Centrale Raad van Beroep, 12-10-2015 / 13-2623 WIA


ECLI:NL:CRVB:2015:3524

Inhoudsindicatie
Ter uitvoering van de tussenuitspraak (ECLI:NL:CRVB:2015:603) heeft het Uwv een rapport van de arbeidsdeskundige ingezonden. Met de nadere motivering is het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek in de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit hersteld.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-10-12
Publicatiedatum
2015-10-15
Zaaknummer
13-2623 WIA
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/2623 WIA

Datum uitspraak: 12 oktober 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Einduitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van

5 april 2013, 12/1189 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft op 2 maart 2015 een tussenuitspraak gedaan, ECLI:NL:CRVB:2015:603.

Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv bij brief van 18 maart 2015 een rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ingezonden.

Met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), verbinding met artikel 8:108, eerste lid, van de Awb, is afgezien van een nader onderzoek ter zitting, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

1. In de tussenuitspraak is geoordeeld dat de medische grondslag van het besluit van 25 april 2012 (bestreden besluit) voldoende deugdelijk is gemotiveerd, maar dat de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit, meer in het bijzonder de geschiktheid van de voor appellant geselecteerde voorbeeldfuncties, niet berust op een deugdelijke motivering. Het Uwv is opdracht gegeven dit gebrek te herstellen.


2. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft het Uwv een rapport van

16 maart 2015 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep ingezonden. In dit rapport heeft de arbeidsdeskundige geconcludeerd dat de functie van medewerker rozenkwekerij

(SBC-code 111010) bij nader inzien ongeschikt is voor appellant. In deze functie wordt de belastbaarheid van appellant op beoordelingspunt torderen ontoelaatbaar overschreden. Wat betreft de overige voor appellant geselecteerde functies heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep per functie nader toegelicht waarom deze functies in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant. Vervolgens heeft hij geconcludeerd dat het vervallen van de functie medewerker rozenkwekerij niet leidt tot een wijziging van de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.


3. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


3.1.

De door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep gegeven nadere motivering in het rapport van 16 maart 2015 is, gelet op de opdracht in de tussenuitspraak, deugdelijk. Uitgaande van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 13 oktober 2011 en de door de arbeidskundige bezwaar en beroep gegeven nadere toelichting, zijn de aan de schatting ten grondslag liggende functies in verzekeringsgeneeskundig opzicht geschikt voor appellant.


3.2.

Uit 3.1 volgt dat met de nadere motivering het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek in de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit is hersteld. Dit leidt er toe dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


4. Er is aanleiding om het Uwv te veroordelen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep. Deze kosten worden begroot op€ 980,- voor verleende rechtsbijstand in beroep en op € 980,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep, in totaal € 1.960,-.




BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep


- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van

in totaal € 160,- vergoedt;

- veroordeelt het Uwv in de kosten van appellant in beroep en hoger beroep tot een bedrag van

€ 1.960,-



Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van W. de Braal als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 oktober 2015.




(getekend) D.J. van der Vos




(getekend) W. de Braal




AP