Rechtbank Midden-Nederland, 07-03-2017 / 16/701886-12 en 16/440278-11


ECLI:NL:RBMNE:2017:1091

Inhoudsindicatie
Een 37-jarige man heeft van februari tot en met september 2012 zijn toenmalige partner met fysiek en verbaal geweld gedwongen om in de prostitutie te werken. Ook heeft hij uitkeringsfraude gepleegd. De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 6 jaar. Het slachtoffer was een succesvolle jonge vrouw met een eigen woning en een goed lopend bedrijf. Zij heeft aangegeven ontzettend bang te zijn geweest voor de verdachte. De rechtbank neemt hem dit zeer kwalijk. Mensenhandel waarbij iemand in de prostitutie wordt gebracht is een buitensporige en ontluisterende manier van uitbuiting, zo oordeelt de rechtbank. De man is tweemaal eerder veroordeeld voor mensenhandel. Meteen na zijn invrijheidsstelling heeft hij op berekenende wijze een nieuw slachtoffer gemaakt. De rechtbank houdt hier in ernstig strafverzwarende zin rekening mee. Daarnaast heeft de man niet meegewerkt aan psychisch onderzoek. Ter bescherming van de samenleving is het noodzakelijk dat de gevangenisstraf langer is dan de eerder aan hem opgelegde straffen. De rechtbank heeft ook gekeken naar straffen in soortgelijke zaken en wijkt daarom enigszins af van de eis van de officier van justitie.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-03-07
Publicatiedatum
2017-03-07
Zaaknummer
16/701886-12 en 16/440278-11
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht

Formele relatie


Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
  • PS-Updates.nl 2017-0267
Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Afdeling Strafrecht

Zittingslocatie Utrecht



Parketnummers: 16/701886-12 en 16/440278-11 (ttz gevoegd) (P)



Vonnis van de meervoudige strafkamer van 7 maart 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte] ,

geboren op [1979] te [geboorteplaats] (Marokko),

preventief gedetineerd in PI Flevoland, HvB Almere Binnen.


1. Het onderzoek ter terechtzitting


Het onderzoek ter terechtzitting heeft eerst plaatsgevonden op 12 juli 2016, 27 september 2016 en 13 december 2016 en de inhoudelijke behandeling vervolgens op 21 februari 2017. De verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. L. de Leon, advocaat te Utrecht.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.


De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] , ter zitting vertegenwoordigd door mr. A. Koopsen, advocaat te Alkmaar.


2. Tenlastelegging


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:


16-701886-12, feit 1: mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer] in de periode van 1 oktober 2011 tot en met 31 december 2012 in Utrecht en/of [vestigingsplaats ] en/of [vestigingsplaats ] en/of [vestigingsplaats ] ;

16-701886-12, feit 2: belaging van [slachtoffer] in de periode van 22 maart 2013 tot en met 26 april 2013 in Utrecht;


16/440278-11: uitkeringsfraude in de periode van 18 september 2006 tot en met 22 mei 2008 in Utrecht.


3. Voorvragen


De verdediging heeft bepleit het Openbaar Ministerie (hierna: OM) niet‑ontvankelijk te verklaren in de vervolging van de uitkeringsfraude (ten laste gelegd onder parketnummer 16/440278-11) omdat dit handelen in strijd is met de algemene beginselen van een behoorlijke strafrechtpleging. De officier van justitie heeft deze oude zaak enkel aangebracht om een eventuele schadevergoeding bij vrijspraak van de mensenhandel en belaging (feiten 1 en 2 van parketnummer 16-701886-12) onmogelijk te maken, aldus de raadsman.


De rechtbank stelt voorop dat het OM een ruime discretionaire bevoegdheid heeft om te beslissen of een verdachte moet worden vervolgd. Deze vervolgingsbeslissing leent zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde.


Zo’n uitzonderlijk geval doet zich voor wanneer de vervolging wordt ingesteld terwijl geen redelijk handelend lid van het OM heeft kunnen oordelen dat met de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn. In het geval van een zodanige, aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing is de (verdere) vervolging onverenigbaar met het verbod van willekeur – dat in de strafrechtspraak in dit verband ook wel wordt omschreven als het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging.


Dat sprake is van een aperte onevenredigheid van de vervolgingsbeslissing die meebrengt dat een (verdere) vervolging onverenigbaar is met het verbod van willekeur blijkt niet uit het dossier noch uit het verhandelde ter zitting. Evenmin is door het OM bij verdachte het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt, dat verdachte voor de uitkeringsfraude niet zou worden vervolgd.


De rechtbank verwerpt het verweer.


Vastgesteld wordt dat de dagvaarding geldig is, deze rechtbank bevoegd is tot kennisneming van het ten laste gelegde en de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.


4. De beoordeling van het bewijs


4.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gevorderd de ten laste gelegde mensenhandel en uitkeringsfraude wettig en overtuigend bewezen te verklaren. Wat betreft de belaging heeft zij vrijspraak gevorderd gelet op de onduidelijkheid over de gebruikers van de in het dossier genoemde telefoonnummers.


4.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich wat betreft de mensenhandel op het standpunt gesteld dat de verklaring van aangeefster niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Bewijs ontbreekt ten aanzien van de ten laste gelegde dwangmiddelen, handelingen en het oogmerk van uitbuiting. De raadsman heeft verzocht verdachte hiervan vrij te spreken. Ook ten aanzien van de belaging is vrijspraak bepleit.


De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de uitkeringsfraude, anders dan het hiervoor reeds besproken niet‑ontvankelijkheidsverweer.


4.3 Het oordeel van de rechtbank


Vrijspraak belaging (feit 2 van parketnummer16-701886-12)

De rechtbank is met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging van aangeefster [slachtoffer] zoals ten laste gelegd. Het dossier bevat te veel onduidelijkheden over de gebruikers van de in het dossier genoemde telefoonnummers en de feitelijke deelnemers aan de opgenomen gesprekken. Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van dit feit.


