Centrale Raad van Beroep, 11-09-2015 / 14/1600 WIA


ECLI:NL:CRVB:2015:3208

Inhoudsindicatie
Intrekking WIA-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-09-11
Publicatiedatum
2015-09-28
Zaaknummer
14/1600 WIA
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/1600 WIA, 14/2886 WIA

Datum uitspraak: 11 september 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de tussenuitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 11 november 2013 en de tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van

18 februari 2014, 13/3448 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Het Uwv heeft hoger beroep ingesteld.

Namens betrokkene heeft mr. S.G.C. van Ingen incidenteel hoger beroep ingesteld en een verweerschrift ingediend in het hoger beroep van het Uwv.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 31 juli 2015. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer. Betrokkene is verschenen met bijstand van

mr. Van Ingen.

OVERWEGINGEN


1.1.

Betrokkene is werkzaam geweest als mededirecteur van een assurantiekantoor gedurende 46,97 uur per week. Op 9 december 2008 is hij uitgevallen voor zijn werkzaamheden wegens pols- en handklachten. Bij besluit van 30 november 2010 heeft het Uwv vastgesteld dat voor betrokkene met ingang van 15 december 2010 op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) recht is ontstaan op een loongerelateerde uitkering in verband met Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) berekend naar een arbeidsongeschiktheid van 100%.


1.2.

Na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 6 maart 2012 vastgesteld dat betrokkene niet meer arbeidsongeschikt is, waardoor met ingang van 15 april 2014 geen recht meer bestaat op een uitkering op grond van de Wet WIA. Het bezwaar van betrokkene tegen dit besluit is bij besluit van 22 juni 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.


2.1.

Betrokkene is in beroep gegaan tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft verzekeringsarts drs. A.W.A. Elemans als deskundige benoemd. Diens rapport heeft het Uwv aanleiding gegeven de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aan te passen. Betrokkene is evenwel ongewijzigd geschikt geacht voor zijn maatmanfunctie. Bij tussenuitspraak van

11 november 2013 heeft de rechtbank het onderzoek door de verzekeringsartsen voldoende zorgvuldig geacht. De rechtbank overwoog geen aanknopingspunten te hebben voor twijfel aan het uiteindelijke medische oordeel. De beoordeling van de belasting van betrokkene bij het schrijven in de maatmanfunctie kon de toetsing van de rechtbank niet doorstaan omdat deze niet duidelijk is betreffende de duur, frequentie en nauwkeurigheid. Ook diende het Uwv het aantal uren (vervangende) computerwerk vast te stellen. Bij tussenuitspraak van

11 november 2013 heeft de rechtbank het Uwv opgedragen dit door de rechtbank geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Het Uwv heeft hierop gereageerd met een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.


2.2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waarbij het Uwv is opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat de motivering van het Uwv om betrokkene weer geschikt te achten voor zijn maatmanfunctie ontoereikend is onderbouwd. Nu betrokkene beperkt is geacht op langdurig schrijven, zal deze handeling vervangen moeten worden door computerwerk bij het bezoeken van klanten. In combinatie met computerwerk op kantoor leidt dit - tot een overschrijding op het bedienen van het toetsenbord en het hanteren van de muis, waarvoor betrokkene door het Uwv licht beperkt is geacht. De rechtbank heeft hieruit de conclusie getrokken dat betrokkene op de datum in geding niet geschikt was voor de maatmanfunctie. Gelet op de aangepaste FML staat voorts niet vast dat de subsidiair geduide functies wel geschikt zijn voor betrokkene. Het Uwv diende dan ook een nieuw besluit te nemen.


3.1.

Het Uwv heeft in hoger beroep aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat betrokkene niet geschikt is voor de maatmanfunctie. Het Uwv heeft middels rapporten van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep afdoende gemotiveerd dat geen sprake is van overschrijdingen van de belastbaarheid van betrokkene op schrijven en computerwerkzaamheden. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft het Uwv een rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 10 maart 2014 overgelegd. Uit dit rapport wordt volgens appellant duidelijk dat schrijven geen noodzakelijke en dus geen kenmerkende belasting is in de maatmanfunctie en dat de combinatie van schrijfwerk en computergebruik binnen de belastbaarheid van betrokkene valt. Aan de in verband met deze combinatie optredende belasting kan worden tegemoetgekomen door een voorziening als een dictafoon.


