Centrale Raad van Beroep, 22-01-2015 / 13-2947 AW


ECLI:NL:CRVB:2015:98

Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek om aansprakelijkheid voor de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade te erkennen. Dienstongeval. Er kan niet worden gesproken van een als onrechtmatige gedraging aan te merken fout van collega H.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2015-01-22
Publicatiedatum
2015-01-23
Zaaknummer
13-2947 AW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Ambtenarenrecht



Vindplaatsen
Uitspraak

13/2947 AW

Datum uitspraak: 22 januari 2015

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van

22 april 2013, 13/110 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[Appellante] te [woonplaats] (appellante)

de Minister van Veiligheid en Justitie (Minister)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P.L.O. van de Waarsenburg, advocaat, hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 november 2014. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. M.E. Klein Overmeen, advocaat. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.H. Sanders en P.G.B.M. Dominicus.

OVERWEGINGEN

1.1.

Appellante was werkzaam als [naam functie A.] bij de Dienst [naam dienst] van de Dienst Justitiële Inrichtingen. Op 26 april 2005 heeft appellante deelgenomen aan een verplichte BTO-training, waar haar collega H een nekklem dan wel ude garami iets te ver heeft doorgezet, als gevolg waarvan appellante nekklachten heeft ontwikkeld. De minister heeft dit ongeval aangemerkt als dienstongeval.


1.2.

Bij brief van 8 maart 2010 heeft appellante de minister verzocht aansprakelijkheid voor de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade te erkennen. Bij besluit van 7 juni 2011 heeft de minister dit verzoek afgewezen. Daaraan is ten grondslag gelegd dat de minister de zorgplicht niet heeft geschonden en dat geen sprake is van gevaarscheppend gedrag waarvan H zich naar maatstaven van zorgvuldigheid had dienen te onthouden. Bij besluit van 26 november 2012 (bestreden besluit) is het bezwaar ongegrond verklaard.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard.


3. Appellante heeft zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.1.

Volgens vaste rechtspraak heeft het bestuursorgaan tegenover de ambtenaar een zorgplicht (uitspraak van 22 juni 2000, ECLI:NL:CRVB:2000:AB0072). De zorgplicht houdt in dat het bestuursorgaan de werkzaamheden van de ambtenaar zodanig moet inrichten en voor het verrichten daarvan zodanige maatregelen moet treffen en aanwijzingen moet geven als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de ambtenaar in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. De ambtenaar heeft recht op vergoeding van deze schade, ook voor zover rechtspositionele regelingen daarin niet voorzien. Geen recht op vergoeding bestaat indien het bestuursorgaan aantoont dat het zijn zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ambtenaar.


4.1.2.

Tussen partijen staat vast dat van opzet of bewuste roekeloosheid aan de zijde van appellante geen sprake is geweest. In geschil is of de minister heeft aangetoond dat hij als werkgever aan zijn onder 4.1.1 omschreven zorgplicht heeft voldaan. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat in dit geval aan deze zorgplicht is voldaan. Niet in geschil is dat geen sprake was van gebreken in het spelmateriaal of de sportzaal die het ongeval zouden hebben kunnen veroorzaken. Verder is van betekenis dat de minister gebruik heeft gemaakt van de diensten van een gekwalificeerde sportinstructeur, terwijl niet is gebleken dat deze instructeur heeft nagelaten instructies te geven of anderszins onzorgvuldig heeft gehandeld. De minister heeft ter zitting nog toegelicht dat de gecertificeerde instructeurs ervoor opgeleid zijn om veel aandacht voor veiligheid te hebben en dat zij bij trainingen benadrukken dat voorzichtigheid moet worden betracht en dat met de uitvoering van een oefening moet worden gestopt op het moment dat een trainingspartner dit vraagt. Dat er geen op schrift gesteld protocol is omtrent de veiligheid bij trainingen en dat er geen stopwoord is afgesproken, leidt niet tot een ander oordeel. Niet aannemelijk is geworden dat die omstandigheden in enige mate van betekenis aan het ontstaan van het ongeval hebben bijgedragen. De Raad komt hierop onder 4.2.2 nog terug.


4.2.1.

Volgens vaste rechtspraak (uitspraak van 25 oktober 2001, ECLI:NL:CRVB:2001:AD6369) moet een bestuursorgaan ook de schade vergoeden die het gevolg is van een als onrechtmatige gedraging aan te merken fout van een ondergeschikte, als de kans op de fout is vergroot door de taakopdracht aan die persoon en het bestuursorgaan zeggenschap had over de gedragingen van die persoon.


4.2.2.

Niet is komen vast te staan dat H bij het uitvoeren van de nekklem dan wel ude garami de voorschriften niet in acht heeft genomen of anderszins onvoorzichtig of onverantwoord te werk is gegaan. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting is aannemelijk dat H appellante niet heeft gehoord toen zij de eerste keer: “Laat los” zei en dat hij, op het moment dat hij dit wel hoorde, direct heeft losgelaten. De Raad wijst hierbij op de met elkaar in overeenstemming zijnde verklaringen van H en T. Er kan dan ook niet worden gesproken van een als onrechtmatige gedraging aan te merken fout van collega H.


4.3.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.


5. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.


BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.



Deze uitspraak is gedaan door J.N.A. Bootsma als voorzitter en R. Kooper en M.T. Boerlage als leden, in tegenwoordigheid van S.W. Munneke als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2015.




(getekend) J.N.A. Bootsma




(getekend) S.W. Munneke





HD