De mensenhandelzaak (feit 1 van parketnummer 16-701886-12)

De rechtbank gaat op grond van de wettige bewijsmiddelen van de volgende feiten en omstandigheden uit.[1]


Signalen tot en met september 2012


Hoofdoek en letsel in april 2012

Op 16 april 2012 zag de wijkagent [slachtoffer] (hierna ook: [slachtoffer] ) en haar partner [verdachte] lopen. De wijkagent was verbaasd om te zien dat [slachtoffer] een hoofddoek droeg omdat zij haar nooit eerder een hoofddoek had zien dragen. [slachtoffer] vertelde de verbalisant dat haar partner dit wilde.[2]


Op 19 april 2012 kwam [slachtoffer] samen met [A] naar het politiebureau in Utrecht. Zij vertelde dat zij [verdachte] sinds december 2011 kent en een relatie met hem heeft. Gedurende deze relatie heeft [verdachte] haar steeds meer geïsoleerd van haar sociale omgeving.[3] Zij vertelde dat zij inmiddels van hem eigenlijk niet meer mocht werken, dat hij al vier telefoons van haar kapot had gegooid en dat hij haar beltegoed in de gaten hield om te controleren of zij gebeld had. Ook vertelde [slachtoffer] dat [verdachte] haar die week had gebeten in haar nek. Zij wilde geen aangifte doen omdat zij bang was voor hem.[4]


Door de huisarts is op 19 april 2012 letsel geconstateerd bij [slachtoffer] bestaande uit een blauwe plek in de hals passend bij een bijtwond, twee blauwe plekken van 2x3 cm op haar bovenarm en borst en één blauwe plek van 4 cm op haar dijbeen.[5]


[A] , de buurvrouw van [slachtoffer] , heeft verklaard dat [slachtoffer] naar haar toe kwam met een blauw lichaam en gezicht. [slachtoffer] vertelde dat [verdachte] haar geslagen had. [slachtoffer] vertelde haar ook dat [verdachte] foto’s van haar had gemaakt tijdens de seks.[6]


Vernieling autoruit op 16 juni 2012

[B] , de zus van [slachtoffer] , heeft verklaard dat toen zij [slachtoffer] een keer naar huis bracht [slachtoffer] aangaf dat “hij” wel voor de deur zou staan wachten. Toen [B] haar thuis afzette stond [verdachte] ineens naast de auto. [verdachte] sloeg de voorruit kapot en gaf [slachtoffer] een stomp.[7]

De politie heeft op 16 juni 2012 geconstateerd dat de voorruit van de auto was vernield.[8] [slachtoffer] vertelde toen aan de politie dat [verdachte] haar op had gewacht en met zijn handen de ruit kapot had geslagen. Zij wilde geen aangifte doen omdat zij bang was voor [verdachte] .[9] [slachtoffer] vertelde ook dat [verdachte] haar had gefilmd tijdens seks en dat hij dreigde dit openbaar te maken, op het internet en bij haar familie.[10]


Melding door de zus van [slachtoffer] in september 2012

Op 18 september 2012 heeft [B] op het politiebureau melding gedaan van haar vermoeden dat [slachtoffer] het slachtoffer was geworden van gedwongen prostitutie.[11]


[B] vertelde dat haar zus [slachtoffer] sinds acht maanden een relatie had met [verdachte] .[12] [slachtoffer] had aan haar verteld dat zij in een privéhuis in [vestigingsplaats ] werkte. Ze was ’s avonds telefonisch niet meer bereikbaar.[13] Ook sliep [slachtoffer] sinds enige tijd meestal tot in de middag terwijl zij dat voorheen nooit deed. [B] verklaarde ook dat [slachtoffer] haar had verteld dat [verdachte] een seksfilmpje van haar had gemaakt nadat hij haar dronken had gevoerd. [verdachte] zou hebben gedreigd dit filmpje op internet te zetten.[14] In april/mei 2012 werd zij door [slachtoffer] gebeld waarop [slachtoffer] vertelde dat zij door [verdachte] naar [vestigingsplaats ] zou worden gebracht en zij vroeg aan [B] om haar op te komen halen. [slachtoffer] zou [B] terugbellen en haar de locatie doorgeven, maar dit heeft zij niet meer gedaan.[15]


Verklaringen aangeefster [slachtoffer]


Informatief gesprek mensenhandel in oktober 2012

Op 20 en 22 oktober 2012 werd een intakegesprek gevoerd met [slachtoffer] . Zij verklaarde onder andere dat hij (de rechtbank begrijpt: verdachte) haar dag en nacht bedreigt[16] en dat zij bang voor hem is. Op de vraag of zij in de prostitutie heeft gewerkt antwoordt [slachtoffer] dat haar familie het niet mag weten. Het was niet haar idee, zij had het geld niet nodig. De inkomsten gingen ook niet naar haar. [slachtoffer] toonde de verbalisanten de tatoeage van de naam “ [verdachte] ” die op haar buik stond.[17] [slachtoffer] vertelde dat zij ook een dergelijke tatoeage op haar vinger had staan.[18]


In november 2012 heeft [slachtoffer] besloten geen aangifte te doen van mensenhandel vanwege de nadelen die dit zou kunnen hebben voor haar bedrijf en haar familie. Ook zou vervolging [verdachte] een reden geven om zich bij haar te wreken.[19]


Aangifte en aanvullende verklaring in november 2014

[slachtoffer] verklaarde dat zij nooit aangifte had gedaan omdat zij bang was en veel te verliezen had. Zij is nog steeds bang maar de afgelopen twee jaar waren te zwaar geweest. Zij maakt zich zorgen over haar veiligheid.[20]


[slachtoffer] heeft over haar relatie met verdachte in de periode van begin 2012 tot en met september 2012 het volgende verklaard. Ze leerde [verdachte] kennen en zij kregen een relatie. Hij gaf haar het idee dat zij wel eens aan zichzelf mocht denken, dat anderen misbruik van haar maakten.[21] [verdachte] gaf haar het gevoel dat zij belangrijk voor hem was. Hij deed ook van alles voor haar.[22] [verdachte] liet haar een hoofddoek dragen, zodat ze dacht dat ze anders was dan zijn exen.[23]


Op enig moment heeft [verdachte] haar gefilmd terwijl zij dronken was en drugs had gebruikt. Ze was naakt en had seks met hem.[24] Hij dreigde hier vervolgens mee door een leeg cd’tje in de brievenbus van haar vader te doen.[25] [verdachte] zei dat hij de filmpjes aan haar vader, vrienden van haar vader of aan haar klanten zou laten zien.[26] Die avond moest ze van hem in de deuropening gaan staan. Hij keek naar haar en zei “dat staat je goed”. Ze begreep dat hij bekeek hoe zij er uit zou zien als zij achter het raam zou staan.[27]