3.2.

Betrokkene heeft in hoger beroep aangevoerd dat hij niet geschikt is voor de maatmanfunctie. Ten onrechte heeft de rechtbank de verzekeringsgeneeskundige beoordeling onderschreven. De verzekeringsartsen hebben betrokkene onvoldoende onderzocht en onvoldoende waarde gehecht aan de verklaringen van de behandelend sector. In de - FML is geen of onvoldoende rekening gehouden met zijn lichamelijke toestand. Betrokkene stelt verdergaand beperkt te zijn ten aanzien van computergebruik, autorijden, handgrepen en tillen. Vanwege slaapproblemen door pijnklachten acht betrokkene zich voorts energetisch beperkt, hetgeen aanleiding had moeten geven tot het aannemen van een urenbeperking. In verweer op de gronden van appellant heeft betrokkene aangevoerd dat hij in een klantgesprek enkel de belangrijkste aspecten noteerde. Indien een klantgesprek dat een tot twee uur duurt wordt opgenomen met een dictafoon, zal het afluisteren en verwerken van de opname veel tijd vergen en tot een verhoging van het computergebruik leiden. Indien een administratieve kracht dit zou moeten uitwerken, zou deze twintig uur per week daarmee bezig zijn en zouden de aspecten die voor betrokkene relevant zijn worden gemist. Daarnaast kan betrokkene zelf geen formulieren invullen en kunnen deze formulieren ook niet door een klant worden ingevuld. Betrokkene onderschrijft de overwegingen van de rechtbank dat sprake is van 60% autorijden inclusief klantenbezoek (bij vier uur autorijden per dag) en 40% computer/kantoortijd per dag.


4. De Raad overweegt het volgende.


4.1.1.

Evenals de rechtbank acht de Raad de medische grondslag van het bestreden besluit deugdelijk en zorgvuldig tot stand gekomen. Het rapport van 22 mei 2012 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep bevat een adequaat gemotiveerde verzekeringsgeneeskundige reactie op de bezwaren betreffende de gezondheidstoestand van betrokkene. Hetgeen betrokkene heeft aangevoerd, vormt, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, geen reden om het onderzoek van de verzekeringsartsen niet zorgvuldig te achten.


4.1.2.

De rechtbank heeft overwogen dat het enkele feit dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen lichamelijk onderzoek bij betrokkene heeft verricht, nog niet betekent dat het medisch onderzoek onvoldoende zorgvuldig is geweest. Daarbij heeft de rechtbank mede in overweging genomen dat zowel de verzekeringsarts als de verzekeringsarts bezwaar en beroep betrokkene heeft gezien, hem over zijn klachten heeft bevraagd en dat deze artsen beschikten over (recente) informatie over zijn medische situatie. Ook uit het rapport van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige blijkt niet dat het onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende zorgvuldig of niet volledig is geweest.


4.1.3.

Betrokkene beschikt volgens het Uwv over verminderd benutbare mogelijkheden als rechtstreeks gevolg van ziekte of gebrek. Hij wordt echter in staat geacht om hand- en polssparend werk te doen, waarbij bijvoorbeeld geen zware lasten dienen te worden gehanteerd en gedurende de helft van de werkdag kan worden gewerkt met toetsenbord en muis. In de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep aangepaste FML zijn beperkingen voor het verrichten van arbeid opgenomen op sociaal functioneren, aanpassing aan fysieke omgevingseisen en dynamische handelingen. Naar aanleiding van het deskundigenrapport van 8 juli 2013 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep aanleiding gezien om betrokkene verdergaand beperkt te achten op de aspecten schrijven (niet langdurig) (aspect 2.4) en fijn motorische hand- en vingerbeweging (geen priegelwerk met rechterpink en ringvinger) (aspect 4.3.7) en voorts geen verdere beperkingen aan te nemen op toetsenbord bedienen en muis hanteren (aspect 4.5), schroefbewegingen met hand en arm (aspect 4.7) en frequent reiken tijdens het werk (aspect 4.9). Voor het aannemen van een urenbeperking hebben Elemans en de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen aanleiding gezien.


4.1.4.

