Centrale Raad van Beroep, 10-12-2015 / 15/1160 AW


ECLI:NL:CRVB:2015:4570

Inhoudsindicatie
Toekenning van en overgang naar de LFNP-functie Generalist Intake & Service in het vakgebied Intake & Service, met bijbehorende schaal. Geen consequenties verbonden aan de constatering dat appellant terecht heeft aangevoerd dat de termijn waarbinnen de korpschef een beslissing op bezwaar had moeten nemen, is overschreden. De matching is geschied in overeenstemming met de Regeling overgang naar een LFNP functie, en de bijbehorende transponeringstabel. Beroep op hardheidsclausule en gelijkheidsbeginsel faalt.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-12-10
Publicatiedatum
2015-12-17
Zaaknummer
15/1160 AW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

15/1160 AW

Datum uitspraak: 10 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van

20 januari 2015, 14/4217 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellant)

de korpschef van politie (korpschef)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

De korpschef heeft twee verweerschriften ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2015. Appellant is verschenen.

De korpschef heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. F.A.N. Bot en F.J.H. Gunther.

OVERWEGINGEN


1.1.

In het Akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie 2008-2010 is onder meer afgesproken dat voor de sector Politie landelijk een nieuw functiegebouw zal gaan gelden. Daartoe is een stelsel van (uiteindelijk) 92 functies met daarbij behorende functiebenamingen ontwikkeld, voorzien van een waardering per functie. Dit geheel wordt aangeduid als het Landelijk Functiegebouw Nationale Politie (LFNP) en is vastgelegd in de Regeling vaststelling LFNP (Stcrt. 2013, nr. 13079). Voor een uiteenzetting over de onderscheiden stappen in het kader van de invoering van het LFNP alsmede een weergave van de toepasselijke regelgeving verwijst de Raad naar zijn uitspraken van 1 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1550 en ECLI:NL:CRVB:2015:1663.


1.2.

Na het voornemen daartoe, waartegen appellant zijn zienswijze kenbaar heeft gemaakt, is het verzoek van appellant om functieonderhoud van de functie Medewerker Bijzondere Wetten A bij besluit van 20 oktober 2011 afgewezen. Tegen dit besluit heeft appellant geen rechtsmiddelen aangewend, zodat dit besluit in rechte vaststaat.


1.3.

Bij besluit van 24 oktober 2011 is de uitgangspositie van appellant in het kader van het Landelijke Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP) vanaf 31 december 2009 tot en met

31 maart 2011 vastgesteld op de functie Medewerker Bijzondere Wetten A, salarisschaal 7. Ook tegen dit besluit heeft appellant geen rechtsmiddelen aangewend, zodat ook dit besluit in rechte vaststaat.


1.4.

Op 16 december 2013 heeft de korpschef ten aanzien van appellant besloten tot toekenning van en overgang naar de LFNP-functie Generalist Intake & Service in het vakgebied Intake & Service, met bijbehorende schaal 7 op 1 januari 2012. Het bezwaar daartegen is bij besluit van 12 juni 2014 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.


2.1.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daartoe heeft de rechtbank in de eerste plaats overwogen dat het bestreden besluit niet bevoegd is genomen. De rechtbank heeft dit bevoegdheidsgebrek gepasseerd met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


2.2.

De rechtbank heeft verder overwogen, voor zover van belang, dat in de door appellant naar voren gebrachte omstandigheden geen grond is te vinden voor toepassing van de hardheidsclausule.


2.3.

Het beroep van appellant op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat geen sprake is van gelijke gevallen.


3. Appellant heeft op hierna te bespreken gronden hoger beroep ingesteld.


4. De Raad overweegt als volgt.


4.1.