In april 2012 liepen zij samen in Amsterdam op de Wallen. [verdachte] zei tegen haar “kijk hoe gelukkig ze zijn, kijk hoe leuk ze het hebben”. Op de terugweg kregen zij hier ruzie over.[28]


[slachtoffer] is vervolgens samen met [verdachte] naar Marokko geweest. Op de terugweg in de auto werd hij boos omdat zij gebeld werd. Hij sloeg haar en bleef haar slaan terwijl zij over de snelweg reden. Hij sloeg haar hoofd op het dashboard en stompte in haar gezicht.[29]


Toen [slachtoffer] hem een paar maanden kende[30] merkte zij dat [verdachte] haar aan het voorbereiden was om de prostitutie in te gaan.[31] [verdachte] was degene die hierover begon. Hij zei dat ze een keer kon proberen om in een seksclub te werken en geld te verdienen voor hen. Hij maakte haar gek door haar te slaan en te dreigen met het verspreiden van de filmpjes.[32] Hij hield iedereen bij haar vandaan.[33] [slachtoffer] zag haar vriendinnen niet meer. Dat wilde [verdachte] niet. Ze raakte geïsoleerd.[34] [verdachte] gooide iedere keer haar telefoon kapot, [slachtoffer] mocht met niemand contact hebben.[35] [verdachte] wilde haar het liefste achter het raam. Ze heeft gesmeekt om in plaats daarvan in een club te werken. [slachtoffer] had geen keus, ze moest werken van hem.[36]


Ze is begonnen bij een club in [vestigingsplaats ] genaamd [naam club 1] .[37] Haar werknaam was [X] .[38] Vervolgens is ze ook bij een club in [vestigingsplaats ] gaan werken, omdat [verdachte] vond dat ze te weinig geld verdiende.[39] Dit was de [naam club 2] .[40] Ze werkte elke dag in beide clubs, achter elkaar door. Bij [naam club 1] kwam het ook regelmatig voor dat zij drie dagen achter elkaar aan het werk was met één klant.[41] [verdachte] bracht en haalde haar. Hij wachtte de hele tijd voor de deur.[42] [verdachte] bepaalde de regels: ze mocht niet kussen en als ze opgehaald werd door [verdachte] moest ze meteen het geld aan hem geven, hij mocht er niet om hoeven te vragen. [verdachte] sloeg [slachtoffer] als ze niet genoeg had verdiend, of als ze wel genoeg had verdiend maar niet had geneukt.[43] Het geld dat zij verdiende gaf ze af aan [verdachte] .[44] Ook heeft haar vriendin [C] haar een keer naar [vestigingsplaats ] gebracht.[45]


[verdachte] zei tegen haar dat zij haar klanten en [bedrijf] kwijt was geraakt door deze situatie en dat zij haar huur daardoor niet meer zou kunnen betalen. [slachtoffer] verklaart dat ze dacht “ik kan niet meer terug”.[46] [verdachte] wist dat ze geen kant op kon omdat hij aan mensen kon vertellen wat ze had gedaan. Als [slachtoffer] hem smeekte om niet meer te hoeven gaan bleef [verdachte] zeggen dat zij het geld nodig hadden. Hij bleef haar slaan en dreigen met de filmpjes. Haar familie en vrienden waren weg en haar bedrijf ging naar de klote. Als [verdachte] naar haar keek plaste zij al in haar broek van angst.[47] Hij heeft haar heel vaak uitgelachen en uitgescholden voor van alles.[48] Ze heeft twee tatoeages van zijn naam laten zetten, één in haar lies en één op haar wijsvinger.[49] [slachtoffer] en [verdachte] gingen samen naar het winkelcentrum in Overvecht waar hij strakke jurkjes voor haar kocht.[50]


[verdachte] bleef zeuren dat hij wilde dat [slachtoffer] achter het raam zou gaan werken. Dan zou ze meer geld verdienen. Ze heeft één dag achter het raam gestaan in [vestigingsplaats ] .[51] [verdachte] liep de hele tijd in de buurt rond. De dag daarna is ze bij hem weggegaan.[52]


Getuigenverklaringen


Getuige [D] , bedrijfsleider bij [naam club 1]

[D] herkent aangeefster [slachtoffer] als haar oud‑collega die zij [X] noemt.[53] Toen zij samen werkten viel het haar op dat [X] af en toe behoorlijk blauwe plekken had op haar armen en haar benen.[54]


Getuige [E] , bedrijfsleider bij [naam club 1]

[E] herkent aangeefster [slachtoffer] als haar oud‑collega die zij [X] noemt. Ze heeft verklaard dat [X] altijd heel zenuwachtig en verdrietig was. Ook had [X] vaak blauwe plekken.[55]


Getuige [F] , werkneemster van [naam club 2]

[F] herkent aangeefster [slachtoffer] als haar oud-collega [slachtoffer] . Ze wist dat [slachtoffer] een Marokkaanse vriend had. Ze heeft hem ongeveer twee keer gezien, door het raam. Hij zat in zijn auto. Ze had het idee dat hij wachtte op [slachtoffer] , omdat zij het daar wel eens met [slachtoffer] over heeft gehad.[56] [slachtoffer] heeft haar verteld dat zij geld dat zij verdiende met haar prostitutiewerkzaamheden in de voering van haar tas verstopte, zodat zij niet alles hoefde af te staan aan haar vriend. [F] zag wel eens dat [slachtoffer] een blauwe plek had.[57]


Getuige [B] , de zus van aangeefster

[B] heeft [verdachte] ontmoet in 2012, toen [verdachte] en [slachtoffer] net een relatie hadden.[58] Hij noemde [slachtoffer] “kankerhoer” en de sfeer in huis was agressief. [slachtoffer] belde haar op een dag op en zei “ [B] , hij brengt me nu richting [vestigingsplaats ] ”. [slachtoffer] zou haar bellen als ze uitgestapt was zodat [B] haar kon komen halen, maar ze heeft niet meer gebeld.[59] De stem van [slachtoffer] klonk indringend, alsof ze bang was.[60] Tussen dit telefoontje en het moment dat zij [verdachte] ontmoette zat een korte periode, [B] schat vier maanden.[61] [slachtoffer] was elke avond om zes uur weg van huis, ze nam haar telefoon ’s avonds niet op[62] en ze kwam de volgende ochtend pas terug.[63] [slachtoffer] vertelde dat zij werd geslagen.[64] Haar amen zaten altijd onder de grote blauwe plekken. [B] heeft ook een blauw oog en hechtingen in haar wenkbrauw gezien.[65] In de kast van [slachtoffer] zag [B] allemaal sexy jurkjes hangen.[66]


