Centrale Raad van Beroep, 09-01-2018 / 15/6202 ANW


ECLI:NL:CRVB:2018:206

Inhoudsindicatie
Hoger beroep niet-ontvankelijk i.v.m. overlijden appellant en geen reactie van de erven.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2018-01-09
Publicatiedatum
2018-01-25
Zaaknummer
15/6202 ANW
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

156202 ANW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer










Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van

10 augustus 2015, 15/761 (aangevallen uitspraak)






Partijen:


Wijlen [appellant] , in leven laatstelijk gewoond hebbende te [woonplaats] (appellant)


de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)



Datum uitspraak: 9 januari 2018


PROCESVERLOOP


Namens appellant heeft mr. V.Y. Jokhan, advocaat, hoger beroep ingesteld.


De Svb heeft een verweerschrift ingediend.


Mr. Jokhan heeft de Raad bij brief van 2 maart 2017 bericht dat appellant op 25 december 2016 is overleden en dat zij zich als gemachtigde aan deze zaak onttrekt.


Op de brief van de Raad van 18 april 2017 gericht aan de erven van appellant en gestuurd naar het laatst bekende adres van appellant in [woonplaats] , waar sinds 1 augustus 2012 ook

[naam zoon] , zoon van appellant, is ingeschreven, met de vragen wie als vertegenwoordiger van de rechtsverkrijgende(n) optreedt en of deze de procedure wenst voort te zetten, is, ook na rappelbrief van 19 mei 2017, geen reactie gekomen.


Vervolgens is, gelet op artikel 8:26, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, in de Staatscourant mededeling gedaan van de nadere behandeling van de zaak op de zitting van

5 september 2017.


Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 september 2017. Van de zijde van appellant is niemand verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. N. Zuidersma.



OVERWEGINGEN


De indiener van het hoger beroep, appellant, is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die appellant als partij in het onderhavige geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Ook na de oproep in de Staatscourant hebben zich geen belanghebbenden gemeld met het verzoek als partij aan het geding deel te mogen nemen. Dit brengt mee dat het processuele belang aan de beoordeling van het hoger beroep is komen te ontvallen. Het hoger beroep zal om die reden niet-ontvankelijk worden verklaard.




BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.



Deze uitspraak is gedaan door O.L.H.W.I. Korte als voorzitter en M. ter Brugge en

J.T.H. Zimmerman als leden, in tegenwoordigheid van F. Dinleyici als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 januari 2018.




(getekend) O.L.H.W.I. Korte




(getekend) F. Dinleyici




HD