Centrale Raad van Beroep, 16-12-2015 / 14/1624 AWBZ-R


ECLI:NL:CRVB:2015:4577

Inhoudsindicatie
Uitspraak tot rectificatie van een uitspraak van de Raad van 23-9-2015. Zie ECLI:NL:CRVB:2015:4579 voor de gerectificeerde uitspraak.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-12-16
Publicatiedatum
2015-12-17
Zaaknummer
14/1624 AWBZ-R
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/1624 AWBZ-R

Datum uitspraak: 16 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak tot rectificatie van de uitspraak van de Raad van 23 september 2015, 14/1624 AWBZ

Partijen:

[appellanten] te (laastelijk gewoond hebbende te [woonplaats] ) (appellanten)

CAK




PROCESVERLOOP

De Raad heeft vastgesteld dat de uitspraak van de Raad van

23 september 2015, 14/1624 AWBZ in de overwegingen 2.3 en 2.4 fouten staan vermeld.


De Raad heeft daarin aanleiding gezien partijen in de gelegenheid te stellen zich schriftelijk uit te laten over het voornemen van de Raad om de uitspraak te rectificeren.


Partijen hebben van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.



OVERWEGINGEN


De Raad wijzigt de overwegingen 2.3 en 2.4. De juiste tekst van de overwegingen 2.3 en 2.4 staan hieronder vermeld. De verbeterde woorden zijn in deze overwegingen cursief weergegeven.


2.3.

De Raad stelt vast dat appellanten niet betwisten dat het CAK de eigen bijdrage van betrokkene heeft vastgesteld in overeenstemming met de in het Bbz neergelegde berekeningsregels en dat geen sprake is van een omstandigheid als genoemd onder 2.2. Zoals de Raad eerder heeft beslist (zie CRvB 4 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX1272) is deze

regeling voor de heffing van eigen bijdragen dwingendrechtelijk van aard en biedt zij geen ruimte om de eigen bijdrage in een concreet geval te matigen.


2.4.

Betrokkene heeft de voormalige eigen woning niet verkocht, maar om niet laten bewonen door haar zoon. Anders dan appellanten stellen vormt dit geen bijzondere omstandigheid die meebrengt dat toepassing van het Bbz zozeer in strijd is met algemene rechtsbeginselen dat die toepassing geen rechtsplicht kan opleveren en het CAK had moeten volstaan met het in rekening brengen van een lage eigen bijdrage. Voorzover appellanten betogen dat het niet in rekening brengen van een lage eigen bijdrage geen recht doet aan het gelijkheidsbeginsel zien zij er aan voorbij dat geen sprake is van gelijke gevallen ten opzichte van de verzekerden als genoemd onder 2.2. Voorzover zij betogen dat het draagkrachtbeginsel wordt geschonden verwerpt de Raad dit betoog reeds omdat betrokkene wel draagkracht had, gezien de mogelijkheid het in de woning besloten vermogen te laten renderen. Van een ongerechtvaardigde inbreuk op het ongestoord genot van haar eigendom als bedoeld in artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM is geen sprake. De eigen bijdrage is bij wet voorzien en streeft een legitieme doelstelling in het algemeen belang na, te weten het betaalbaar houden van de zorg. Gelet hierop en rekening houdend met de ruime beoordelingsmarge die de Staat hierbij toekomt kan niet staande worden gehouden dat aan het opleggen van een (hoge) eigen bijdrage een onevenwichtige afweging ten grondslag ligt tussen de gediende gemeenschapsbelangen en het fundamentele recht van het individu, dan wel dat er geen redelijke proportionaliteitsrelatie bestaat tussen het gekozen middel en het beoogde doel. Appellanten hebben niet aangetoond dat zij excessief getroffen zijn door de vastgestelde eigen bijdrage.


In de gerectificeerde uitspraak worden de overwegingen 2.3 en 2.4 in normale letters (dus niet cursief) weergegeven.


Aan deze uitspraak tot rectificatie is een gerectificeerd exemplaar van de oorspronkelijke uitspraak gehecht. De gerectificeerde uitspraak zal worden gepubliceerd op rechtspraak.nl.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van

23 september 2015, 14/1624 AWBZ als in de overwegingen is weergegeven.



Deze uitspraak is gedaan door A.J. Schaap als voorzitter en J.P.A. Boersma en L.M. Tobé als leden, in tegenwoordigheid van R.L. Rijnen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 december 2015.




(getekend) A.J. Schaap




(getekend) R.L. Rijnen


AP