Centrale Raad van Beroep, 23-02-2015 / 13-1159 WAO


ECLI:NL:CRVB:2015:537

Inhoudsindicatie
Weigering WAO-uitkering omdat er geen sprake is van een toename van de beperkingen. Zorgvuldig medisch onderzoek. Geen reden om aan te nemen dat er onvoldoende rekening is gehouden met de psychische klachten van appellante.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-02-23
Publicatiedatum
2015-02-26
Zaaknummer
13-1159 WAO
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/1159 WAO

Datum uitspraak: 23 februari 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Nederland van

22 januari 2013, 12/3052 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 januari 2015. Voor appellante is verschenen [naam]. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J. Reith.

OVERWEGINGEN


1. Appellante heeft laatstelijk tot 19 oktober 2005 een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ontvangen. Bij besluit van 20 maart 2012 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellante geen recht op een WAO-uitkering is ontstaan, omdat er geen sprake is van een toename van haar beperkingen binnen vijf jaar na 19 oktober 2005. Het bezwaar van appellante tegen dit besluit is, onder verwijzing naar het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 7 juni 2012, bij beslissing op bezwaar van 7 juni 2012 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.


2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellante tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3.1.

Appellante heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat het bestreden besluit ten onrechte is gebaseerd op het standpunt dat er geen sprake is van een toename van de beperkingen. Zij heeft gewezen op haar kwetsbaarheid. Er is in toenemende mate sprake van vrij ernstige psychische c.q. psychiatrische problematiek, er is sprake van een dubbele depressie en zij heeft haar problemen ontkend.


3.2.

Het Uwv heeft verzocht de aangevallen uitspraak te bevestigen.


4. De Raad oordeelt als volgt.


4.1.

In artikel 43a van de WAO is bepaald dat toekenning van een arbeidsongeschiktheidsuitkering steeds plaatsvindt zodra die arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd, indien binnen vijf jaar na de datum van intrekking, in dit geval 19 oktober 2005, sprake is van in aanmerking te nemen arbeidsongeschiktheid en deze arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde oorzaak als die waaruit de arbeidsongeschiktheid voortkomt ter zake waarvan de ingetrokken uitkering werd genoten.


4.2.

De rechtbank heeft met juistheid geoordeeld dat het medisch onderzoek door het Uwv voldoende zorgvuldig is geweest en dat er geen reden is om aan te nemen dat er onvoldoende rekening is gehouden met de psychische klachten van appellante. Daarbij heeft de rechtbank terecht in aanmerking genomen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beschikking had over alle beschikbare informatie van de behandelend sector over de periode 19 oktober 2005 tot 19 oktober 2010 en dat deze informatie is meegewogen in het rapport van 7 juni 2012, aangevuld op 5 december 2012, waarin inzichtelijk en overtuigend is gemotiveerd dat de beperkingen van appellante die onmiskenbaar aanwezig zijn, niet zijn toegenomen in de periode 19 oktober 2005 tot 19 oktober 2010. Hierbij heeft de rechtbank met juistheid gewezen op de brief van de klinisch psycholoog D. Brekelmans van GGZ Nijmegen van

9 april 2010 waarin is vermeld dat de reden voor het consult de evaluatie van de medicatie is en dat appellante zich de afgelopen zes jaar zonder hulp goed staande heeft gehouden, minder impulsief is en beter gestructureerd.


4.3.

Appellante heeft geen objectieve medische gegevens in het geding gebracht die aanleiding geven om de beoordeling van de verzekeringsarts bezwaar en beroep in twijfel te trekken of te oordelen dat de informatie uit de behandelend sector onjuist is uitgelegd.


4.4.

Gezien hetgeen is overwogen in 4.1 tot en met 4.3 slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.



BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door C.P.J. Goorden, in tegenwoordigheid van

D. van Wijk als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 februari 2015.




(getekend) C.P.J. Goorden




(getekend) D. van Wijk




IvR