Rechtbank Midden-Nederland, 08-03-2017 / 16/705035-16 (P)


ECLI:NL:RBMNE:2017:1117

Inhoudsindicatie
Een 71-jarige man uit Woerden is door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot 180 dagen gevangenisstraf, waarvan 177 dagen voorwaardelijk en de maximale taakstraf van 240 uur. De man had 785 kinderpornografische bestanden in zijn bezit, waaronder door hem met een fotoprogramma op zijn computer bewerkte foto’s. De man heeft sinds de doorzoeking in zijn woning openheid van zaken gegeven. Hij verklaart dat hij zich aangetrokken voelt tot jongens en dat hij in de jaren ’90 op internet heeft gezocht naar kinderporno. De aangetroffen bestanden had hij sindsdien in bezit. Er bestaan geen aanwijzingen dat hij de kinderporno heeft verspreid. De man hield de verzameling van afbeeldingen aan om in de bevrediging van zijn eigen behoefte kunnen voorzien. De rechtbank oordeelt dat hij hierdoor heeft bijgedragen aan het in stand houden van de productie van kinderporno. De verdachte heeft in Nederland een blanco strafblad, maar is in 2011 in Cambodja veroordeeld voor ontucht met een minderjarige. De man heeft de veroordeling consequent betwist. De officier van justitie vindt dat de veroordeling moet worden meegenomen in de strafoplegging. De rechtbank ziet in hetgeen verdachte heeft aangevoerd met betrekking tot de Cambodjaanse procedure aanleiding om deze veroordeling niet te betrekken bij de straftoemeting. De rechtbank heeft bij het opleggen van de straf gekeken naar straffen in vergelijkbare zaken. Ook is gekeken naar de soort, en het aantal afbeeldingen. De deskundige concludeert dat de man een pedofiele stoornis heeft, maar dat hij zijn gevoelens kan sturen en beheersen. Door de hoge leeftijd van de man is de kans op herhaling klein, stelt de psycholoog. De rechtbank oordeelt dat het belangrijk is dat zijn behandeling wordt voortgezet en legt hem dat ook op. Ook legt de rechtbank een forse voorwaardelijke celstraf op als stok achter de deur, met een proeftijd van drie jaar.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-03-08
Publicatiedatum
2017-03-08
Zaaknummer
16/705035-16 (P)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Zittingsplaats Utrecht


Parketnummer: 16/705035-16 (P)


Vonnis van de meervoudige kamer van 8 maart 2017


in de strafzaak tegen


[verdachte]

geboren op [1945] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats ] , [adres] .

1ONDERZOEK TER TERECHTZITTING


Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 22 februari 2017.


De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en standpunten van officier van justitie mr. B.E.M. van de Ven en van hetgeen verdachte en mr. C.H.J. van Dooijeweert, advocaat te Veenendaal, naar voren hebben gebracht.

2TENLASTELEGGING


De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.


De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 1 oktober 2002 tot en met 14 januari 2016 een gewoonte heeft gemaakt van onder meer het vervaardigen en in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen.

3VOORVRAGEN


De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4WAARDERING VAN HET BEWIJS


4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht het ten laste gelegde wettig en overtuigend te bewijzen.


Met betrekking tot de rechtmatigheid van de doorzoeking in verdachtes woning heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat een anonieme melding en een strafblad waar een veroordeling voor een soortgelijk feit op staat volgens vaste jurisprudentie voldoende grond kan vormen om een politieonderzoek te starten.


Het politieonderzoek in deze zaak is gestart naar aanleiding van een anonieme melding over verdachte dat hij vermoedelijk in het bezit is van kinderporno en dat hij binnen een maand naar Vietnam zal reizen voor kindersekstoerisme. Voorts bevat de melding informatie dat verdachte in het verleden in Cambodja is veroordeeld voor kindermisbruik. Kindermisbruik hangt nauw samen met het bezit van kinderporno. Op basis daarvan is het strafblad van verdachte en internet geraadpleegd. De resultaten van dit onderzoek hebben aanleiding gegeven tot een doorzoeking van de woning van verdachte, die dan ook rechtmatig is geweest.


