Centrale Raad van Beroep, 24-12-2015 / 14-4311 WUV


ECLI:NL:CRVB:2015:4795

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag om toekenningen krachtens de Wuv. Geen bijzondere omstandigheden.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-12-24
Publicatiedatum
2015-12-28
Zaaknummer
14-4311 WUV
Procedure
Eerste en enige aanleg
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

14/4311 WUV

Datum uitspraak: 24 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen:

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft prof. mr. H. Loonstein, advocaat, beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 20 juni 2014, kenmerk BZ01733114 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2015. Appellant is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel.

OVERWEGINGEN

1. Appellant, geboren in 1957, heeft in december 2013 een aanvraag om toekenningen krachtens de Wuv ingediend. Bij besluit van 5 februari 2014 is deze aanvraag afgewezen. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij het bestreden besluit.


2. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


2.1.

Appellant is ruim na 1945 geboren en beroept zich op de oorlogservaringen van zijn ouders. Met ingang van 15 juli 1994 is de Wuv gesloten voor de tweede generatie. Sindsdien kunnen alleen personen die weliswaar vervolging in de zin van de Wuv hebben ondergaan, maar die niet voldoen aan de overige vereisten van de Wuv, alsmede personen die voldoen aan bedoelde vereisten en die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 in omstandigheden verkeerden welke overeenkomst vertonen met vervolging, nog in aanmerking komen voor gelijkstelling met de vervolgde op grond van artikel 3, tweede lid, van de Wuv.


2.2.

Wat betreft het beroep van appellant op bijzondere omstandigheden is van belang dat artikel 3, tweede lid, van de Wuv zelf al een anti-hardheidsbepaling is. Toepassing is aan de orde als het niet toepassen van de wet een klaarblijkelijke hardheid zou inhouden. Verruiming van het toepassingsbereik van het artikellid kan dus nimmer aan de orde zijn. Dat wordt niet anders doordat appellant meent dat hij vóór 1994 voldeed aan de toen geldende voorwaarden om voor voorzieningen krachtens de Wuv in aanmerking te komen.


2.3.

Verweerder was dus gehouden de aanvraag af te wijzen. Verweerder heeft voorts terecht het tegen die afwijzing gemaakte bezwaar als kennelijk ongegrond bestempeld en mocht er dus van afzien appellant naar aanleiding van dat bezwaar te horen.


2.4.

Het beroep is ongegrond.


3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van J.L. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2015.




(getekend) B.J. van de Griend




(getekend) J.L. Meijer




HD