Centrale Raad van Beroep, 03-12-2015 / 15/2213 TW


ECLI:NL:CRVB:2015:4353

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag voor een toeslag op grond van de TW. Uit de gegevens van Suwinet blijkt dat het inkomen van eiser in geen enkele maand in de periode in geding onder het grensinkomen ligt om voor een toeslag in aanmerking te komen. Er is geen grond om aan te nemen dat deze gegevens niet zouden kloppen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-12-03
Publicatiedatum
2015-12-09
Zaaknummer
15/2213 TW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

15/2213 TW

Datum uitspraak: 3 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

23 februari 2015, 14/9435 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. L. Kuijper, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 oktober 2015. Appellant is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

drs. J.C. van Beek.

OVERWEGINGEN


1.1.

Appellant heeft op 28 mei 2014 bij het Uwv een aanvraag ingediend voor een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) per 22 oktober 2012.


1.2.

Bij besluit van 16 juni 2014 heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen, omdat zijn inkomen niet onder het voor hem geldende sociale minimum lag.


1.3.

Bij besluit van 2 september 2014 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 juni 2014 ongegrond verklaard. Het voor appellant geldende sociale minimum bedroeg € 50,49 per dag. De hoogte van de aan appellant toegekende uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) bedroeg van 22 oktober 2012 tot 1 december 2012 € 64,67 per dag en vanaf 1 december 2012 was dat € 60,36 per dag. Het inkomen van appellant was daarmee te hoog om in aanmerking te komen voor een toeslag.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank het volgende overwogen, waarbij appellant als eiser en het Uwv als verweerder is aangeduid:


”3. De rechtbank overweegt dat verweerder bij de vaststelling van het inkomen van eiser is uitgegaan van de gegevens zoals die vermeld staan in Suwinet. De rechtbank heeft geen grond om aan te nemen dat deze gegevens niet zouden kloppen. Daarbij heeft zij in aanmerking genomen dat van de kant van eiser geen stukken zijn overgelegd die doen twijfelen aan de loongegevens zoals die in Suwinet vermeld staan. Nu uit de gegevens van Suwinet blijkt dat het inkomen van eiser in geen enkele maand in de periode in geding onder het grensinkomen ligt om voor een toeslag in aanmerking te komen, heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank terecht geweigerd aan eiser een TW-uitkering toe te kennen.”


3. In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij maandelijks minder dan € 600,- aan

WW-uitkering ontvangt, zodat hij wel recht heeft op een toeslag.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Het oordeel van de rechtbank en de overwegingen die de rechtbank tot dat oordeel hebben geleid worden onderschreven. Hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd vormt een herhaling van hetgeen hij al in bezwaar en beroep heeft aangevoerd. Appellant heeft ook in hoger beroep geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de gegevens die in Suwinet staan vermeld niet zouden kloppen en dat hij vanaf 22 oktober 2012 een inkomen heeft gehad beneden het voor hem geldende sociale minimum.


4.2.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.


5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door A.I. van der Kris, in tegenwoordigheid van L.H.J. van Haarlem als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 december 2015.



(getekend) A.I. van der Kris




(getekend) L.H.J. van Haarlem



JL