Op grond van de resultaten van het politieonderzoek en de bekennende verklaring van verdachte kan worden bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het bezit en vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen in de twee tenlastegelegde periodes. Het vervaardigen heeft bestaan uit het bewerken van foto’s waardoor nieuwe afbeeldingen zijn ontstaan. Verdachte heeft van het bezit en het vervaardigen een gewoonte gemaakt.



4.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde.

De doorzoeking van de woning van verdachte is onrechtmatig geweest. Op het moment dat de woning van verdachte werd doorzocht, was er geen sprake van een redelijk vermoeden van schuld. De anonieme melding bevat informatie die deels voor een ieder toegankelijk was op internet, te weten over de veroordeling van verdachte in Cambodja voor kindermisbruik. Informatie over die zaak, die ook van organisatie APLE (Action Pour Les Enfants) uit Cambodja afkomstig was, zegt echter nog niets over mogelijk bezit van kinderpornografische afbeeldingen. Verder was ook uit openbare bronnen informatie bekend over de op handen zijnde reis van verdachte naar Vietnam. Dit is onvoldoende om een financieel onderzoek te starten en informatie op te vragen bij banken en de Belastingdienst. Bovendien volgt uit de omstandigheid dat uit dat onderzoek naar voren is gekomen dat verdachte geldtransacties heeft verricht in en naar Vietnam nog geen redelijk vermoeden van schuld voor het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen.


Er is sprake van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Dit dient te leiden tot bewijsuitsluiting van het materiaal dat is aangetroffen op de laptop en de harde schijven van verdachte en de verklaringen die verdachte nadien heeft afgelegd, omdat dit rechtsreeks voortvloeit uit de onrechtmatige doorzoeking. Het huisrecht van verdachte en zijn recht op privacy en op een eerlijk proces is door de onrechtmatige doorzoeking in ernstige mate geschonden. Omdat er door de bewijsuitsluiting onvoldoende ander bewijs resteert, dient algehele vrijspraak te volgen.


Indien de doorzoeking niet onrechtmatig wordt geacht, stelt de raadsvrouw zich subsidiair op het standpunt dat bewezen kan worden dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen in bezit heeft gehad en heeft vervaardigd. Verdachte heeft bekend dat hij de kinderpornografische afbeeldingen heeft gedownload en een aantal daarvan nadien heeft bewerkt en daarmee ook kinderporno heeft vervaardigd. Omdat verdachte van 2004 tot 2011 in Cambodja gewoond heeft en tenlastegelegd is dat de feiten in ‘ [woonplaats ] , althans in Nederland’ zijn gepleegd, dient voor die periode een gedeeltelijke vrijspraak te volgen.







4.3

Het oordeel van de rechtbank


Verweer onrechtmatig verkregen bewijs

De rechtbank stelt voorop dat uit het arrest HR 13 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4179, NJ 2006/346 (Meld Misdaad Anoniem) volgt dat geen rechtsregel eraan in de weg staat dat de politie anonieme informatie gebruikt als startinformatie voor een opsporingsonderzoek. Bij het toepassen van een ingrijpend dwangmiddel als doorzoeking komt het er wel op aan of de anonieme informatie betrouwbaar lijkt. Er moet dus verificatie plaats vinden.


Op 30 december 2015 heeft de politie een MMA-melding ontvangen die onder meer inhoudt dat:

  • - verdachte vermoedelijk in het bezit is van kinderporno en naar Vietnam gaat voor kindersekstoerisme;
  • - hij een veroordeling en celstraf heeft gehad in Cambodja in verband met kindersekstoerisme en
  • - hij op 20 januari 2016 voor de tweede keer naar Vietnam gaat.

Uit daarop volgend politieonderzoek bleek dat verdachte eerder is aangehouden ter zake van kinderpornografie en misbruik van minderjarigen in Cambodja. In 2011 is verdachte veroordeeld voor misbruik van minderjarigen in Cambodja.


