Centrale Raad van Beroep, 27-12-2018 / 18/2810 WIA


ECLI:NL:CRVB:2018:4276

Inhoudsindicatie
Verzoek om herziening afgewezen. Geen nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in art. 8:119, Awb.
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Uitspraakdatum
2018-12-27
Publicatiedatum
2019-01-08
Zaaknummer
18/2810 WIA
Procedure
Hoger beroep
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

182810 WIA

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer










Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 oktober 2017, 16/4843 WIA-V






Partijen:


[Verzoeker] te [woonplaats], Marokko (verzoeker)


de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen



Datum uitspraak: 27 december 2018


PROCESVERLOOP


Verzoeker heeft verzocht om herziening van de uitspraak van de Raad van 24 oktober 2017, 16/4843 WIA-V.


Het verzoek is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 13 november 2018, waar partijen niet zijn verschenen.



OVERWEGINGEN


1. Ingevolge artikel 8:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten en omstandigheden die:


a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de bestuursrechter eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.


2. Bij de uitspraak van 24 oktober 2017 heeft de Raad het verzet van verzoeker tegen de uitspraak van de Raad van 23 december 2016 ongegrond verklaard. De Raad heeft geoordeeld dat het hoger beroep van verzoeker tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van

25 maart 2016, 15/7752, terecht niet-ontvankelijk is verklaard, omdat het hogerberoepschrift niet tijdig is ingediend.


3. Verzoeker heeft gevraagd zijn aanvraag om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) opnieuw te beoordelen.


4. Het is vaste rechtspraak van de Raad (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Raad van

11 april 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1218) dat het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening niet is gegeven om een hernieuwde discussie over een zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Het verzoek om herziening dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat verzoeker enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:119 van de Awb, naar voren heeft gebracht. Het verzoek om herziening bevat immers geen gronden die betrekking hebben op de reden waarom het verzet bij de uitspraak van 24 oktober 2017 ongegrond is verklaard.


5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.




BESLISSING


De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.



Deze uitspraak is gedaan door H.C.P. Venema, in tegenwoordigheid van M.A.E. Lageweg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 27 december 2018.




(getekend) H.C.P. Venema




(getekend) M.A.E. Lageweg






sg