Centrale Raad van Beroep, 19-02-2015 / 13-2444 AOW-W


ECLI:NL:CRVB:2015:483

Inhoudsindicatie
Verzoek om wraking van de behandelend rechters niet in behandeling genomen, aangezien het wrakingsverzoek niet is gemotiveerd.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-02-19
Publicatiedatum
2015-02-24
Zaaknummer
13-2444 AOW-W
Procedure
Wraking
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/2444 AOW-W


Datum uitspraak: 19 februari 2015


Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer










Beslissing op het verzoek om wraking gedaan door






[verzoeker] te [woonplaats] (verzoeker)





PROCESVERLOOP

Namens verzoeker heeft mr. P.M.J. Graus, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 27 maart 2013, 11/595, in een geding tussen verzoeker en de Sociale verzekeringsbank.


Op 30 december 2014 zijn kennisgevingen aan partijen verzonden voor een op 30 januari 2015, om 10.50 uur, te houden zitting. De behandelend rechters zijn T.L. de Vries,

E.E.V. Lenos en L.J.A. Damen (behandelend rechters).


Per faxbericht van 30 januari 2015, 08.49 uur, heeft mr. Graus verzocht om uitstel van de zitting, omdat hij wegens ziekte (plotseling opgekomen rugklachten), niet in staat is naar de zitting te komen. Dit verzoek is afgewezen.


Vervolgens heeft mr. Graus per faxbericht van 30 januari 2015, 09.43 uur, om wraking van de behandelend rechters verzocht.


De behandelend rechters hebben meegedeeld dat zij niet in het verzoek om wraking berusten.



OVERWEGINGEN

1. Artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden. Blijkens de memorie van toelichting bij artikel 8:15 van de Awb is de ratio van het instituut van wraking gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid.


2.1.

Artikel 8:16, tweede lid, van de Awb bepaalt dat het verzoek schriftelijk geschiedt en gemotiveerd is.


2.2.

Artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2013 (Stcrt. 2013, nr. 11425) bepaalt dat de wrakingskamer, zonder daartoe een zitting te houden, kan beslissen dat een verzoek om wraking niet in behandeling wordt genomen indien het verzoek niet is gemotiveerd.


3. In het wrakingsverzoek van 30 januari 2015 is de volgende passage opgenomen: “U laat mij geen andere keuze om de betrokken rechters te wraken op nader aan te voeren, maar met voor de lezer genoegzaam kenbare redenen.”


4. Nu het wrakingsverzoek niet is gemotiveerd, zal zonder daartoe een zitting te houden, worden beslist dat het verzoek niet in behandeling wordt genomen.


5. Ten overvloede wordt daaraan toegevoegd dat, mocht het wrakingsverzoek zijn ingegeven door de afwijzing van het verzoek om uitstel, dit naar vaste rechtspraak (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 13 januari 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:11) slechts tot toewijzing van een wrakingsverzoek kan leiden als uit de procedurele beslissing blijkt van vooringenomenheid van de rechters die deze beslissing hebben genomen. Zonder nadere onderbouwing, welke ontbreekt, zal hiervan geen sprake zijn.

BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep neemt het verzoek om wraking van de behandelend rechters niet in behandeling.



Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs als voorzitter en J. Brand en B.J. van de Griend als leden, in tegenwoordigheid van M. Zwart als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2015.




(getekend) E.J.M. Heijs




(getekend) M. Zwart



HD