Op 5, 6 en 7 januari 2016 zijn gegevens bij de Belastingdienst en bankgegevens van verdachte opgevraagd. Uit bankgegevens die op 13 januari 2016 zijn ontvangen blijkt dat vanaf de bankrekening van verdachte op 28 oktober 2015 een betaling is gedaan van € 824,32 aan de website Vliegtickets.nl. Ook volgt daaruit dat in de periode van 30 december 2013 tot en met 17 maart 2014 regelmatig bedragen zijn opgenomen bij betaalautomaten in Vietnam. Hiermee is een belangrijk deel van de MMA-melding bevestigd.


Daarnaast heeft de politie op 11 januari 2016 een onderzoek in open bronnen verricht. De politie stuit daarbij op het internet op een door verdachte geschreven blog d.d. 6 januari 2016 waarin opnieuw een deel van de informatie uit de MMA-melding wordt bevestigd, namelijk dat hij over een paar weken weer zal overwinteren in Nha Trang in Vietnam. Dat deze informatie voor een ieder met toegang tot het internet toegankelijk is doet aan de waarde van dit gegeven niet af.


Naar het oordeel van de rechtbank vormt de informatie uit de MMA-melding na deze verificatie voldoende verdenking voor een doorzoeking in de woning van verdachte. De feiten kindermisbruik, kindersekstoerisme en het bezit van kinderpornografische afbeeldingen hebben bovendien dermate veel overeenkomsten dat vermoedens voor het overtreden van een van die drie feiten ook vermoedens voor de andere feiten konden opleveren.


Deze doorzoeking, op 14 januari 2016, is naar het oordeel van de rechtbank niet onrechtmatig geweest. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw.


Bewijsmiddelen

Op 14 januari 2016 worden bij de doorzoeking in de woning van verdachte te Woerden onder meer een laptop en twee harde schijven in beslag genomen. Op deze gegevensdragers worden in totaal 654 foto’s, 35 films en 322 bewerkte foto’s aangetroffen die zijn aan te merken als kinderpornografisch. Daarvan waren 500 foto’s, 35 films en 250 bewerkte foto’s voor verdachte toegankelijk (accessible). Op de afbeeldingen zijn onder meer seksuele gedragingen te zien van of met personen onder de 18 jaar, bestaande uit het oraal en anaal penetreren van het lichaam, het met een vinger/hand betasten en of aanraken van het geslachtsdeel, het poseren in een onnatuurlijke pose waarbij ontblote geslachtsdelen/billen nadrukkelijk in beeld gebracht worden en het masturberen bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of lichaam.


Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting erkend dat hij deze kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad. Verdachte heeft de afbeeldingen grotendeels eind negentiger jaren in Nederland gedownload van het internet. Een deel van de afbeeldingen heeft hij bewerkt.


Bewijsoverweging

De rechtbank acht bewezen dat verdachte kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit heeft gehad en heeft vervaardigd. Het vervaardigen heeft erin bestaan dat verdachte bestaande afbeeldingen via de computer heeft bewerkt. Verdachte heeft van deze handelingen een gewoonte gemaakt.


De rechtbank heeft op basis van het beschikbare dossier niet kunnen vaststellen dat de in de tenlastelegging genoemde seksuele gedragingen op de afbeelding “V01” worden weergegeven. Daarom volgt vrijspraak van deze afbeelding.


Naar het oordeel van de rechtbank kan niet bewezen worden dat verdachte zich in de periode 2004 tot en met 2011 schuldig heeft gemaakt aan het in bezit hebben en vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen. Verdachte verbleef die jaren naar eigen zeggen in Cambodja waar hij een aantal jaren heeft gewoond en gewerkt, hetgeen steun vindt in het dossier. Daarom acht de rechtbank bewezen dat verdachte zich in de periode (onder a) van 1 oktober 2002 tot en met 1 januari 2004 en (onder b) in de periode van 31 december 2011 tot en met 14 januari 2016 schuldig heeft gemaakt aan de bewezenverklaarde handelingen.