Als uitgangspunt geldt dat de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke, door hem ingeschakelde deskundige kan volgen indien de door deze deskundige gebezigde motivering hem overtuigend voorkomt. Deze situatie doet zich hier voor. Het uitgebrachte deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is inzichtelijk en consistent. Elemans heeft kennis genomen van de gedingstukken en heeft betrokkene zelf onderzocht. Hij heeft voorts uitgebreid van zijn bevindingen gerapporteerd en de vragen van de rechtbank beantwoord. Er zijn geen specifieke bezwaren naar voren gebracht die een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van de in het rapport neergelegde zienswijze. Terecht heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep de FML aangepast conform het deskundigenrapport. Er is, zoals ook de rechtbank heeft geoordeeld, geen aanleiding het onderbouwde oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep als onjuist of als ontoereikend gemotiveerd aan te merken.


4.2.1.

Volgens vaste rechtspraak (uitspraken van 16 februari 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:AZ9073 en 3 februari 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL2913) rechtvaardigt geschiktheid voor eigen werk in beginsel de vooronderstelling dat van arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO en de Wet WIA geen sprake is. Dit is slechts anders indien dit werk niet meer voorhanden is en zich in het concrete geval bijzondere omstandigheden voordoen welke de juistheid van die vooronderstelling aantasten. Daarvan is naar het oordeel van de Raad in dit geval geen sprake. Die jurisprudentie houdt echter tevens in dat geschiktheid voor de maatmanarbeid eerst dan de vooronderstelling rechtvaardigt dat geen sprake meer is van arbeidsongeschiktheid indien de betrokken maatmanarbeid in volle omvang - zowel wat belasting als wat duur betreft - kan worden verricht. Daarbij is niet van belang of van de werkgever in redelijkheid kan worden gevergd de werkplek aan te passen.


4.2.2.

Betrokkene heeft ter zitting van de rechtbank verklaard dat hij ruim meer dan vier uur per dag achter de computer zit, dat hij ongeveer 60% in de auto zat en 40% achter de computer/op kantoor en dat, als hij het schrijven op de laptop moet doen, het aantal uren werken achter de computer hoger wordt. Gelet op het verweerschrift en het verhandelde ter zitting van de Raad heeft betrokkene hiermee bedoeld te zeggen dat er in de maatmanfunctie sprake was van 60% klantenbezoek inclusief de autorit ernaar toe en 40% kantoorwerk. De uitleg van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in zijn rapport van 10 maart 2014 kan niet worden gevolgd, omdat dit neer zou komen op activiteiten die meer dan 100% van de werkdag beslaan en omdat de autoritten op zichzelf weliswaar een wezenlijk onderdeel van de werktijd innemen, maar gelet op de maatmanfunctie van mededirecteur van een assurantietussenpersoon niet 60% van de werktijd. Hierbij wordt verwezen naar het rapport van de arbeidsdeskundige van 10 februari 2012, waarin de taken in de maatgevende functie zijn omschreven. Bij een gemiddelde werkdag van 9,39 uur komt de verklaring van betrokkene neer op 5,63 uur klantenbezoek inclusief autorijden (60%) en 3,76 uur kantoorwerk (40%).


4.2.3.

Betrokkene heeft voorts verklaard dat hij gemiddeld vier klanten per dag bezocht en dat een bezoek 1 tot 2 uur kan duren. Bij gemiddeld 5,63 uur klantenbezoek inclusief autorijden per dag duurt een klantenbezoek inclusief de autorit dus gemiddeld 1,41 uur. De rechtbank heeft daarbij evenwel niet onderkend dat een klantenbezoek van gemiddeld 1,41 uur (de rechtbank ging uit van een klantenbezoek van 1 tot 2 uur) inclusief de autorit van en naar de klant is en dat in die tijd niet hoeft te worden geschreven. Blijkens de gedingstukken beslaat het klantengebied in de maatmanfunctie ongeveer 30 tot 40 vierkante kilometer, wat erop neer komt dat een autorit van en naar de klant gemiddeld een half uur in beslag neemt. Het eigenlijke klantenbezoek duurt dan gemiddeld 0,91 uur. Tussen partijen is niet in geschil dat tijdens een klantbezoek ongeveer de helft van de tijd wordt geschreven. Tegenover Elemans en ter zitting van de Raad heeft appellant verklaard dat hij nog steeds schrijft, zij het in korte stukjes. In het deskundigenrapport van 8 juli 2013 heeft Elemans over het schrijven toegelicht dat het voorstelbaar is dat betrokkene niet goed voelt hoe hij schrijft door het dove gevoel van de buitenzijde van de rechter hand, de pink en de ringvinger. Daarom acht Elemans het aannemelijk dat betrokkene beperkt is op langdurig achtereen (ongeveer 5 minuten achtereen) nauwkeurig schrijven.


