Centrale Raad van Beroep, 23-09-2015 / 14/2523 WW


ECLI:NL:CRVB:2015:3363

Inhoudsindicatie
Het oordeel van de voorzieningenrechter wordt onderschreven. Zoals de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen gaat het in het kader van de 4 uit 5 eis om het daadwerkelijk ontvangen van loon. Niet in geschil is dat appellant geen loon heeft ontvangen van NED 1. Dat appellant niet kan worden tegengeworpen dat hij geen loon heeft ontvangen, maakt dit niet anders. Verwijzing naar de aangevallen uitspraak.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-09-23
Publicatiedatum
2015-10-06
Zaaknummer
14/2523 WW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/2523 WW

Datum uitspraak: 23 september 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland van 25 maart 2014, 14/106 en 13/1496 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L.M. Seriese hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 augustus 2015. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Seriese. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. W.M.G. van Nieuwburg.

OVERWEGINGEN

1.1.

Bij besluit van 1 mei 2013 heeft het Uwv appellant in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) over de periode van 1 april 2013 tot en met 30 juni 2013. Bij besluit van 27 mei 2013 heeft het Uwv het verzoek van appellant om de gegevens van zijn arbeidsverleden te wijzigen afgewezen.


1.2.

Bij besluit van 16 juli 2013 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen voornoemde besluiten ongegrond verklaard.


2.1.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de voorzieningenrechter het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter heeft hiertoe kort samengevat het volgende overwogen. Tussen partijen is in geschil of appellant ter zake van zijn per 1 april 2013 ingetreden werkloosheid voldoet aan de zogenaamde 4 uit 5 eis en of hij aldus voldoende arbeidsverleden heeft opgebouwd om in aanmerking te kunnen komen voor een verlengde WW-uitkering. Daarbij is in deze zaak in het bijzonder in geding of appellant in het kalenderjaar 2008 over voldoende, zijnde 52, dagen loon uitbetaald heeft gekregen. In dit verband houdt partijen verdeeld over de beantwoording van de vragen of de dagen die appellant (mogelijk) heeft gewerkt voor NED 1 zijn aan te merken als loondagen en of het Uwv de ziekteperiode van appellant onjuist heeft geregistreerd waardoor appellant ten onrechte geen uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) heeft ontvangen in 2008.


2.2.

Tussen partijen was het oordeel van de voorzieningenrechter niet in geschil dat appellant wat betreft de gestelde gewerkte dagen bij NED 1 geen loon heeft ontvangen. Onder verwijzing naar rechtspraak van de Raad (ECLI:NL:CRVB:2008:BC4066) heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat, nu geen sprake is van daadwerkelijk ontvangen loon, reeds om die reden de gestelde gewerkte dagen bij NED 1 niet als loondagen kunnen worden aangemerkt.


2.3.

Verder heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat appellant geen bezwaar heeft gemaakt tegen de intrekking van de ZW-uitkering per 6 oktober 2008, zodat er per die datum geen recht op ZW-uitkering is ontstaan. De voorzieningenrechter is tot de conclusie gekomen dat het Uwv zich terecht en op goede gronden op het standpunt heeft gesteld dat er in het kalenderjaar 2008 geen loondagen zijn vanwege het ontvangen van een ZW-uitkering.


2.4.

Nu het aantal loondagen in 2008 beperkt blijft tot 46 kan dit kalenderjaar niet meetellen voor de 4 uit 5 eis. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het Uwv daarom terecht en op goede gronden geweigerd de gegevens over het arbeidsverleden van appellant te wijzigen en het recht op een WW-uitkering beperkt tot de periode van 1 april 2008 tot en met 30 juni 2008.


3.1.

In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de voorzieningenrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een verlengde WW-uitkering omdat hij onvoldoende loondagen zou hebben gehad. Kort samengevat heeft appellant hiertoe zijn gronden in beroep herhaald, namelijk dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij in 2008 niet is betaald door NED 1 en dat het Uwv zijn ziekmelding niet correct heeft geadministreerd.


3.2.

Het Uwv heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Voor het toepasselijke wettelijk kader wordt verwezen naar de overwegingen 6.1 tot en met 6.5 van de aangevallen uitspraak.


4.2.

Het oordeel van de voorzieningenrechter, en de uitgebreide overwegingen die tot dit oordeel hebben geleid, worden onderschreven. Zoals de voorzieningenrechter terecht heeft overwogen gaat het in het kader van de 4 uit 5 eis om het daadwerkelijk ontvangen van loon. Niet in geschil is dat appellant geen loon heeft ontvangen van NED 1. Dat appellant niet kan worden tegengeworpen dat hij geen loon heeft ontvangen, maakt dit niet anders. Volstaan wordt overigens met te verwijzen naar de aangevallen uitspraak.


4.3.

Uit hetgeen is overwogen onder 4.2 volgt dat het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal dan ook worden bevestigd. Omdat het hoger beroep niet slaagt, is er geen grondslag voor veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente, zodat dit verzoek zal worden afgewezen.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.








BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep:


- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.



Deze uitspraak is gedaan door H.G. Rottier als voorzitter en B.M. van Dun en C.C.W. Lange als leden, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2015.




(getekend) H.G. Rottier




(getekend) P. Boer




AP