Centrale Raad van Beroep, 23-09-2015 / 14/5150 WIA-R


ECLI:NL:CRVB:2015:3590

Inhoudsindicatie
Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 20 mei 2015, zie ECLI:NL:CRVB:2015:3589 voor de gerectificeerde tekst.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-09-23
Publicatiedatum
2015-10-19
Zaaknummer
14/5150 WIA-R
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/5150 WIA-R, 14/5151 WIA-R

Datum uitspraak: 23 september 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 20 mei 2015, 14/5150 WIA en 14/5151 WIA

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

De Raad heeft vastgesteld dat zijn uitspraak van 20 mei 2015 een kennelijke fout bevat. Het betreft een verkeerde weergave van alinea 2.1.

De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over een rectificatie van de uitspraak.

Beide partijen hebben geen reactie gegeven.

OVERWEGINGEN

De Raad wijzigt de uitspraak van 20 mei 2015 als volgt.


Pagina 2, overweging 2.1 wordt:


2.1.

De rechtbank heeft het tegen bestreden besluit 1 ingestelde beroep bij de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het beroep te laat is ingesteld. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het Uwv niet heeft kunnen aantonen dat bestreden besluit 1 op of omstreeks 5 juli 2012 is verzonden en dat niet in geschil is dat appellant op 24 juni 2013 een aantal stukken van het Uwv heeft ontvangen, waaronder bestreden besluit 1. De rechtbank is er daarom vanuit gegaan dat de beroepstermijn is aangevangen op 23 juni 2013 en is geëindigd op 3 augustus 2013. De brieven die het Uwv op 30 augustus 2013 op verzoek van appellant aan de rechtbank heeft doorgestuurd kunnen volgens de rechtbank niet worden aangemerkt als tijdig ingediende beroepschriften. Het gaat daarbij zowel om een brief van

30 juli 2013 van de gemachtigde van appellant aan het Uwv als om de daarbij gevoegde bijlage, een brief van 14 juli 2013 van appellant aan diens gemachtigde, met welke brieven de gronden van het bezwaar tegen bestreden besluit 2 zijn aangevuld. Uit de brief van 30 juli 2013 valt naar het oordeel van de rechtbank op geen enkele wijze af te leiden dat deze is gericht tegen bestreden besluit 1. Appellant heeft volgens de rechtbank dan ook niet eerder dan op 30 augustus 2013 beoogd beroep in te stellen tegen bestreden besluit 1, op welk moment de beroepstermijn was verstreken. De rechtbank is voorts niet gebleken dat sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.


Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep rectificeert de uitspraak van 20 mei 2015, 14/5150 WIA en 14/5151 WIA, als in de overwegingen is weergegeven.



Deze uitspraak is gedaan door B.M. van Dun als voorzitter en J.J.T. van den Corput en

F.M.S. Requisizione als leden, in tegenwoordigheid van M.D.F. de Moor als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 september 2015.




(getekend) B.M. van Dun




(getekend) M.D.F. de Moor.




NK