Getuige [C] , een vriendin van aangeefster

[C] vertelt dat zij weg moest als [verdachte] langskwam omdat [slachtoffer] met niemand mocht omgaan.[67] [slachtoffer] was bang voor [verdachte] .[68] Ze waren altijd aan het schreeuwen en schelden.[69] Het contact tussen [C] en [slachtoffer] werd moeizamer. [verdachte] zei tegen [C] dat hij niet wilde dat ze bij [slachtoffer] kwam. Ze mocht met niemand contact hebben. [slachtoffer] vertelde aan [C] dat [verdachte] haar sloeg. [C] zag af en toe een blauwe plek op haar arm of been. [slachtoffer] vertelde ook dat [verdachte] haar telefoon kapot had gemaakt.[70] [C] heeft [slachtoffer] een keer naar club [naam club 1] in [vestigingsplaats ] gebracht.[71] [slachtoffer] maakte toen geen heldere indruk, ze zag eruit alsof ze zelf niet besefte wat ze aan het doen was.[72] In de periode dat [slachtoffer] met [verdachte] was kwam [C] bij een kledingwinkel waarvan de verkoopster tegen haar zei dat [slachtoffer] allemaal korte rokjes en blote kleding kocht. Normaal droeg [slachtoffer] bedekkende kleding.[73]


Prostitutiewerkzaamheden


Gegevens van prostitutiewerkzaamheden in [vestigingsplaats ] , [vestigingsplaats ] en [vestigingsplaats ]

Uit gegevens ontvangen van [naam club 1] te [vestigingsplaats ] volgt dat [slachtoffer] onder de werknaam [X] heeft gewerkt in de maanden juli tot en met november 2012.[74]


Uit de jaaropgave over 2012 van de [naam club 2] blijkt dat [slachtoffer] dat jaar werkzaamheden heeft verricht en inkomsten heeft ontvangen.[75]


Blijkens door [bedrijfsnaam] te [vestigingsplaats ] verstrekte gegevens heeft [slachtoffer] in de week van 27 augustus 2012 tot en met 2 september 2012 voor een dagdeel een kamer gehuurd. Deze kamers worden per dag(deel) verhuurd aan prostituees.[76]


Aanwezigheid van verdachte

in [vestigingsplaats ] Verdachte is op 12 juli 2012 omstreeks 00:36 uur door de politie gecontroleerd terwijl hij in [vestigingsplaats ] reed. Hij gaf aan de twee politieagenten verschillende redenen op voor zijn aanwezigheid daar. Geconstateerd werd dat verdachte meerdere onlogische rondjes heeft gereden en ook nog eenmaal stil heeft gestaan.[77]


Eind 2012 is bij verdachte een telefoon in beslag genomen met een dual sim met daaraan gekoppeld twee IMEI‑nummers, waaronder [IMEI-nummer] . Door de provider wordt als laatste cijfer een [nummer] gebruikt waardoor het IMEI‑nummer [IMEI-nummer] hetzelfde nummer betreft als die eindigend op [nummer] .[78] Uit analyse van dit IMEI‑nummer blijkt dat onder meer de telefoonnummers [telefoonnummer] en [telefoonnummer] hiervan gebruik hebben gemaakt. [79]


Het telefoonnummer eindigend op [nummer] straalde in de bevraagde periode regelmatig zendmasten in [vestigingsplaats ] aan – in de nabijheid van [naam club 1] [80] – tijdens de avond en nachtelijke uren, te weten op 22, 23, 24, 25, 27, 28, 29 en 31 augustus en 1 september 2012.


Verklaring verdachte


Verdachte heeft bevestigd in 2012 een relatie te hebben gehad met aangeefster [slachtoffer] . Zij zijn samen een dagje in [vestigingsplaats ] en op vakantie in Marokko geweest. Hij wist dat [slachtoffer] bij een club in [vestigingsplaats ] werkte.[81]


Bewijsoverwegingen


De rechtbank merkt de verklaringen van aangeefster [slachtoffer] aan als geloofwaardig en betrouwbaar. Haar verklaringen zijn op belangrijke onderdelen consistent en worden op een aantal wezenlijke onderdelen en in voldoende mate ondersteund door andere – deels objectief bepaalde – bewijsmiddelen. De verklaringen van [slachtoffer] worden dan ook als uitgangspunt genomen. Anders dan de verdediging kennelijk veronderstelt, is niet vereist dat alle bestanddelen van de tenlastelegging worden ondersteund door ander bewijs.


Uit de bewijsmiddelen wordt afgeleid dat verdachte een relatie met [slachtoffer] is aangegaan waarna hij [slachtoffer] heeft gedwongen de prostitutie in te gaan. Hij heeft haar geïsoleerd van haar sociale omgeving, gedreigd met verspreiding van compromitterende filmpjes en fysiek en verbaal geweld gebruikt. Onder die omstandigheden is [slachtoffer] overgegaan tot het verrichten van het prostitutiewerkzaamheden en is daarmee ook op verdachtes aandringen doorgegaan. Zij heeft een groot deel van haar verdiensten afgestaan aan verdachte.


Wanneer iemand onder dergelijke omstandigheden komt tot het (blijven) verrichten van prostitutiewerkzaamheden, is er sprake van een uitbuitingssituatie die door verdachte is gecreëerd en in stand is gehouden. Uit de uiterlijke verschijningsvorm van zijn handelen volgt dat verdachte deze handelingen heeft verricht met het oogmerk van uitbuiting, zodat er sprake is van mensenhandel.


Op grond van de bewijsmiddelen – in onderling verband en samenhang bezien – acht de rechtbank dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de periode van 1 februari 2012 tot en met 2 september 2012 schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [slachtoffer] zoals onder feit 1 ten laste gelegd.


