Centrale Raad van Beroep, 01-09-2015 / 12/2183 WWB


ECLI:NL:CRVB:2015:2966

Inhoudsindicatie
Hoger beroep niet-ontvankelijk. De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-09-01
Publicatiedatum
2015-09-03
Zaaknummer
12/2183 WWB
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • ERF-Updates.nl 2015-0303
Uitspraak

12/2183 WWB, 15/3403 WWB

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van

7 maart 2012, 11/1403

Partijen:

wijlen [appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. O.T.J.A. Kicken, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Mr. M.E.M. Jacquemard, advocaat, heeft zich gesteld als opvolgend gemachtigde van appellant.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 december 2013. Namens appellant is

mr. Jacquemard verschenen. Het college, daartoe ambtshalve opgeroepen, heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.F. Dekker.

Na de zitting is het onderzoek heropend om informatie in te winnen bij het college.

Het college heeft bij brief van 24 februari 2014 antwoord gegeven op de gestelde vragen.

Namens appellant heeft mr. Jacquemard bij brief van 15 april 2014 een reactie gegeven.

Partijen hebben vervolgens toestemming gegeven een nadere zitting achterwege te laten, waarna het onderzoek is gesloten.

Bij de tussenuitspraak van 19 augustus 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:2765 heeft de Raad het college opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van wat de Raad heeft overwogen.

Bij beslissing op bezwaar van 13 april 2015 (nadere besluit), gewijzigd bij beslissing van

22 april 2015, heeft het college uitvoering gegeven aan deze opdracht.

De meervoudige kamer heeft de zaak verwezen naar de enkelvoudige kamer van de Raad.

Het college heeft de Raad bij brief van 6 oktober 2014 bericht dat appellant op 19 maart 2014 is overleden. Desgevraagd heeft het college, na raadpleging van de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, de Raad medegedeeld dat niet bekend is wie de erven van appellant zijn of kunnen zijn.

Mr. Jacquemard heeft de Raad bericht dat hem niet bekend is of appellant familie of verwanten heeft en dat hij zich als gemachtigde aan deze zaak onttrekt.

Op de brief van de Raad van 23 oktober 2014 gericht aan de erven van appellant en gestuurd naar het laatstbekende adres van appellant in [woonplaats] is, ook na rappelbrief van 24 november 2014, geen reactie gekomen. Evenmin is gebruik gemaakt van de gelegenheid om een reactie te geven op het nadere besluit, dat eveneens is gestuurd is naar genoemd adres.

Vervolgens is, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant mededeling gedaan van de nadere behandeling van de zaak op de zitting van

21 juli 2015.

De zaak is ter verdere behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 21 juli 2015. Van de zijde van appellant is niemand verschenen. Het college heeft zich, met bericht, niet laten vertegenwoordigen.

OVERWEGINGEN


De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van C.M. Fleuren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 september 2015.




(getekend) J.F. Bandringa




(getekend) C.M. Fleuren




HD