Centrale Raad van Beroep, 10-03-2015 / 13-4819 WWB


ECLI:NL:CRVB:2015:722

Inhoudsindicatie
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand voor de kosten van orthopedische open schoenen en orthopedische sandalen. Voorliggende voorziening.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-03-10
Publicatiedatum
2015-03-18
Zaaknummer
13-4819 WWB
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

13/4819 WWB

Datum uitspraak: 10 maart 2015

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 26 juli 2013, 13/710 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats] (appellante)

Intergemeentelijke Sociale Dienst de Kempen (ISD)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. N.J. Brouwer hoger beroep ingesteld.

De ISD heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 januari 2015. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Brouwer. De ISD heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. M. van Galen.

OVERWEGINGEN

1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Appellante heeft op 22 augustus 2012 twee aanvragen ingediend voor bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor de kosten van orthopedische open schoenen en orthopedische sandalen.


1.2.

Bij besluit van 23 oktober 2012 heeft de ISD de aanvragen afgewezen op de grond dat een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening, de ziektekostenverzekering van appellante bij CZ.


1.3.

Bij besluit van 31 januari 2013 (bestreden besluit) heeft de ISD het bezwaar tegen het besluit van 23 oktober 2012 ongegrond verklaard.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. Appellante heeft zich in hoger beroep op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Artikel 15, eerste lid, van de WWB bepaalt dat geen recht op bijstand bestaat voorzover een beroep kan worden gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passend te zijn. Het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden aangemerkt.


4.2.

Niet in geschil is dat op grond van artikel 10 van de Zorgverzekeringswet (Zwv), in samenhang met artikel 2.9 van het Besluit zorgverzekering en artikel 2.6, onder q, van de Regeling zorgverzekering, de kosten voor orthopedisch schoeisel worden vergoed door de zorgverzekeraar. Gelet hierop is in beginsel sprake van een aan de WWB voorliggende, toereikende en passende voorziening, zodat artikel 15, eerste lid, van de WWB aan bijstandsverlening in de weg staat. Aan het voorgaande doet niet af dat de door een betrokkene gemaakte kosten niet volledig door de voorliggende voorziening worden vergoed. Dat geen sprake is van een toereikende voorziening omdat de zorgverzekeraar slechts één keer in de achttien maanden orthopedische schoenen vergoedt, terwijl appellante van mening is dat zij, gelet op haar medische situatie, meer en vaker orthopedisch schoeisel nodig heeft, heeft appellante niet aannemelijk gemaakt.


4.3.

Ingevolge artikel 16, eerste lid, van de WWB kan toch bijstand worden verleend indien, gelet op alle omstandigheden, zeer dringende redenen daartoe noodzaken.


4.4.

Volgens vaste rechtspraak van de Raad (de uitspraak van 1 december 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK6576) is van zeer dringende redenen slechts sprake in geval van een acute noodsituatie, dat wil zeggen een situatie die van levensbedreigende aard is of blijvend ernstig lichamelijk of psychisch letsel of invaliditeit tot gevolg kan hebben. De gedingstukken bieden daarvoor geen aanknopingspunten, zodat, zoals ook de rechtbank terecht heeft overwogen, de medische omstandigheden die appellante heeft aangevoerd geen zeer dringende redenen opleveren als hiervoor bedoeld.


4.5.

Appellante heeft er nog op gewezen dat haar op 30 april 2008 wel een tegemoetkoming voor orthopedische sandalen is toegekend. Die toekenning was echter het gevolg van een fout van de ISD. Van de ISD kan niet worden gevergd de gemaakte fout te herhalen.


4.6.

Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door E.C.R. Schut, in tegenwoordigheid van R.G. van den Berg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2015.




(getekend) E.C.R. Schut




(getekend) R.G. van den Berg



HD