Centrale Raad van Beroep, 24-12-2015 / 15-3982 WUBO


ECLI:NL:CRVB:2015:4805

Inhoudsindicatie
Ingangsdatum van de toekenningen.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-12-24
Publicatiedatum
2015-12-30
Zaaknummer
15-3982 WUBO
Procedure
Eerste en enige aanleg
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

15/3982 WUBO

Datum uitspraak: 24 december 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak in het geding tussen

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Pensioen- en Uitkeringsraad (verweerder)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. J.C.M. van Berkel, advocaat, beroep ingesteld tegen een besluit van verweerder van 28 april 2015, kenmerk BZ01776490 (bestreden besluit). Dit betreft de toepassing van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo).

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 november 2015. Daar is namens appellant verschenen mr. Van Berkel. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door A.L. van de Wiel.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de hier van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Appellant is geboren in 1933 in het toenmalig Nederlands-Indië. In maart 2014 heeft hij zich opnieuw tot verweerder gewend met een aanvraag om toekenningen op grond van de Wubo.


1.2.

Bij besluit van 9 juli 2014 is appellant op grond van psychische invaliditeit erkend als burger-oorlogsslachtoffer in de zin van de Wubo. Aan hem is ingaande 1 maart 2014 toegekend de toeslag ter verbetering van de levensomstandigheden, een vergoeding voor huishoudelijke hulp en een tegemoetkoming in de kosten van deelname aan het maatschappelijk verkeer. De eveneens gevraagde periodieke uitkering en een vergoeding voor vervoer voor het onderhouden van sociale contacten zijn niet toegekend.


1.3.

Het tegen het besluit van 9 juli 2014 gemaakt bezwaar heeft ertoe geleid dat bij het bestreden besluit aan appellant alsnog een vergoeding is toegekend voor vervoer voor het onderhouden van sociale contacten. Verweerder heeft geen aanleiding gezien de ingangsdatum van de toekenningen op een eerdere datum dan 1 maart 2014 vast te stellen.


2. Het beroep is gericht tegen de weigering van verweerder om de ingangsdatum van de toekenningen vast te stellen op een eerdere datum dan 1 maart 2014.


3. De Raad overweegt als volgt.


3.1.

Bij het bepalen van de ingangsdatum van de toekenningen heeft verweerder de hoofdregel van artikel 30, eerste lid, van de Wubo toegepast en deze gesteld op de eerste dag van de maand waarin de hernieuwde aanvraag is ingediend. Dat uitgangspunt wordt hier onderschreven. Van omstandigheden die aanleiding geven om de ingangsdatum naar aanleiding van de onderhavige aanvraag op een datum in het verleden te stellen, zoals namens appellant is bepleit, is hier niet gebleken.


3.2.

Overigens heeft de Raad heden bij uitspraak met nummer 14/1460 Wubo definitief geoordeeld over een aanvraag van juni 2012 en bepaald dat appellant ingaande 1 juni 2012 recht heeft op de toekenningen in het kader van de Wubo. Dat neemt niet weg dat de in maart 2014 ingediende aanvraag op juiste wijze is afgehandeld.

3.3.

Het beroep dient ongegrond te worden verklaard.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond.



Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van J.L. Meijer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2015.




(getekend) B.J. van de Griend




(getekend) J.L. Meijer




HD