De uitkeringsfraudezaak (parketnummer 16/440278-11)

Verdachte heeft vanaf 18 september 2006 tot en met 23 mei 2008 een bijstandsuitkering ontvangen van de gemeente Utrecht (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, afdeling Sociale Zaken & Werkgelegenheid[82]) krachtens de Wet werk en bijstand (hierna: Wwb). Ingevolge artikel 17 Wwb was hij verplicht om uit eigen beweging mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand.[83]


Verdachte heeft ter zitting bevestigd in de ten laste gelegde periode een bijstandsuitkering te hebben ontvangen. Hij heeft in deze periode geen inkomsten opgegeven bij de uitkeringsinstantie.[84]


Bij arrest van 1 april 2015 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden is vastgesteld dat verdachte in de periode van 1 januari 2005 tot en met 5 april 2009 inkomsten, zijnde wederrechtelijk voordeel, heeft verkregen van [G] en [H] uit hun prostitutiewerkzaamheden.[85]


De rechtbank acht op grond van deze bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich in de ten laste gelegde periode schuldig heeft gemaakt aan uitkeringsfraude, zoals ten laste gelegd onder parketnummer 16/440278-11.


5. Bewezenverklaring


De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4.3 genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte


Parketnummer 16/701886-12 feit 1:

in de periode van 1 februari 2012 tot en met 2 september 2012 te Utrecht en [vestigingsplaats ] en [vestigingsplaats ] en [vestigingsplaats ] ,

A) een ander, te weten [slachtoffer] , telkens door dwang, geweld, een andere feitelijkheid of door dreiging met een andere feitelijkheid,

- heeft geworven, vervoerd en overgebracht met het oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] , en

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard en

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van haar, [slachtoffer] , seksuele handelingen met en/of voor een derde, en

B) (telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting van die ander, te weten die [slachtoffer] ,

immers is en/of heeft hij, verdachte,

- een relatie aangegaan met die [slachtoffer] en

- die [slachtoffer] veelvuldig uitgescholden en uitgelachen en

- die [slachtoffer] geïsoleerd van haar familie en vrienden en haar telefoon en haar belgedrag telkens gecontroleerd en haar telefoons kapot gemaakt en

- die [slachtoffer] gefilmd terwijl hij, verdachte, sex met haar had en die [slachtoffer] gefilmd toen zij onder invloed van drank en drugs was en die [slachtoffer] gedreigd die films aan haar vader, diens vrienden, klanten van [slachtoffer] [bedrijf] te sturen en op internet te zetten en

- die [slachtoffer] mee te nemen naar de Wallen en haar daar prostituees te tonen en

- met die [slachtoffer] kleding (strakke jurken) voor die [slachtoffer] te kopen en

- die [slachtoffer] meermalen op het lichaam geslagen en

- aan die [slachtoffer] te kennen gegeven dat

zij veel althans genoeg geld moest verdienen en

zij niet met klanten mocht kussen en

hij liever had dat ze achter de ramen ging zitten dan in een club ging werken en

zij niet meer (zo veel) in haar [bedrijf] mocht werken en

zij haar geld aan hem moest geven zonder dat hij erom hoefde te vragen en

- die [slachtoffer] naar haar prostitutiewerkplek gebracht en haar daarna weer opgehaald en

- een groot deel van het door [slachtoffer] met prostitutie verdiende geld aan hem, verdachte, laten geven;


Parketnummer: 16/440278-11:

in de periode van 18 september 2006 tot en met 22 mei 2008, in Utrecht, in strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Wet werk en bijstand, telkens opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf, terwijl verdachte wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een bijstandsuitkering, immers heeft hij, verdachte, opzettelijk aan of voor de gemeente Utrecht (Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, afdeling Sociale Zaken en Werkgelegenheid) geen mededeling gedaan van of verzwegen dat hij

- in de periode van 18 september 2006 tot en met 23 mei 2008 inkomsten heeft genoten uit prostitutiewerkzaamheden van een of meer vrouw(en) (te weten mevrouw [H] en mevrouw [G] ) en

- in de periode van 18 september 2006 tot en met 23 mei 2008 meerdere geldbedragen heeft ontvangen van mevrouw [H] en/of mevrouw [G] en

- in de periode van 18 september 2006 tot en met 23 mei 2008 inkomsten heeft genoten.


Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.



6. De strafbaarheid van de feiten


De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar als:


16-701886-12, feit 1: Mensenhandel;

16/440278-11: In strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf, en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking.


Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.



7. De strafbaarheid van verdachte


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.


8. Motivering van de straf


8.1 De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar met aftrek van voorarrest.


8.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat indien tot een bewezenverklaring wordt gekomen de strafeis disproportioneel hoog is.


8.3 Het oordeel van de rechtbank

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. Bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan is in het bijzonder het volgende meegewogen.


Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van zijn toenmalige partner. Het slachtoffer was een succesvolle jonge vrouw met een eigen woning en goed lopend bedrijf. Verdachte heeft haar, terwijl hij een relatie met haar had, de prostitutie in gemanipuleerd waarbij fysiek en verbaal geweld niet werd geschuwd. Hij heeft vervolgens voordeel getrokken uit haar inkomsten.


Mensenhandel waarbij iemand in de prostitutie wordt gebracht, is een vergaande en ontluisterende manier van uitbuiting, waarbij de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer ondergeschikt wordt gemaakt aan geldelijk gewin. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijk handelen gedurende lange tijd de psychische gevolgen hiervan (kunnen) ondervinden.


De impact die het gebeurde op de slachtoffer heeft gehad blijkt niet alleen uit het dossier, maar ook uit de vordering benadeelde partij. In de toelichting is te lezen dat zij ontzettend bang is geweest voor verdachte. Het voelde alsof zij geen kant op kon en [slachtoffer] zegt hierover “uiteindelijk vond ik niets meer leuk, wilde ik dood”. Zij voelde en voelt zich nog steeds ernstig aangetast in haar lichamelijke en geestelijke integriteit door het handelen van verdachte. De rechtbank neemt hem dit zeer kwalijk.


Ook heeft verdachte uitkeringsfraude gepleegd door zijn inkomsten niet aan de uitkerende instantie te melden. Door aldus te handelen heeft verdachte misbruik gemaakt van het sociale stelsel zoals dat in Nederland bestaat. Het bedrag aan ten onrechte ontvangen uitkeringsgelden is door de gemeente Utrecht vastgesteld op ruim € 19.000,-. Bij de bepaling van de strafmaat wordt evenwel weinig zelfstandige betekenis toegekend aan deze uitkeringsfraude gelet op de tijd die inmiddels is verstreken en de ernst van het overige bewezen verklaarde.


