Centrale Raad van Beroep, 16-09-2015 / 14/4259 AWBZ


ECLI:NL:CRVB:2015:3196

Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek terug te komen van beëindiging pgb. De door appellant alsnog overgelegde stukken voor de verantwoording van het pgb kunnen op zichzelf beschouwd wel als nieuwe gegevens worden aangemerkt, maar niet als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in de zin van art. 4:6 Awb.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-09-16
Publicatiedatum
2015-09-24
Zaaknummer
14/4259 AWBZ
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/4259 AWBZ

Datum uitspraak: 16 september 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

20 juli 2014, 14/400 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

Stichting Zorgkantoor Menzis (zorgkantoor)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.O. Hovinga, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het zorgkantoor heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 augustus 2015. Namens appellant is verschenen mr. Hovinga. Het zorgkantoor heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. C.G.M. Bosma.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.


1.1.

Bij besluit van 18 juli 2012 en afzonderlijke besluiten van 20 juli 2012 heeft het zorgkantoor het persoonsgebonden budget (pgb) van appellant beëindigd en het pgb over het jaar 2011 en 2012 vastgesteld. Als gevolg hiervan heeft het zorgkantoor een bedrag van in totaal € 27.708,40 aan verstrekte voorschotten van appellant teruggevorderd.


1.2.

Op 23 november 2012 heeft appellant het zorgkantoor verzocht om de onder 1.1 genoemde besluiten te herzien.


1.3.

Bij besluit van 3 april 2013 heeft het zorgkantoor het verzoek om herziening afgewezen.


1.4.

Bij besluit van 12 december 2013 (bestreden besluit) heeft het zorgkantoor het bezwaar tegen het besluit van 3 april 2013 ongegrond verklaard. Hieraan heeft het zorgkantoor ten grondslag gelegd dat appellant geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden als bedoeld in artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft aangevoerd. Dat appellant alsnog stukken ter verantwoording van het pgb voor de jaren 2011 en 2012 heeft overgelegd maakt niet dat sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van

artikel 4:6 van de Awb.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Hij heeft aangevoerd dat hij wel degelijk nieuwe feiten en omstandigheden heeft aangevoerd. De stukken voor de verantwoording van het pgb heeft hij niet eerder kunnen overleggen, omdat deze stukken destijds bij de ontruiming van de woning zoek zijn geraakt.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Volgens vaste rechtspraak, bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van 14 oktober 2014, (ECLI:NL:CRVB:2014:3327), is op een verzoek om herziening artikel 4:6 van de Awb van overeenkomstige toepassing. Dit betekent dat de aanvrager nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden naar voren moet brengen. Wanneer de aanvrager dat niet doet, kan een bestuursorgaan het verzoek afwijzen met verwijzing naar zijn eerdere besluit. Ook als zonder meer duidelijk is dat wat bij het verzoek is aangevoerd niet van belang kan zijn voor het eerdere besluit, mag een bestuursorgaan het verzoek op deze manier afwijzen. Onder nieuw gebleken feiten en omstandigheden wordt verstaan feiten of omstandigheden die na het eerdere besluit zijn voorgevallen, dan wel feiten of omstandigheden die weliswaar voor het eerdere besluit zijn voorgevallen, maar die niet voor dat besluit konden worden aangevoerd. Nieuw gebleken feiten zijn ook bewijsstukken van al eerder gestelde feiten of omstandigheden, als deze bewijsstukken niet eerder konden worden overgelegd.


4.2.

De door appellant alsnog overgelegde stukken voor de verantwoording van het pgb over 2011 en 2012 kunnen op zichzelf beschouwd wel als nieuwe gegevens worden aangemerkt, maar niet als nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden in bovenbedoelde zin. Het betreft gegevens die appellant al in het kader van de besluitvorming over de verantwoording van het pgb over 2011 en 2012 had kunnen aanleveren. Voor zover dat voor appellant destijds niet mogelijk was, omdat hij deze stukken kwijt was en niet tijdig voor vervangende documenten kon zorgen, had het op zijn weg gelegen om dit tijdig naar voren te brengen. Het zorgkantoor mocht het verzoek van appellant dan ook afwijzen onder verwijzing naar zijn eerdere besluiten.


4.3.

Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 september 2015.




(getekend) H.C.P. Venema




(getekend) M. Crum




HD