Centrale Raad van Beroep, 04-03-2015 / 13-5898 VALYS


ECLI:NL:CRVB:2015:651

Inhoudsindicatie
Weigering hoog persoonlijk kilometerbudget. Geen medische redenen waardoor reizen met de trein, met begeleiding, onmogelijk moet worden geacht voor appellante.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-03-04
Publicatiedatum
2015-03-13
Zaaknummer
13-5898 VALYS
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/5898 VALYS

Datum uitspraak: 4 maart 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

25 oktober 2013, 12/1125 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

Argonaut Advies B.V. (Argonaut)

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingediend.

Argonaut heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 januari 2015. Appellante is verschenen. Argonaut heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Stové en mr. M. Smit.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.


1.1.

Bij besluit van 16 februari 2012 heeft Argonaut de aanvraag van appellante om toekenning van een hoog persoonlijk kilometerbudget (pkb) afgewezen onder verwijzing naar de rapportage indicatiestelling hoog pkb van 27 januari 2012.


1.2.

Na bezwaar heeft Argonaut deze afwijzing gehandhaafd bij besluit van

6 april 2012 (bestreden besluit). Daaraan is, onder verwijzing naar een advies van de bezwaararts van Argonaut, ten grondslag gelegd dat er geen medische dan wel ergonomische redenen zijn waardoor reizen met de trein voor appellante onmogelijk is. Daarnaast is niet gebleken dat bijzondere omstandigheden nopen tot afwijking van de in het Protocol inzake de afhandeling van indicatie aanvragen hoog persoonlijk kilometerbudget Bovenregionaal Vervoer Gehandicapten, versie 1 oktober 2007, (Protocol) vastgelegde criteria.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat op grond van de rapporten van de ergonomisch adviseur/indicatieadviseur van 27 januari 2012 en de bezwaararts van

5 april 2012 niet aannemelijk is geworden dat appellante op medische gronden geen gebruik zou kunnen maken van de trein. De door appellante ingediende medische stukken bevatten geen medische informatie op grond waarvan getwijfeld zou moeten worden aan de in die rapporten neergelegde conclusies. Verder is overwogen dat de scootmobiel van appellante weliswaar te groot is om mee te nemen in de trein, maar appellante niet heeft betwist dat zij in haar rolstoel kan reizen. Ten slotte is de door appellante gestelde angst voor reizen per trein niet een zodanig bijzondere situatie dat zou moeten worden afgeweken van het Protocol. In het Valysvervoer kan appellante gedurende het hele traject van deur tot deur een beroep doen op hulp en assistentie van de chauffeur van de Valystaxi en van de medewerkers van NS reizigersassistentie. Ook kan appellante gratis een begeleider meenemen. Er zijn geen medische gegevens waaruit blijkt dat appellante niet van deze hulp en/of begeleiding gebruik zou kunnen maken, of dat deze niet toereikend zou zijn.


3. Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellante stelt dat zij, naast haar lichamelijke beperkingen, psychisch gehandicapt is en zij om die reden niet met de trein kan reizen. Zij raakt in paniek en weet dan niet meer wat zij moet doen. Begeleiding heeft dan ook geen zin volgens appellante. Ter zitting heeft appellante hieraan toegevoegd dat reizen met de trein gelet op het beperkte energieniveau, ten gevolge van haar aandoeningen, van haar niet gevergd kan worden.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de door de rechtbank gegeven overwegingen. Hier wordt het volgende aan toegevoegd.


4.2.

Reizen middels de Valysregeling is geen regulier openbaar vervoer maar een bijzondere vorm van openbaar deur-tot-deur-vervoer. Niet wordt verwacht dat appellante zich zelfstandig over de stations verplaatst en zelfstandig in en uit de trein komt. Appellante kan immers door de chauffeur van de Valys-taxi en door NS-assistentieverlening begeleid worden over de perrons en in en uit de trein wordt geholpen. Voor de treinreis als zodanig kan appellante zich voorts laten bijstaan door een eigen begeleider.


4.3.

Hoewel het begrijpelijk is dat appellante het reizen per trein gelet op haar angst- en paniekklachten als belastend ervaart, is daarmee niet gegeven dat appellante niet in staat is om te reizen met de bij de Valysregeling behorende assistentie en/of met de ondersteuning van een eigen begeleider, die haar bij eventuele paniekaanvallen steun kunnen bieden. De door appellante in hoger beroep overgelegde medische gegevens bieden geen steun voor het standpunt van appellante dat deze begeleiding niet toereikend zou zijn. Dat in het in hoger beroep in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) overgelegde sociaal medisch advies van 29 augustus 2014 wordt vermeld dat appellante niet in staat is gebruik te maken van het openbaar vervoer, betekent niet dat zij in aanmerking dient te komen voor een hoog pkb. Het gaat bij de Valysregeling, zoals onder 4.2 is overwogen, niet om regulier openbaar vervoer. De Valysregeling en de Wmo zijn twee verschillende regelingen waarin verschillende toekenningscriteria van toepassing zijn.


4.4.

De Raad komt tot de slotsom dat wat appellante heeft aangevoerd er niet toe leidt dat het standpunt van Argonaut dat er geen medische redenen zijn waardoor reizen met de trein, met begeleiding, onmogelijk moet worden geacht voor appellante, voor onjuist moet worden gehouden.


4.5.

Hetgeen onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen betekent dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.


4.6.

De Raad merkt ten overvloede op dat het appellante vrij staat een nieuwe aanvraag voor een hoog pkb in te dienen waarbij zij haar stelling dat zij in redelijkheid niet in staat kan worden geacht met de trein te reizen gelet op het beperkte energieniveau ten gevolge van haar aandoeningen, duidelijk onderbouwt met daarop gerichte informatie van haar behandelend arts(en).


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.










BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij, in tegenwoordigheid van M. Crum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2015.




(getekend) H.J. de Mooij




(getekend) M. Crum







NK1