De rechtbank is van oordeel dat bij een dermate ernstig feit als mensenhandel in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats is.


Daarbij komt dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 21 februari 2017 reeds tweemaal eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van mensenhandel. In 2006 tot een gevangenisstraf van twee jaar en in 2010 tot een gevangenisstraf van vier jaar. Meteen na zijn invrijheidstelling na deze laatste veroordeling – en nog tijdens de hieraan verbonden periode van voorwaardelijke invrijheidstelling– heeft verdachte een nieuw slachtoffer gemaakt.


De rechtbank houdt dan ook in ernstig strafverzwarende zin rekening met deze eerdere veroordelingen. Deze hebben verdachte er niet van kunnen weerhouden opnieuw een dergelijk feit te plegen. Mensenhandel is geen impulsdelict; verdachte is wederom gedurende de periode van een aantal maanden berekenend te werk gegaan en heeft ernstige geweldshandelingen verricht jegens het slachtoffer. Daarbij komt dat – nu verdachte niet heeft willen meewerken aan onderzoek – geen inzicht is verkregen in zijn persoon of zijn beweegredenen voor het plegen van dit feit. Ook heeft hij op geen enkele wijze verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden in de richting van het slachtoffer. Ter bescherming van de samenleving wordt het noodzakelijk geacht dat aan verdachte een gevangenisstraf wordt opgelegd van langere duur dan de eerdere aan hem opgelegde straffen. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om in strafmatigende zin af te wijken van de eis van de officier van justitie gelet op de strafoplegging in soortgelijke zaken.


Alles overziend acht de rechtbank passend en geboden oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar, met aftrek van voorarrest. Het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis van verdachte wordt dan ook afgewezen.


9. Het beslag


De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen telefoon geretourneerd kan worden aan verdachte.


De verdediging heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot het beslag.


De rechtbank constateert dat zich in het dossier geen beslaglijst bevindt. Uit raadpleging van het administratieve zaaksysteem blijkt dat geen openstaand beslag is geregistreerd. De rechtbank beschikt ook niet over een goednummer of andere specificering van de genoemde telefoon. Het is dan ook niet mogelijk gebleken om vast te stellen dat sprake is van openstaand beslag zoals door de officier van justitie gesteld. Hierover wordt daarom geen beslissing genomen.


10. Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel


Door de benadeelde partij [slachtoffer] is een vordering tot schadevergoeding ingediend. Gevorderd wordt in totaal € 67.300,- als schadevergoeding voor de feiten van parketnummer 16/701886-12, waarvan verdachte wordt beschuldigd.


10.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft verzocht om de gedeeltelijke toewijzing van de ingediende vordering en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De immateriële schade van € 20.000,- en de materiële schade tot een bedrag van € 40.000,- acht de officier van justitie voldoende onderbouwd. De gevorderde post van € 7.300,- dient te worden afgewezen nu dit geen rechtstreekse schade betreft, toegebracht door het bewezen verklaarde.


10.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat de immateriële schade onvoldoende onderbouwd is bij gebreke aan medische gegevens. Zowel wat betreft de immateriële schade als de materiële schade dient de vordering niet‑ontvankelijk te worden verklaard nu beoordeling hiervan gelet op de gebrekkige onderbouwing een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.


10.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast dat behandeling van (een gedeelte van) de ingediende vordering geen onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Het is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 1 van parketnummer 16/701886-12 bewezen geachte rechtstreeks schade heeft geleden.


Wat betreft de gevorderde immateriële schade overweegt de rechtbank dat het een feit van algemene bekendheid is dat het ondergaan van dergelijk (seksueel) misbruik psychische schade veroorzaakt. Mede gelet hierop en de feiten en omstandigheden van het geval wordt de immateriële schade op minimaal € 10.000,- gewaardeerd. De rechtbank schat de geleden materiële schade op € 10.000,-. De rechtbank is van oordeel dat deze geleden schade voldoende onderbouwd is en de (berekening van de) hoogte is niet, althans onvoldoende gemotiveerd betwist. De vordering wordt tot dit bedrag toegewezen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade, bepaald op het midden van de bewezen verklaarde periode van feit 1, te weten 18 mei 2012.


Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.


In het belang van de benadeelde partij voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.


Dat het bewezen verklaarde tot meer schade heeft geleden acht de rechtbank op dit moment niet voldoende onderbouwd. De vorderingen worden wat betreft het meerdere gevorderde daarom niet‑ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij kan de vordering voor dit deel bij de burgerlijke rechter aanbrengen.


11. Toepasselijke wettelijke voorschriften


De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 57, 63, 227b en 273f van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde en op de reeds aangehaalde artikelen.


De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.


12. Beslissing


De rechtbank:


Vrijspraak

Verklaart het onder feit 2 van parketnummer 16/701886-12 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.


Bewezenverklaring

Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.


Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.


Het bewezen verklaarde levert op:


16-701886-12, feit 1: Mensenhandel;

16/440278-11: In strijd met een hem bij wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf, en terwijl hij weet dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn recht op een verstrekking.


Strafbaarheid

Verklaart het bewezene strafbaar.


Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.


Strafoplegging

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar.


Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.


Benadeelde partij

Wijst de vordering van [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 20.000,- (zegge: twintigduizend euro), bestaande uit € 10.000,- immateriële schade en € 10.000,- materiële schade.


Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] , vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening.


Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.


Bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.


Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer] een bedrag van € 20.000,- (zegge: twintigduizend euro), bestaande uit € 10.000,- immateriële schade en € 10.000,- materiële schade, aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal aan te vullen met een hechtenis van 135 dagen. Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 mei 2012 tot aan de dag der algehele voldoening. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.


Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.



Dit vonnis is gewezen door

mr. E.M. de Stigter, voorzitter,

mrs. R.P. den Otter en N. Schapendonk, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K.M. Strijbos, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 maart 2017.


BIJLAGE: de tenlastelegging


Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt ten laste gelegd dat:



Parketnummer 16/701886-12


1.