5BEWEZENVERKLARING


De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:


op tijdstippen in de periode van

a) 1 oktober 2002 tot en met 1 januari 2004 en

b) 31 december 2011 tot en met 14 januari 2016


in Nederland, meermalen, telkens


afbeeldingen, bevattende seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,


heeft

a. a) vervaardigd en in bezit heeft gehad en

b) vervaardigd en in bezit heeft gehad


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:


het met een penis oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (fotonummer 20 en 1)


en


het met een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (fotonummer 16)


en


het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (fotonummer 6 en 18)


en


het masturberen bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een penis bij het gezicht en lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt waarbij de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (fotonummer 13)


en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt.




Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.


6STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN


Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.


Het bewezen verklaarde levert volgens de wet het volgende strafbare feit op:


een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt.

7STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE


Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8OPLEGGING VAN STRAF EN/OF MAATREGEL


8.1.

De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren met als bijzondere voorwaarden reclasseringstoezicht en behandeling door De Waag. De officier van justitie heeft bij haar strafeis ten nadele van verdachte meegewogen dat verdachte eerder in Cambodja voor kindermisbruik is veroordeeld tot een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.


8.2.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit om, indien verdachte voor het tenlastegelegde wordt veroordeeld, te volstaan met de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van het door verdachte ondergane voorarrest in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf – met daaraan verbonden de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden – en een taakstraf. De verdediging heeft de rechtbank verzocht aan verdachtes eerdere veroordeling in Cambodja niet het gewicht toe te kennen dat door de officier van justitie is voorgestaan.


8.3.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft bij de beantwoording van de vraag welke straf aan verdachte moet worden opgelegd onder meer gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan.


Verdachte, een nu 71-jarige man, is na een anonieme melding betrapt op het in bezit hebben van kinderporno. Op twee harde schijven en een laptop van verdachte heeft de politie in totaal 785 kinderpornografische bestanden aangetroffen die voor de verdachte toegankelijk waren.


Vanaf het moment van de doorzoeking in zijn woning, begin 2016, heeft verdachte hierover openheid van zaken gegeven. Hij heeft verklaard dat hij zich aangetrokken voelt tot jongens en dat hij in de jaren ’90 op internet heeft gezocht naar kinderporno. De bij hem aangetroffen bestanden heeft hij sindsdien in bezit gehad.


Verdachte heeft zich naast dit bezit ook schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno. Dit vervaardigen hield in dat verdachte afbeeldingen die hij op internet had gevonden op zijn computer bewerkte met een fotoprogramma. Hij verwerkte zichzelf in foto’s met naakte minderjarige jongens en voorzag zichzelf of de afgebeelde minderjarige van een penis in erectie. Ook vergrootte hij geslachtsorganen of wekte de indruk dat er een straal sperma uit hun penis in erectie kwam.


Er zijn geen aanwijzingen dat verdachte kinderporno heeft verspreid. Ook het – door bewerking van bestaande afbeeldingen – vervaardigen van kinderporno was niet op die verspreiding gericht. Verdachte hield een verzameling van afbeeldingen aan om in de bevrediging van zijn eigen behoeften te kunnen voorzien.


Het bezit en de vervaardiging van kinderporno zijn strafbaar gesteld in artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht. De strekking van dit wetsartikel is het tegengaan van seksueel misbruik van jeugdigen en de exploitatie van dat misbruik. De rechtbank neemt bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden – dat verdachte met zijn handelen heeft bijgedragen aan de productie van kinderpornografie. Het is een feit van algemene bekendheid dat de minderjarige slachtoffers van seksueel misbruik hiervan nog lange tijd lichamelijke en psychische klachten ondervinden. Dat heeft verdachte er niet van weerhouden zijn eigen behoeftebevrediging voorop te stellen.