4.2.4.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bij de gemachtigde van betrokkene nader uitvraag gedaan naar betrokkenes werkzaamheden en de belasting daarin. Op de vraag “Hoeveel schrijfwerk was aanwezig?” is geantwoord: “Gedurende het gesprek worden er aantekeningen gemaakt. Bij het uitwerken van de adviezen en verdere kantoorwerkzaamheden gedurende de gehele dag door.” In haar rapport van 2 december 2013 heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep vermeld dat tijdens het gesprek met de klant aantekeningen worden gemaakt waarbij kan worden opgemerkt dat dit niet gedurende het volledige gesprek is. Betrokkene heeft dit niet nader gespecificeerd. Vanuit eigen ervaring weet de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep dat men trefwoorden opschrijft en in een gesprek van één uur gedurende misschien de helft (van de tijd) aantekeningen maakt. Ter zitting van de Raad heeft betrokkene deze stellingname door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bevestigd. Nu het gaat om het noteren van trefwoorden verspreid over een gesprek van bijna een uur, is geen sprake van langdurig nauwkeurig schrijven. Daarmee wordt de belastbaarheid in de maatmanfunctie op punt 2.4 niet overschreden


4.2.5.

Volgens de FML is betrokkene licht beperkt op het werken met toetsenbord en muis, hij kan zo nodig gedurende de helft van de werkdag (ongeveer vier uren) een toetsenbord bedienen en een muis hanteren (4.6). Betrokkene heeft op vragen van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep geantwoord dat het computerwerk in de maatmanfunctie minimaal twee uur per werkdag bedroeg. Uitgaande van gemiddeld 3,76 uur kantoorwerk per werkdag is gemiddeld minimaal twee uur computerwerk reëel, gelet ook op de overige (neven)werkzaamheden op kantoor en ondernemersactiviteiten. Verwezen wordt hier naar het rapport van de arbeidsdeskundige van 10 februari 2012. Daarmee wordt de belastbaarheid in de maatmanfunctie op punt 4.6 niet overschreden.


4.2.6.

De belasting in de maatmanfunctie blijft ook op de overige punten binnen de belastbaarheid van betrokkene. Er is geen medische grond waarom betrokkene niet in staat zou zijn om in een auto te rijden, aangezien betrokkene op dit aspect blijkens de FML niet beperkt wordt geacht. Dit is in overeenstemming met de visie van de deskundige Elemans, die in zijn rapport van 8 juli 2013 heeft toegelicht dat betrokkene niet beperkt is voor grove en niet-gecompliceerde motorische handelingen als het bedienen van het stuur en de (automatische) transmissie. Voorts heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep in haar rapport van 2 december 2013 overtuigend toegelicht dat bij autorijden geen sprake is van trillingsbelasting op de rechterpols.


4.3.

Hetgeen is overwogen in 4.1. en 4.2 leidt tot de conclusie dat betrokkene met ingang van 15 april 2014 op juiste gronden niet meer arbeidsongeschikt wordt geacht, waardoor geen recht meer bestaat op een uitkering op grond van de Wet WIA. Het hoger beroep van het Uwv slaagt. De aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen uitspraak komen voor vernietiging in aanmerking. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen wordt het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


4.4.

Gelet op hetgeen is overwogen in 4.1.1 tot en met 4.1.4 slaagt het incidentele hoger beroep van betrokkene niet.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep


- vernietigt de tussenuitspraak;

- vernietigt de aangevallen uitspraak;

- verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en Ch. van Voorst en

P.H. Banda als leden, in tegenwoordigheid van J.R. van Ravenstein als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 september 2015.




(getekend) D.J. van der Vos




(getekend) J.R van Ravenstein




GdJ