Centrale Raad van Beroep, 20-01-2015 / 13-4538 WWB


ECLI:NL:CRVB:2015:71

Inhoudsindicatie
Weigering bijzondere bijstand. Niet woonachtig in de gemeente.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-01-20
Publicatiedatum
2015-01-22
Zaaknummer
13-4538 WWB
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/4538 WWB

Datum uitspraak: 20 januari 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van

5 juli 2013, 11/3196 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellant] te [woonplaats](appellant)

het college van burgemeester en wethouders van [plaatsnaam] (college)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. A.P. van Knippenbergh, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 november 2014. Namens appellant is verschenen mr. Van Knippenbergh. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. A.J. Rijkers.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Appellant heeft op 27 september 2010 een aanvraag om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) ingediend voor woonlasten, waarborgsom, opslagkosten inboedel, reiskosten en telefoonkosten. Appellant heeft als woonadres opgegeven

[Adres A.] te [plaatsnaam].


1.2.

Het college heeft bij besluit van 17 december 2010, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 5 september 2011 (bestreden besluit), de aanvraag onder verwijzing naar artikel 40 van de WWB afgewezen. De besluitvorming berust op de overwegingen dat appellant sinds december 2008 niet langer in [plaatsnaam] in de gemeentelijke basisadministratie staat ingeschreven, dat hij zijn woning in [plaatsnaam] tijdens zijn detentie niet heeft aangehouden en dat hij een huurovereenkomst voor een woning buiten de gemeente [plaatsnaam] is aangegaan.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. Appellant heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Ingevolge artikel 40, eerste lid, van de WWB bestaat recht op bijstand jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende de woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. De vraag waar iemand zijn woonplaats heeft als bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de WWB dient te worden beantwoord aan de hand van concrete feiten en omstandigheden.


4.2.

Niet betwist wordt dat appellant ten tijde hier van belang, van 27 september 2010 tot en met 17 december 2010, feitelijk niet in [plaatsnaam] woonde, maar op een camping in [plaatsnaam 2] verbleef.


4.3.

Appellant heeft aangevoerd dat hij geen daden heeft verricht waaruit zijn wil blijkt om zijn woonstede in [plaatsnaam] prijs te geven. Hij heeft buiten zijn wil om [plaatsnaam] verlaten en zat destijds in een conflictueuze situatie met de gemeente [plaatsnaam]. Door deze omstandigheden was appellant genoodzaakt om in [plaatsnaam 2] te verblijven. Zijn daden en de procedures die appellant heeft gevoerd waren gericht op terugkeer naar de onvrijwillig prijsgegeven woonplaats in [plaatsnaam].


4.4.

Hetgeen appellant heeft aangevoerd doet niet af aan de feitelijke situatie dat appellant geen woonplaats had in [plaatsnaam]. Hieruit volgt dat appellant, gelet op artikel 40, eerste lid, van de WWB, jegens het college geen recht had op bijzondere bijstand.


4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door A.B.J. van der Ham, in tegenwoordigheid van

C.M.A.V. van Kleef als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op

20 januari 2015.




(getekend) A.B.J. van der Ham




(getekend) C.M.A.V. van Kleef




HD