Centrale Raad van Beroep, 14-10-2015 / 14/2565 WWAJ


ECLI:NL:CRVB:2015:3679

Inhoudsindicatie
Weigering aanvraag uitkering op grond van de Wet Wajong. Voldoende medische grondslag. Er is geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank, dat de functies in medisch opzicht passend zijn voor appellante, niet te volgen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-10-14
Publicatiedatum
2015-10-23
Zaaknummer
14/2565 WWAJ
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/2565 WWAJ

Datum uitspraak: 14 oktober 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van

21 maart 2014, 13/3263 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. S.T. Dieters, advocaat, hoger beroep ingesteld. In de loop van de procedure heeft mr. B. van Dijk, advocaat, zich als opvolgend gemachtigde gesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 september 2015. Appellante is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door

mr. A.I. Damsma.

OVERWEGINGEN

1. Appellante is geboren op 26 september 1991. Op 26 september 2009 is zij 18 jaar oud geworden. Op 2 april 2013 heeft zij een aanvraag op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jong gehandicapten (Wet Wajong) ingediend.


2.1.

Bij besluit van 3 juni 2013 heeft het Uwv geweigerd appellante in aanmerking te brengen voor de gevraagde uitkering.


2.2.

Bij besluit van 26 november 2013 (bestreden besluit) is het bezwaar tegen het besluit van 3 juni 2013 ongegrond verklaard.


2.3.1.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Hiertoe is overwogen dat er onvoldoende grond is om te twijfelen aan juistheid van de door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in aanmerking genomen beperkingen. De aanwezige medische gegevens zijn meegewogen en de verzekeringsarts bezwaar en beroep is ingegaan op de stelling van appellante dat het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) onjuist is gehanteerd. De rechtbank onderschrijft de reactie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De rechtbank heeft voorts overwogen dat de functies waar de schatting op gebaseerd is, passend zijn. Volgens de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep voldoende inzichtelijk gemotiveerd waarom de functies, uit medisch oogpunt, geschikt zijn voor appellante en zij beschikt over het voor die functies juiste opleidingsniveau.


2.3.2.

Tot slot overweegt de rechtbank dat het Uwv niet onzorgvuldig heeft gehandeld ten aanzien van de hoorzitting in de bezwaarfase. Appellante heeft immers zelf aangegeven van de hoorzitting af te zien.


3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat is miskend dat volgens de door het Uwv gehanteerde richtlijnen (CBBS-handboek) bij het hanteren van een beperking op 1.9.2. ook op 1.4, 1.5 en 1.6 beperkt moet worden gescoord. De verzekeringsarts bezwaar en beroep doet nu voorkomen of appellante geen beperkingen kent op deze aspecten. Bij appellante is sprake van een lage intelligentie respectievelijk een lage GAF-score en niet is onderbouwd waarom de GAF-score niet van belang is.


4.1.

De Raad komt tot de volgende beoordeling, waarbij allereerst wordt verwezen naar het wettelijk kader, zoals in de overwegingen 2.1 en 2.2 van de aangevallen uitspraak is vermeld.


4.2.

De verzekeringsarts heeft rekening gehouden met de zeer lichte verstandelijke beperkingen van appellante. In de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is verwerkt dat appellante is aangewezen op een overzichtelijke en goed gestructureerde werksituatie. De verzekeringsarts heeft zich hierbij gebaseerd op het rapport van Inter-Psy naar aanleiding van intakegesprekken op 25 augustus 2011 en 12, 23 en 29 september 2011. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beoordeling en conclusies van de verzekeringsarts onderschreven. De Raad heeft in de gedingstukken geen aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan conclusie van de verzekeringsartsen. Met de beperkingen van appellante is in voldoende mate rekening gehouden in de FML. De stelling van appellante dat indien er een beperking is op onderdeel 1.9.2 (routine afhankelijk) er ook beperkingen op de onderdelen 1.4 (inzicht eigen kunnen), 1.5 (doelmatig handelen) en 1.6 (zelfstandig handelen) opgenomen dienen te worden, wordt door de Raad niet gevolgd. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 7 november 2013 uiteen gezet waarom de onderdelen 1.4, 1.5 en 1.6 niet beperkt zijn. De Raad acht deze toelichting voldoende. Ook met de GAF-score van appellante is rekening gehouden.


4.3.

De schatting is gebaseerd op de functies inpakker (handmatig) (11190), sorteerder (111340) en schoonmaker hotel (111332). Er zijn geen arbeidskundige gronden ingediend. Er is geen aanleiding om het oordeel van de rechtbank, dat de functies in medisch opzicht passend zijn voor appellante, niet te volgen.


5. Uit 4.2 en 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


6. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.


Deze uitspraak is gedaan door J.S. van der Kolk in tegenwoordigheid van

C.M.A.V. van Kleef als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

14 oktober 2015.




(getekend) J.S. van der Kolk




(getekend) C.M.A.V. van Kleef



IvR