Centrale Raad van Beroep, 20-02-2015 / 13-1169 WIA


ECLI:NL:CRVB:2015:496

Inhoudsindicatie
Weigering WIA-uitkering: minder dan 35% arbeidsongeschikt. Geschiktheid functies: Uitgaande van de definities in het CBBS heeft de arbeidsdeskundige vastgesteld dat in de voorbeeldfuncties geen sprake is van veelvuldig aanwezige deadlines of productiepieken. ... De stelling van appellante dat in het dagelijkse leven de begrippen deadlines en productiepieken anders wordt uitgelegd, geeft onvoldoende aanleiding tot twijfel omtrent de belasting in de geselecteerde functies op deze punten.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-02-20
Publicatiedatum
2015-02-23
Zaaknummer
13-1169 WIA
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/1169 WIA

Datum uitspraak: 20 februari 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van

23 januari 2013, 12/8463 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft R.S. Sewdajal, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 december 2014. Appellante is, met voorafgaand bericht, niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen

door mr. dr. J.H. Ermers.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante was laatstelijk werkzaam als leidster kinderopvang in een omvang van

vijftien uur per week. Vanuit de situatie dat zij een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontving, heeft zij zich op 16 maart 2010 ziek gemeld in verband met nekklachten. Op grond van de bevindingen uit een verzekeringsgeneeskundig en een arbeidskundig onderzoek heeft het Uwv bij besluit van 2 mei 2012 geweigerd om appellante met ingang van 2 maart 2012 in aanmerking te brengen voor een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.


1.2.

Bij besluit van 25 juli 2012 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellante tegen het besluit van 2 mei 2012, onder verwijzing naar het rapport van een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 24 juli 2012, ongegrond verklaard.


2.1.

Bij de aangevallen uitspraak is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat de hoorplicht is geschonden, omdat van het horen is afgezien terwijl appellante niet uitdrukkelijk heeft verklaard geen gebruik te willen maken van haar recht om te worden gehoord. De rechtbank heeft daarom het bestreden besluit vernietigd. De rechtbank heeft evenwel aanleiding gezien de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat de medische grondslag in beroep ter volle toetsing voorligt. Uit het onderzoek van de verzekeringsarts zijn naar het oordeel van de rechtbank voldoende gegevens naar voren gekomen om tot een afgewogen oordeel omtrent de voor appellante geldende beperkingen te kunnen komen. De verzekeringsarts heeft appellante zowel psychisch als lichamelijk onderzocht, informatie opgevraagd bij de behandelend neuroloog en de van deze neuroloog ontvangen informatie betrokken in de beoordeling. De verzekeringsarts heeft voor appellante geldende medische beperkingen vastgesteld in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). In beroep heeft appellante geen medische stukken overgelegd die zouden moeten leiden tot het oordeel dat de medische beoordeling niet juist is.


2.2.

Met betrekking tot de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit heeft de rechtbank de conclusie van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep onderschreven, namelijk dat de belastbaarheid van de geduide functies past binnen de opgestelde FML. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft daartoe in zijn rapport van 24 juli 2012 opgemerkt dat appellante weliswaar beperkt is geacht voor het aspect veelvuldige deadlines/productiepieken, maar dat dit aspect niet voorkomt in de geduide functies. De rechtbank heeft geoordeeld dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep afdoende heeft gemotiveerd waarom de zogenoemde signaleringen, voor zover daarvan bij de geduide functies sprake is, geen overschrijdingen opleveren ten aanzien van de belastbaarheid van appellante op 2 maart 2012.


3.1.

Appellante heeft zich in het hoger beroep gericht tegen het oordeel van de rechtbank om de rechtsgevolgen van het vernietigde bestreden besluit in stand te laten en heeft daartoe (samengevat) haar standpunt herhaald dat de voor haar als passend geduide functies wel veelvuldig deadlines en productiepieken - zoals deze begrippen in het dagelijkse leven worden uitgelegd - meebrengen, hoewel dit niet uit de beschrijving van de functies blijkt, zodat deze functies voor haar niet passend zijn.


3.2.

Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Vastgesteld wordt dat het hoger beroep uitsluitend is gericht op de arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.


4.2.

De door appellante in hoger beroep aangevoerde gronden vormen in essentie een herhaling van dat wat zij in bezwaar en beroep reeds heeft aangevoerd. De rechtbank heeft deze gronden afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze gronden niet slagen. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het bestreden besluit berust op een voldoende arbeidskundige grondslag. Het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen worden onderschreven.


4.3.

De Raad kan appellante niet volgen in haar betoog dat in de voorbeeldfuncties, anders dan uit de daarbij gegeven toelichting volgt, sprake is van veelvuldige deadlines of productiepieken. Het Uwv heeft in het verweerschrift met juistheid erop gewezen dat deadlines en productiepieken in de Basisinformatie CBBS specifiek gedefinieerd zijn en dat in het dagelijkse spraakgebruik vaak losser met deze begrippen wordt omgegaan. Uitgaande van de definities in het CBBS heeft de arbeidsdeskundige vastgesteld dat in de voorbeeldfuncties geen sprake is van veelvuldig aanwezige deadlines of productiepieken. Volgens vaste rechtspraak van de Raad (onder meer de uitspraak van 15 mei 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI4364) dient in beginsel te worden uitgegaan van de juistheid van de aan het CBBS ontleende gegevens. De stelling van appellante dat in het dagelijkse leven de begrippen deadlines en productiepieken anders wordt uitgelegd, geeft onvoldoende aanleiding tot twijfel omtrent de belasting in de geselecteerde functies op deze punten.


4.4.

Uit 4.1 tot en met 4.3 volgt dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, moet worden bevestigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.



Deze uitspraak is gedaan door J.J.T. van den Corput, in tegenwoordigheid van B. Rikhof als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2015.




(getekend) J.J.T. van den Corput




(getekend) B. Rikhof






MK