Appellant heeft aangevoerd dat de korpschef de termijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar heeft overschreden. De korpschef heeft het bezwaarschrift tegen het besluit van 16 december 2013 ontvangen op 21 januari 2014. Op 12 juni 2014 heeft de korpschef een beslissing op bezwaar genomen. Daarmee is de termijn voor het nemen van een beslissing op bezwaar op grond van artikel 7:10, eerste lid, van de Awb overschreden. Het gaat hier echter om een termijn van orde. Aan de enkele overschrijding daarvan heeft de wetgever, behoudens de mogelijkheid om tegen het uitblijven van een beslissing op bezwaar beroep in te stellen of een dwangsomprocedure op te starten, geen ander gevolg verbonden dan - in voorkomende gevallen - de mogelijkheid van vergoeding van schade. In dit geval is geen schadevergoeding gevorderd. De Raad zal daarom volstaan met de constatering dat appellant op zichzelf terecht heeft aangevoerd dat de termijn waarbinnen de korpschef een beslissing op bezwaar had moeten nemen, is overschreden.


4.2.

Tussen partijen is niet in geschil dat de matching is geschied in overeenstemming met de Regeling en de bijbehorende transponeringstabel. Volgens appellant had echter toepassing moeten worden gegeven aan de hardheidsclausule en had hij moeten overgaan naar de

LFNP-functie Senior GGP, salarisschaal 8, of, subsidiair, de LFNP-functie Senior Intake & Service, salarisschaal 8. Appellant heeft naar voren gebracht dat hij vanaf 2012, mede in verband met het vertrek van de coördinator bijzondere wetten en ziekte van collega’s, heeft gefunctioneerd op seniorniveau. Dit blijkt uit een op 17 april 2013 vastgestelde beoordeling. De overgang naar de LFNP-functie Generalist Intake & Service betekent een verschraling van zijn huidige taken en zelfstandigheid.


4.3.

Artikel 5, vierde lid, van de Regeling bepaalt dat, indien de toepassing van het tweede of derde lid in individuele gevallen leidt tot onbillijkheden van overwegende aard of indien sprake is van een bijzondere situatie, het bevoegd gezag na afweging van de belangen van het individu en van de organisatie kan afwijken van het tweede en het derde lid.


4.4.

De hardheidsclausule ziet naar aard en bewoordingen op onbillijkheden van overwegende aard in individuele gevallen en op bijzondere situaties die de regelgever bij het tot stand brengen van de Regeling niet heeft voorzien. Zoals in de uitspraak van 1 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1550, is overwogen, is de hardheidsclausule niet bedoeld om alsnog rekening te houden met werkzaamheden die buiten de uitdrukkelijk door de regelgever aangewezen peilperiode vallen of waarvoor destijds geen functieonderhoud is aangevraagd. Verder is inherent aan de (door de regelgever) bewust gekozen wijze waarop moet worden gematcht dat een politieambtenaar kan overgaan naar een LFNP-functie waarvan de inhoud afwijkt van zijn korpsfunctie. Een eventuele verschraling van het takenpakket van een betrokkene kan dan ook niet worden beschouwd als een onbedoelde onbillijke uitwerking van de Regeling. Gezien deze uitgangspunten heeft de korpschef zich in dit geval in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat niet is gebleken van omstandigheden die het toepassen van de hardheidsclausule rechtvaardigen.


4.5.

Tot slot heeft appellant een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Hij heeft erop gewezen dat uitsluitend bij de Politie eenheid Oost-Nederland de functie van Medewerker Bijzondere Wetten A is ingedeeld in het vakgebied Intake & Service in plaats van in het vakgebied GGP. De Raad volgt het standpunt van de korpschef dat geen sprake is van gelijke gevallen, nu het verschil in indeling voortvloeit uit verschillen tussen de functiebeschrijvingen van de desbetreffende voormalige korpsfuncties in combinatie met de door de regelgever gekozen matchingssystematiek.


4.6.

Uit 4.1 tot en met 4.5 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.



Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma, in tegenwoordigheid van C.M. Fleuren als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 december 2015.




(getekend) J.N.A. Bootsma




De griffier is buiten staat te ondertekenen



HD