Centrale Raad van Beroep, 29-05-2018 / 17/3478 PW


ECLI:NL:CRVB:2018:1588

Inhoudsindicatie
Te laat bezwaar. Geen foutief adres gehanteerd. Niet verschoonbare termijnoverschrijding.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2018-05-29
Publicatiedatum
2018-06-04
Zaaknummer
17/3478 PW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

173478 PW


Datum uitspraak: 29 mei 2018


Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

22 maart 2017, 16/7447 (aangevallen uitspraak), en uitspraak op het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade






Partijen:


[appellant 1] en [appellante] , beiden te [woonplaats] (appellanten)


het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam (college)



PROCESVERLOOP


Namens appellanten heeft mr. R.S. Pot, advocaat, hoger beroep ingesteld.


Het college heeft een verweerschrift ingediend.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 maart 2018. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Pot. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. S.S. Kisoentewari en E.S. Koolen-Wijkstra.



OVERWEGINGEN


1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.


1.1.

Appellanten ontvingen bijstand sinds 14 december 2014, laatstelijk op grond van de Participatiewet (PW) naar de norm voor gehuwden.


1.2.

Bij besluit van 14 maart 2016 heeft het college de bijstand van appellanten per

2 mei 2015 ingetrokken op de grond dat appellanten in strijd met de op hen rustende inlichtingenverplichting geen melding hebben gemaakt van inkomsten.


1.3.

Appellanten hebben tegen dit besluit op 1 augustus 2016 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 31 oktober 2016 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het bezwaar te laat is ingediend en sprake is van een niet verschoonbare termijnoverschrijding.


2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.


3. In hoger beroep hebben appellanten zich op de hierna te bespreken gronden tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.


4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.


4.1.

Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken. In artikel 3:41, eerste lid, van de Awb is bepaald dat de bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen. Ingevolge artikel 6:11 van de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift

niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.


4.2.

Indien de geadresseerde stelt dat hij een niet-aangetekend verzonden besluit niet heeft ontvangen, is het in beginsel aan het bestuursorgaan om aannemelijk te maken dat het besluit wel op het adres van de geadresseerde is ontvangen. De omstandigheid dat per post verzonden stukken in de regel op het daarop vermelde adres van de geadresseerde worden bezorgd, rechtvaardigt het vermoeden van ontvangst van het besluit op dat adres. Dit brengt mee dat het bestuursorgaan in eerste instantie kan volstaan met het aannemelijk maken van verzending naar het juiste adres. Daartoe is in ieder geval vereist dat het besluit is voorzien van de juiste adressering en een verzenddatum en dat sprake is van een deugdelijke verzendadministratie.


4.3.

Appellanten hebben aangevoerd dat zij het besluit van 14 maart 2016 niet hebben ontvangen, omdat de brief door PostNL via de geautomatiseerde verzending naar het verkeerde adres, [adres 1] , is gestuurd als gevolg van een fout adres in het registratiesysteem Socrates. In geschil is daarom de vraag of het college de verzending van het besluit van 14 maart 2016 naar het juiste adres aannemelijk heeft gemaakt. Deze hoger beroepsgrond slaagt niet. Op het besluit staat het juiste adres, [adres 2] , vermeld. Ter zitting heeft het college toegelicht dat de gegevens uit het registratiesysteem Socrates door PostNL worden gebruikt voor de geautomatiseerde verzending. Het college heeft met de uitdraai van het registratiesysteem Socrates van 7 maart 2018 aangetoond dat de huisnummertoevoeging [nummer] correct is geregistreerd.


4.4.

Het besluit van 14 maart 2016 is op diezelfde dag naar het adres [adres 2] verzonden, zodat de termijn om bezwaar te maken tegen dat besluit is aangevangen op 15 maart 2016. Het bezwaarschrift is op 1 augustus 2016 ontvangen, dus buiten de in artikel 6:7 van de Awb bepaalde termijn, zodat het te laat is ingediend. Appellanten hebben niets aangevoerd op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is te achten.


4.5.

Uit 4.1 tot en met 4.4 volgt dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. Gelet hierop bestaat voor een veroordeling tot vergoeding van schade geen grond. Het verzoek daartoe zal daarom worden afgewezen.


5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.


BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep


- bevestigt de aangevallen uitspraak;

- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.



Deze uitspraak is gedaan door A. Stehouwer, in tegenwoordigheid van A. Mansourova als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 mei 2018.




(getekend) A. Stehouwer




De griffier in verhinderd te ondertekenen.


ew