De wetgever heeft in artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht tot uitdrukking gebracht dat bij veroordeling voor kinderpornografie niet kan worden volstaan met een taakstraf, zelfs niet in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Dit vindt zijn weerslag in de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) van de rechtbanken en gerechtshoven. Deze oriëntatiepunten geven weer welke straf rechters in de praktijk gemiddeld genomen opleggen. Bij het bezit van kinderporno gaan de oriëntatiepunten als vertrekpunt van denken uit van een taakstraf van 240 uur in combinatie met een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, waarvan een kort gedeelte onvoorwaardelijk, en bijzondere voorwaarden. Is er sprake van het maken van een beroep of gewoonte van het bezit van kinderpornografie dan is dat vertrekpunt een jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het oriëntatiepunt noemt verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de uiteindelijk op te leggen straf, zoals het aantal afbeeldingen, de pleegperiode, de leeftijd van de afgebeelde minderjarigen, het type afbeeldingen (echt of virtueel) en de aard van de afbeeldingen (ontuchtige handelingen, seksueel binnendringen, geweld).


Ten aanzien van de aard van de afbeeldingen en de leeftijd van de daarop afgebeelde minderjarigen is het volgende van belang. Op de bij verdachte aangetroffen bewerkte en niet-bewerkte kinderporno worden jongens in de leeftijd tussen de 11 en 16 jaar afgebeeld. Zij poseren alleen of in gezelschap van één of meer andere naakte jongens. Ook zijn er afbeeldingen aangetroffen waarbij de jongens seksuele handelingen met elkaar plegen. In een enkel geval was bij de seksuele gedraging een volwassen man betrokken. Van geweld is niet gebleken.


Ten aanzien van de pleegperiode weegt de rechtbank ten gunste van verdachte mee dat zij tot bewezenverklaring van een aanzienlijk kortere periode komt dan door de officier van justitie is geëist. Verdachte verbleef in de periode van 2004 tot en met 2011 in Cambodja en er zijn geen aanknopingspunten dat verdachte, gedurende dat verblijf, in Nederland kinderporno voorhanden had of heeft bewerkt. Dat neemt niet weg dat de rechtbank op basis van de resterende pleegperiode en het aantal afbeeldingen tot bewezenverklaring komt van het maken van een gewoonte van het bezit en vervaardigen van kinderporno.


Wat betreft dat aantal afbeeldingen weegt de rechtbank ten gunste van verdachte mee dat hij afbeeldingen kopieerde van een harde schijf naar zijn computer om deze te bekijken of te bewerken. Daardoor zijn ook dubbele afbeeldingen aangetroffen. Zij zijn door de politie meegeteld bij het totaal van 785 ‘accessible’ kinderpornografische bestanden.


Bij de straftoemeting houdt de rechtbank – naast de aard en ernst van de feiten – ook rekening met de persoon van verdachte. In dat verband is het volgende van belang.


Verdachte heeft in Nederland een blanco strafblad. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld in hoeverre zij de eerdere veroordeling van verdachte in Cambodja uit 2011 ter zake van ontucht met een minderjarige in verdachtes nadeel moet meewegen bij de op te leggen straf. De officier van justitie acht dat aangewezen. De rechtbank is daartoe niet verplicht. Na een daartoe strekkend rechtshulpverzoek is aan het dossier een de verdachte betreffend vonnis in de Khmer taal met een vertaling door een tolk toegevoegd. Verdachte heeft de gang van zaken rondom deze eerdere veroordeling tegenover de politie, de psycholoog de reclassering en ter terechtzitting toegelicht. Hij heeft consequent ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan het plegen van ontucht met kinderen. De rechtbank ziet in hetgeen hierover en met betrekking tot de Cambodjaanse procedure door en namens de verdachte is aangevoerd, redenen om af te zien van het betrekken van deze eerdere veroordeling bij de straftoemeting.


Verdachte is onderzocht door een psycholoog. Deze deskundige komt in zijn rapportage tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van pedofilie. Ook is er sprake van een onrijpe persoonlijkheid met narcistische trekken. Verdachte valt op jonge jongens in de leeftijd van 12 tot 14 jaar. Vanuit zijn pedofiele gevoelens heeft verdachte gezocht naar materiaal waarop hij kan masturberen en op die manier tot seksuele bevrediging kan komen. De deskundige concludeert dat de pedofilie in verband staat met het tenlastegelegde, maar dat verdachte goed in staat is om zijn pedoseksuele gevoelens te sturen en beheersen. De deskundige adviseert verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te beschouwen.


