend voorgeschreven wanneer vergoeding aan de orde is. Gestelde rechtsongelijkheid niet onderbouwd.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-02-04
Publicatiedatum
2015-02-05
Zaaknummer
14-157 WTCG
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/157 WTCG

Datum uitspraak: 4 februari 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van

13 december 2013, 12/1961 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

CAK



PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en aanvullende stukken ingediend.


CAK heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 december 2014. Appellant is niet verschenen. CAK heeft zich laten vertegenwoordigen door B. Imhoff.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.


1.1.

Bij besluit van 8 mei 2012 heeft CAK de aanvraag van appellant om een algemene tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) voor het jaar 2010 afgewezen.


1.2.

Bij besluit van 24 oktober 2012 (bestreden besluit) heeft CAK het bezwaar tegen het besluit van 8 mei 2012 ongegrond verklaard. Daaraan is ten grondslag gelegd dat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden voor een algemene tegemoetkoming op grond van de Wtcg voor het jaar 2010. De in 2010 afgenomen medicijnen bevatten namelijk niet een door de minister aangewezen werkzame stof. Ook de ziekenhuisbehandeling van appellant in 2009 leidt volgens CAK niet tot toekenning van een algemene tegemoetkoming, omdat de Diagnose Behandeling Combinatie van de behandeling niet op een door de minister vastgestelde lijst is opgenomen. Voorts geeft ook de vergoeding van aan appellant verstrekte hulpmiddelen op zichzelf geen recht op een algemene tegemoetkoming. CAK heeft zich verder op het standpunt gesteld dat een chronische aandoening op zichzelf niet valt onder de wettelijke criteria voor een algemene tegemoetkoming. Het Besluit tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten schrijft dwingend voor in welke gevallen een vergoeding moet worden verstrekt en hoe hoog de vergoeding is, en CAK heeft daarin geen beoordelingsruimte.


2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij - kort samengevat - overwogen dat CAK op goede gronden de aanvraag van appellant om een algemene tegemoetkoming heeft afgewezen, nu niet is voldaan aan de voorwaarden voor die tegemoetkoming. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat het hebben van een chronische aandoening niet voldoende is om voor de tegemoetkoming in aanmerking te komen en dat CAK geen ruimte heeft om van de regelgeving af te wijken.


3. Appellant kan zich met de aangevallen uitspaak niet verenigen. Appellant voert - kort samengevat - aan dat hij nagenoeg blind is en dat daarom bij hem sprake van een chronische ziekte is. In dit geval moet niet naar de letter van de wet, maar naar de geest van de wet worden gehandeld. Door de letterlijke uitleg van de regelgeving zoals deze door CAK is gedaan, ontstaat volgens appellant rechtsongelijkheid.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Voor een weergave van de relevante wettelijke bepalingen verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak.


4.2.

Het betoog van appellant dat niet naar de letter van de wet, maar naar de geest van de wet moet worden gehandeld, slaagt niet. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat CAK strikt is gebonden aan de regels die bij en krachtens de Wtcg zijn gesteld (zie de Memorie van Toelichting op de Wtcg, Kamerstukken II 2008/09, 31 706, nr 3, blz. 37). Verder laat de formulering van deze regels geen andere uitleg toe dan de uitleg die door CAK is gedaan.


4.3.

Het betoog van appellant dat door de toepassing van de regelgeving door CAK rechtsongelijkheid ontstaat, slaagt ook niet. Appellant heeft namelijk niet onderbouwd in welke concrete gevallen toepassing van de wettelijke bepalingen tot ongelijke behandeling leidt.


4.4.

Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor vernietiging in aanmerking komt.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door W.H. Bel, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 februari 2015.




(getekend) W.H. Bel




(getekend) W. de Braal



HD