Centrale Raad van Beroep, 26-03-2015 / 13-620 MAW


ECLI:NL:CRVB:2015:911

Inhoudsindicatie
Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de commandant een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen. Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken. Proceskostenvergoeding.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-03-26
Publicatiedatum
2015-03-27
Zaaknummer
13-620 MAW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

Datum uitspraak: 26 maart 2015

13/620 MAW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 19 december 2012, 12/7753 (aangevallen uitspraak)







Partijen:


[appellant] te [woonplaats] (appellant)


de Commandant van het Diensten Centrum Internationale Ondersteuning Defensie

(commandant)


PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft N. Bertrand hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.


De Raad heeft op 18 september 2014 een tussenuitspraak gedaan.


De commandant heeft op 28 oktober 2014 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.


Bij brief van 21 november 2014 heeft Bertrand namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht de commandant te veroordelen in de proceskosten.


De commandant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.


Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.



OVERWEGINGEN


Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 (oud) van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.


De Raad stelt vast dat de commandant met het besluit van 28 oktober 2014 geheel aan appellant is tegemoetgekomen.


Nu de commandant niet heeft betwist dat aldus aan appellant is tegemoetgekomen, ziet de Raad aanleiding om de commandant te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het bezwaar, het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 490,- in bezwaar, € 980,- in beroep en € 980,- in hoger beroep voor verleende rechtsbijstand en € 34,34 aan reiskosten in hoger beroep.


De Raad merkt verder op dat artikel 22, vijfde lid, van de Beroepswet (oud) volgt dat appellant zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht tot de commandant kan wenden.









BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep veroordeelt de commandant in de kosten van appellant tot een bedrag van € 2.484,34.



Deze uitspraak is gedaan door B.J. van de Griend, in tegenwoordigheid van E.R. Flore als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 26 maart 2015.




(getekend) B.J. van de Griend




(getekend) E.R. Flore






MK