De rechtbank neemt deze conclusies van de psycholoog over en maakt deze tot de hare. De enigszins verminderde toerekeningsvatbaarheid weegt de rechtbank ten gunste van de verdachte mee bij de straftoemeting.


Door zijn hoge leeftijd is verdachtes libido volgens de psycholoog waarschijnlijk afgenomen en daardoor ook de kans op herhaling. Volgens de deskundige is verdachte gebaat bij een groepsbehandeling waarbinnen hij over zijn pedofilie en zijn problemen hiermee openlijk kan spreken. Verdachte heeft aangegeven aan die behandeling te willen meewerken. Tijdens de terechtzitting heeft hij dit bevestigd.


De reclassering heeft eveneens over verdachte gerapporteerd. Uit het rapport volgt dat verdachte na de schorsing van zijn voorlopige hechtenis is gestart met een behandeling bij De Waag en zich houdt aan alle afspraken. Hoewel verdachte aanvankelijk slechts beperkt gemotiveerd bleek voor deze behandeling is in zijn gedrag een kentering waarneembaar. Verdachte erkent dat, hoewel er aan zijn geaardheid niets te veranderen valt, er leerpunten zijn. De behandeling van verdachte is gericht op het terugdringen van het recidiverisico. De reclassering adviseert deze behandeling in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel voort te zetten.


Alles overziend is de rechtbank van oordeel dat een straf overeenkomstig het LOVS-oriëntatiepunt voor het bezit en verwerven van kinderpornografie in deze zaak passend en geboden is. Verdachte is gebaat bij de voorzetting van zijn behandeling waardoor hij leert omgaan met zijn pedofilie. De rechtbank zal het onvoorwaardelijk deel van de op te leggen gevangenisstraf gelijk stellen aan het inmiddels door verdachte ondergane voorarrest. Een nieuwe detentie zou afbreuk doen aan de te verwachten positieve effecten van de reeds opgestarte behandeling. Een fors voorwaardelijk strafdeel als stok achter de deur met een proeftijd van 3 jaar in combinatie met een taakstraf van de maximale duur acht de rechtbank afdoende.


De rechtbank zal voorts het inmiddels geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen.

9BESLAG


Namens de verdachte is primair verzocht om de inbeslaggenomen laptop aan verdachte te retourneren omdat daarop duizenden andere foto’s staan met een emotionele waarde. Subsidiair is verzocht de niet-kinderpornografische bestanden van de laptop aan verdachte ter beschikking te stellen. De raadsvrouw verwijst daarbij naar een beschikking van rechtbank Rotterdam van 20 oktober 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8345.


De officier van justitie heeft zich tegen de teruggave van de laptop/foto’s verzet. Gegevens op een laptop/computer zijn niet aan te merken als voorwerpen waarover de rechtbank afzonderlijk kan beslissen. Het verzoek van de verdediging heeft geen wettelijke grondslag.


De rechtbank zal de onder verdachte inbeslaggenomen laptop en twee harde schijven onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien het bewezenverklaarde met betrekking tot de kinderpornografische bestanden op deze voorwerpen is begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang. Van de niet-kinderpornografische bestanden op deze gegevensdragers kan evenwel niet worden vastgesteld dat het ongecontroleerd bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Verdachte heeft de teruggave van die gegevens verzocht voor zover zij op zijn laptop zijn opgeslagen. Anders dan de officier van justitie beschouwt de rechtbank deze gegevens wel als voorwerpen waarover de rechtbank afzonderlijk kan beslissen. In deze zaak ziet de rechtbank hiertoe aanleiding. Zij zal bevelen de laptop zal worden onttrokken aan het verkeer nadat de niet-kinderpornografische inhoud daarvan aan verdachte ter beschikking is gesteld.

10TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN


De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 22d, 36b, 36c, en 240b van het Wetboek van Strafrecht, zoals de artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11BESLISSING


De rechtbank:


Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;


- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;


Strafbaarheid

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;


- verklaart verdachte strafbaar;



Oplegging straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 180 (honderdtachtig) dagen;


- bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;


- bepaalt dat van de gevangenisstraf een gedeelte van 177 (honderdzevenenzeventig) dagen, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat de verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;


- stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;


- stelt als algemene voorwaarden dat de verdachte:

* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;


- stelt als bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:

* zich binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis bij Reclassering Nederland op het adres Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht zal melden, en zich daarna daar zal blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

* zich onder behandeling zal stellen van De Waag of soortgelijke ambulante forensische zorg op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling/behandelaar aan te geven, teneinde zich te laten behandelen zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;


- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;


- veroordeelt verdachte voorts tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;


- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;


- heft op het inmiddels geschorste bevel tot voorlopige hechtenis;



Beslag

- verklaart de volgende voorwerpen onttrokken aan het verkeer, nadat de niet-kinderpornografische inhoud van de Apple Macbook (goednr. 2) aan verdachte ter beschikking is gesteld:

  • - Computer, kleur zwart, FREECOM Ext Hd, 1620311, 16-2045-001 (goednr. 1);
  • - Computer, APPLE Macbook, 1620315, 16-2045-002 (goednr. 2);
  • - Computer, HARDE SCHIJF Personal, 1620320, 16-2045-003 (goednr. 3).




Dit vonnis is gewezen door mr. drs. S.M. van Lieshout, voorzitter, mrs. G.A. Bos en R.G.A. Beaujean, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N. van Olst-Baaziz, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 8 maart 2017.





















Mr. R.G.A. Beaujean is buiten staat

dit vonnis mede te ondertekenen.


Bijlage: de tenlastelegging


hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van

a) 1 oktober 2002 tot en met 31 december 2009 en/of

b) 1 januari 2010 tot en met 14 januari 2016


te [woonplaats ] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, telkens


afbeeldingen, te weten foto's en/of video's en/of films en/of gegevensdragers, te weten een harde schijf Freecom (AAGC2449NL) en/of een Macbook Apple (AAGC2451NL) en/of een harde schijf Hitachi (AAGC2442NL), bevattende van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,


heeft

a. a) verspreid en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardig en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad en/of

b) verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworden en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang tot die afbeelding(en) heeft verschaft,


welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:


het met de/een penis oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (fotonummer 20 en/of 1 en/of V01)


en/of


het met de/een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (fotonummer 16)


en/of


het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon in een (erotisch getinte) houding

(op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld gebracht worden, (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (fotonummer 6 en/of 18)


en/of


het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling (fotonummer 13)


en hij aldus van het plegen van dit misdrijf een gewoonte heeft gemaakt;




1 Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 31 mei 2016, genummerd 2015395522 (onderzoeksnaam MDRBD15063), opgemaakt door Politie, Team bestrijding kinderporno en kindersekstoerisme Midden-Nederland, doorgenummerd 1 tot en met 186. Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2 Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 125 en de kennisgeving van inbeslagneming, p. 127-128.
3 Het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 148-153 met als bijlage de collectiescan, p. 154-156.
4 De collectiescan op p. 154 met betrekking tot fotonummer 20, bijlage bij het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 148-153.
5 De collectiescan op p. 154 met betrekking tot fotonummer 1, bijlage bij het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 148-153.
6 De collectiescan op p. 155 met betrekking tot fotonummer 16, bijlage bij het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 148-153.
7 De collectiescan op p. 155 met betrekking tot fotonummers 6 en 18, bijlage bij het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 148-153.
8 De collectiescan op p. 156 met betrekking tot fotonummer 13, bijlage bij het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, p. 148-153.
9 De verklaring van verdachte [verdachte] ter terechtzitting van 22 februari 2017 en het proces-verbaal beoordeling kinderpornografische afbeeldingen, p. 145.