Centrale Raad van Beroep, 11-12-2015 / 14/4294 WIA


ECLI:NL:CRVB:2015:4496

Inhoudsindicatie
WGA-vervolguitkering (35 tot 80% arbeidsongeschikt). Geen aanleiding om de deugdelijk onderbouwde en overtuigende conclusies van de verzekeringsartsen voor onjuist te houden. Beperkingen niet onderschat. Geschiktheid voor de geduide functies.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-12-11
Publicatiedatum
2015-12-14
Zaaknummer
14/4294 WIA
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/4294 WIA

Datum uitspraak: 11 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

27 juni 2014, 12/6391 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant is hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2015. Namens appellant is verschenen mr. J. Nijssen, advocaat. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. J. Koning.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellant was laatstelijk werkzaam als loodsmedewerker/heftruckchauffeur. Voor dit werk is hij op 24 juni 2007 uitgevallen met schouderklachten als gevolg van een bedrijfsongeval. Appellant ontving met ingang van 21 juni 2009 een loongerelateerde

WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Bij besluit van 14 augustus 2012 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant met ingang van

21 juli 2012 recht had op een WGA-vervolguitkering, op de grond dat hij met ingang van die datum voor 35 tot 80% arbeidsongeschikt was.


1.2.

Bij besluit van 13 november 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv, na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek, het bezwaar van appellant tegen het besluit van 14 augustus 2012 ongegrond verklaard. Aan dit besluit ligt een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 5 november 2012 ten grondslag.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat geen aanleiding bestaat het resultaat van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt voor onjuist te houden. De verzekeringsartsen van het Uwv hebben voor appellant beperkingen voor het verrichten van arbeid opgenomen in de FML voor zover zijn klachten konden worden geobjectiveerd. In de medische informatie is geen aanleiding te vinden voor het oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen van appellant op de datum in geding heeft onderschat. De rechtbank heeft voorts de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.


3.1.

Appellant heeft in hoger beroep aangevoerd dat het Uwv onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn diverse gezondheidsklachten.


3.2.

Het Uwv heeft verzocht om bevestiging van de aangevallen uitspraak.


4. Het oordeel van de Raad.


4.1.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat geen aanleiding bestaat de resultaten van het verzekeringsgeneeskundig onderzoek voor onjuist te houden. Een verzekeringsarts van het Uwv heeft vastgesteld dat appellant beperkingen heeft als gevolg van zijn obstructief slaapapneusyndroom (OSAS), allergie voor huisstofmijt en pollen, luchtwegklachten, nagelafwijkingen en diverse lichamelijke pijnklachten zonder duidelijke verklaring. Er is geen duidelijke psychische stoornis vast te stellen, maar appellant lijdt, zoals de huisarts heeft vermeld, mogelijk aan somatisatie. De lever- en niercystes zijn geobserveerd, maar deze hebben geen invloed op de belastbaarheid van appellant. Ook heeft de verzekeringsarts een urenbeperking opgenomen in de FML. In reactie op de door appellant in beroep overgelegde medische informatie heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep te kennen gegeven dat de door de KNO-arts gevonden aandoening in de schildklierkwab geen aanleiding geeft meer beperkingen in de FML op te nemen. Bovendien is dit een nieuw feit dat niet ziet op de datum in geding. De overige informatie was reeds bekend. De medische informatie die appellant in hoger beroep heeft overgelegd was ook al bekend. De nieuwe informatie van de internist van 22 juli 2014 ziet niet op appellants beperkingen op de datum in geding. Geen aanleiding bestaat om de deugdelijk onderbouwde en overtuigende conclusies van de verzekeringsartsen voor onjuist te houden. De door appellant in hoger beroep overgelegde medische informatie geeft geen aanleiding voor twijfel aan de juistheid van de verzekeringsgeneeskundige grondslag van het bestreden besluit. Er is daarom geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen.


4.2.

Met juistheid heeft de rechtbank geoordeeld dat de functies die aan de schatting ten grondslag zijn gelegd in medisch opzicht geschikt zijn voor appellant, gelet op de aan deze functies verbonden belastende aspecten. Dit is met het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 13 november 2012 voldoende verifieerbaar en inzichtelijk toegelicht.


4.3.

Uit 4.1 en 4.2 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van I. Mehagnoul als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 11 december 2015.




(getekend) Ch. van Voorst




(getekend) I. Mehagnoul




NK