(parketnummer 16 /701886-12, pv-nummer 2012 088 519, onderzoek GAUDI)


hij in of omstreeks de periode van ongeveer van 01 oktober 2011 tot en met

ongeveer 31 december 2012 te Utrecht en/of [vestigingsplaats ] en/of [vestigingsplaats ] en/of [vestigingsplaats ]

en/of elders in Nederland,


A) een ander of anderen, te weten [slachtoffer] ,


(telkens) door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en)

of door dreiging met geweld of (een) andere feitlijkhe(i)d(en),

door afpersing, fraude, misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht,

door misbruik van een kwetsbare positie


(sub 1°)

- heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer] , en/of


(sub 4°)

- heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard

dan wel onder die omstandighe(i)d(en) enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs

moest(en) vermoeden

dat die [slachtoffer] zich daardoor beschikbaar zou(den) stellen tot het

verrichten van arbeid of diensten van seksuele aard, en/of


(sub 9°)

- heeft gedwongen dan wel bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van

haar, [slachtoffer] , seksuele handelingen met en/of voor een derde, en/of


(sub 6°)

B)(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele uitbuiting

van die ander, te weten die [slachtoffer] ,


immers is en/of heeft hij, verdachte,


een (exclusieve) relatie aangegaan met die [slachtoffer] en/of


die [slachtoffer] veelvuldig uitgescholden en/of uitgelachen en/of


die [slachtoffer] laten weten dat hij een zogenaamde zuuraanval in het gezicht van een

vrouw (zoals getoond op tv) amusant vond en/of


die [slachtoffer] geisoleerd van haar familie en/of vrienden en/of

haar telefoon en/of haar belgedrag telkens gecontroleerd en/of

haar telefoon(s) kapot gemaakt en/of


die [slachtoffer] gefilmd terwijl hij, verdachte, sex met haar had en/of

die [slachtoffer] gefilmd toen zij onder invloed van drank en/of drugs was en/of

die [slachtoffer] gedreigd die film(s) aan haar vader, diens vrienden, klanten van

[slachtoffer] [bedrijf] , althans derden te sturen en/of op internet te zetten

en/of


aan die [slachtoffer] foto's van meerdere vrouwen laten zien die een tatoeage met de

naam " [verdachte] " hadden en die voor hem werkten en/of


die [slachtoffer] gedwongen om een (of meer) tatoeage(s) met de naam " [verdachte] " op haar

lies en/of een vinger te zetten en/of


die [slachtoffer] mee te nemen naar de Wallen en haar daar prostituees te tonen en/of


met die [slachtoffer] kleding (strakke jurken) voor die [slachtoffer] te kopen en/of


die [slachtoffer] meermalen op het lichaam geslagen en/of geschopt en/of


aan die [slachtoffer] te kennen gegeven dat

- zij veel althans genoeg geld moest verdienen en/of

- zij niet met klanten mocht kussen en/of

- hij liever had dat ze achter de ramen ging zitten dan in een club ging

werken en/of

- zij niet meer (zo veel) in haar [bedrijf] mocht werken en/of

- zij haar geld aan hem moest geven zonder dat hij erom hoefde te vragen en/of


die [slachtoffer] telkens naar haar prostitutiewerkplek gebracht en/of haar daarna

weer opgehaald en/of


alle, althans een groot deel van het door [slachtoffer] met prostitutie verdiende geld

aan hem, verdachte, laten geven en/of van die [slachtoffer] heeft afgepakt;


art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 4° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 6° Wetboek van Strafrecht

art 273f lid 1 ahf/sub 9° Wetboek van Strafrecht



2.


(parketnummer 16 / 701 014 - 13, pv-nummer 2014 102 814, onderzoek Brons)


Hij in of omstreeks de periode 22 maart 2013 tot en met 26 april 2013 te

Utrecht, in elk geval in Nederland,


wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft

gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] ,


met het oogmerk die [slachtoffer] te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden

en/of vrees aan te jagen,


immers heeft hij, verdachte


- die [slachtoffer] 689 keer, althans (zeer) vaak, opgebeld en/of


- die [slachtoffer] (meermaals) opgebeld en dreigend en/of beledigend de woorden

toegevoegd "je gaat nog een kind nemen geloof me is jouw boete dat" en/of "ik

wil gewoon een kind van je klaar. en dat heb ik je altijd gezegd en dat ga ik

van je krijgen of je nou wilt of niet" en/of "never nooit meer zal ik

accepteren dat jij nog met iemand anders omgaat. Ik zweer het je ik roei je

helemaal uit", althans woorden van gelijke dreigende en/of beledigende aard

en/of strekking en/of


- een voicemailbericht bij die [slachtoffer] achtergelaten waaruit bleek dat hij

wist waar zij zich op dat moment bevond, te weten "hee haal ff gelijk een

kaascroissantje voor mij bij de [adres] ja? En ik dacht dat je alleen was

in de auto. Doei", althans woorden van gelijke (dreigende) aard en/of

strekking en/of


- een of meer sms-bericht(en) gestuurd met de inhoud "thuis je hebt mooie

auto weer", "het is druk bij jou papa" en/of "jou dagen zijn op", althans

woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;


art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht



Parketnummer: 16/440278-11


Hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 september

2006 tot en met 22 mei 2008,


in Utrecht, in elk geval (telkens) in Nederland,


in strijd met een hem of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde

verplichting, te weten artikel 65 van de Algemene Bijstandswet en/of artikel

17 van de Wet werk en bijstand,


(telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te

verstrekken,


zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een

ander,


terwijl verdachte wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die

gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een

verstrekking of tegemoetkoming, te weten een bijstandsuitkering, dan wel voor

de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming,


immers heeft hij, verdachte, opzettelijk aan of voor de gemeente Utrecht

(Dienst Maaschappelijke Ontwikkeling, afdeling Sociale Zaken en

Werkgelegenheid) geen mededeling gedaan van of verzwegen dat hij

- in de periode van 18 september 2006 tot en met 23 mei 2008 inkomsten heeft

genoten uit prostitutiewerkzaamheden van een of meer vrouw(en) (te weten

mevrouw [H] en/of mevrouw [G] ) en/of

- in de periode van 18 september 2006 tot en met 23 mei 2008 meerdere

geldbedragen heeft ontvangen van mevrouw [H] en/of mevrouw [G]

en/of

- in de periode van 18 september 2006 tot en met 23 mei inkomsten heeft

genoten;


Artikel 227b Wetboek van Strafrecht

art 227b Wetboek van Strafrecht


[1] Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende processen-verbaal bevinden:

  • tav de mensenhandel: nr. 2012088519 (onderzoek 09Gaudi), p. 1-510, excl. BOB dossier;
  • tav de uitkeringsfraude: nr. SRU/2010000111, pv bevindingen p. 1-8 met bijlagen p. 1-175.

Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Voor zover het gaat om geschriften als bedoeld in artikel 344, eerste lid, sub vijf, van het Wetboek van Strafvordering, worden deze alleen gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen.

De weergegeven feiten en omstandigheden worden slechts gebezigd tot het bewijs van dat ten laste gelegde feit waarop deze blijkens de inhoud kennelijk betrekking hebben.

[2] Het proces-verbaal bevindingen – aanvang problematiek, p. 179.

[3] Het proces-verbaal bevindingen – aanvang problematiek, p. 180.

[4] Het proces-verbaal bevindingen – aanvang problematiek, p. 181.

[5] Een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring betreffende [slachtoffer] , p. 150.

[6] Het proces-verbaal verhoor getuige [A] op 31 aug 2015, p. 286.

[7] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] op 27 juli 2015, p. 270.

[8] Het proces-verbaal bevindingen – vernieling autoruit, p. 187.

[9] Het proces-verbaal bevindingen – vernieling autoruit, p. 188.

[10] Het proces-verbaal bevindingen – vernieling autoruit, p. 190.

[11] Het proces-verbaal bevindingen – melding mensenhandel zus, p. 202.

[12] Het proces-verbaal bevindingen – verklaring van zus van [slachtoffer] , p. 214.

[13] Het proces-verbaal bevindingen – verklaring van zus van [slachtoffer] , p. 215.

[14] Het proces-verbaal bevindingen – verklaring van zus van [slachtoffer] , p. 216.

[15] Het proces-verbaal bevindingen – verklaring van zus van [slachtoffer] , p. 215.

[16] Het proces-verbaal intakegesprek mensenhandel op 20 okt 2012, p. 81.

[17] Het proces-verbaal intakegesprek mensenhandel op 20 okt 2012, p. 82.

[18] Het proces-verbaal intakegesprek mensenhandel op 20 okt 2012, p. 83.

[19] Het proces-verbaal bevindingen – benadeling [slachtoffer] bij onderzoek, p. 236.

[20] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 89.

[21] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 91.

[22] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 92.

[23] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 94.

[24] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 20 nov 2014, p. 113.

[25] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 94.

[26] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 96.

[27] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 93.

[28] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 93.

[29] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 95.

[30] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 94.

[31] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 97.

[32] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 20 nov 2014, p. 105.

[33] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 20 nov 2014, p. 106.

[34] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 96.

[35] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 26 jan 2016, p. 134.

[36] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 20 nov 2014, p. 108.

[37] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 97.

[38] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 99.

[39] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 100.

[40] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 14 juli 2015, p. 120.

[41] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 97.

[42] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 97.

[43] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 98.

[44] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 20 nov 2014, p. 112.

[45] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 14 juli 2015, p. 121.

[46] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 97.

[47] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 99.

[48] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 20 nov 2014, p. 113.

[49] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 20 nov 2014, p. 107.

[50] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 26 jan 2016, p. 136.

[51] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 17 nov 2014, p. 100.

[52] Het proces-verbaal verhoor aangeefster [slachtoffer] op 20 nov 2014, p. 110.

[53] Het proces-verbaal verhoor getuige [D] op 23 juli 2015, p. 263.

[54] Het proces-verbaal verhoor getuige [D] op 23 juli 2015, p. 261.

[55] Het proces-verbaal verhoor getuige [E] op 30 juli 2015, p. 274.

[56] Het proces-verbaal verhoor getuige [F] op 23 nov 2015, p. 305.

[57] Het proces-verbaal verhoor getuige [F] op 23 nov 2015, p. 306.

[58] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] op 27 juli 2015, p. 266.

[59] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] op 27 juli 2015, p. 267.

[60] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] bij de RC op 8 dec 2016, p. 1, los in dossier.

[61] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] op 27 juli 2015, p. 268.

[62] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] op 27 juli 2015, p. 269.

[63] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] bij de RC op 8 dec 2016, p. 2, los in dossier.

[64] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] bij de RC op 8 dec 2016, p. 2, los in dossier.

[65] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] op 27 juli 2015, p. 270.

[66] Het proces-verbaal verhoor getuige [B] op 27 juli 2015, p. 270.

[67] Het proces-verbaal verhoor getuige [C] op 25 aug 2015, p. 278.

[68] Het proces-verbaal verhoor getuige [C] op 25 aug 2015, p. 279.

[69] Het proces-verbaal verhoor getuige [C] bij de RC op 8 dec 2016, p. 2, los in dossier.

[70] Het proces-verbaal verhoor getuige [C] op 25 aug 2015, p. 279.

[71] Het proces-verbaal verhoor getuige [C] op 25 aug 2015, p. 280.

[72] Het proces-verbaal verhoor getuige [C] bij de RC op 8 dec 2016, p. 2, los in dossier.

[73] Het proces-verbaal verhoor getuige [C] op 25 aug 2015, p. 281.

[74] Het proces-verbaal bevindingen – ontvangen gegevens [naam club 1] , p. 319.

[75] Een geschrift, zijnde een jaaropgaaf over 2012 (p. 301).

[76] Het proces-verbaal bevindingen – ontvangen gegevens [bedrijfsnaam] , p. 318.

[77] Het proces-verbaal bevindingen – [verdachte] in [vestigingsplaats ] , p. 193.

[78] Het proces-verbaal bevindingen – vergelijking telefoonnummers Gaudi-Brons, p. 343.

[79] Het proces-verbaal bevindingen – onderzoek historische verkeersgegevens, p. 330.

[80] Het proces-verbaal bevindingen – onderzoek historische verkeersgegevens, p. 332.

[81] De verklaring van verdachte ter zitting op 21 februari 2017.

[82] Een geschrift, zijnde het besluit toekenning uitkering van 18 december 2006, p. 118.

[83] Het proces-verbaal bevindingen, p. 3.

[84] De verklaring van verdachte ter zitting van 21 februari 2017.

[85] Een geschrift, zijnde een kopie van het arrest van gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 april 2015 betreffende verdachte, los opgenomen in het dossier.