Rechtbank Midden-Nederland, 13-01-2017 / C/16/427762 / KG ZA 16-902


ECLI:NL:RBMNE:2017:117

Inhoudsindicatie
Naleving van erfdienstbaarheid, recht van overpad, onbelemmerde toegang.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-01-13
Publicatiedatum
2017-02-01
Zaaknummer
C/16/427762 / KG ZA 16-902
Procedure
Kort geding
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer


locatie Utrecht



zaaknummer / rolnummer: C/16/427762 / KG ZA 16-902


Vonnis in kort geding van 13 januari 2017


in de zaak van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

eiseres,hierna te noemen: [eiseres] ,

advocaat mr. M. Trimbos-Hartman,


tegen


1 [gedaagde sub 1] ,wonende te [woonplaats] ,gedaagde sub 1,hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,in deze procedure vertegenwoordigd door haar echtgenoot, gedaagde sub 2,2. [gedaagde sub 2] ,

wonende te [woonplaats] ,gedaagde sub 2, hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,

verschenen in persoon.



1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - de aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] betekende dagvaarding met daarbij gevoegd de producties 1 tot en met 6,
  • - de mondelinge behandeling van 22 december 2016,
  • - de pleitnota van [eiseres] ,
  • - de pleitnota van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] met producties.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten

2.1.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn vanaf 6 januari 1987 eigenaar van het perceel en de daarop gelegen onroerende zaken gelegen aan het [straatnaam] [nummer] , [nummer] , [nummer] , en [nummer] in [woonplaats] , kadastraal bekend […] [sectie] [nummer] (hierna: het perceel van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] ). Dit perceel is omheind met een monumentaal ijzeren hekwerk.

Er zijn twee toegangspoorten tot het terrein van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , één ter hoogte van nummer [nummer] / [nummer] en één ter hoogte van nummer [nummer] / [nummer] .

2.2.

[eiseres] is eigenaar van het perceel en het daarop gelegen transformatorstation gelegen bij [adres] te [woonplaats] , kadastraal bekend […] [sectie] [nummer] (hierna: het perceel van [eiseres] ).


2.3.

Het perceel van [eiseres] en het daarop gelegen transformatorstation is alleen toegankelijk via het perceel van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .


2.4.

Bij notariële akte van 10 november 1972 is ten gunste van een van de rechtsvoorgangsters van [eiseres] , de [bedrijf] , een erfdienstbaarheid van weg ter breedte van twee meter gevestigd; dit om te komen en te gaan naar het perceel van [eiseres] en het daarop gelegen transformatorstation. Op de bij deze notariële akte gevoegde situatietekening is aangeven hoe deze erfdienstbaarheid van weg loopt. De vestiging van deze erfdienstbaarheid heeft, zo blijkt uit de hiervoor genoemde notariële akte, plaatsgevonden onder de volgende bepalingen:a. De [bedrijf] zal te allen tijde van de erfdienstbaarheid van weg gebruik mogen maken, mede voor het vervoer van materialen voor zover nodig in verband met het in stand houden en onderhouden, dan wel het uitbreiden en afbreken van een zich op het leidend erf bevindend transformatorstation,b. De [bedrijf] zal op de voor de eigenaresse minst hinderlijke wijze van het zakelijk recht gebruik maken en eventueel door haar aan te richten schade aan de eigenaresse vergoeden,c. Het bij deze akte gevestigde zakelijk recht zal altijddurend en onopzegbaar zijn.


2.5.

De ten gunste van [eiseres] dienende erfdienstbaarheid ligt ter hoogte van de toegangspoort van nummer [nummer] / [nummer] . Het betreft een elektronische toegangspoort, die met behulp van een toegangscode kan worden geopend. Bij het verlaten van het terrein kan de elektronische toegangspoort worden geopend door op een knop te duwen. Deze knop bevindt zich op een nabij deze toegangspoort gelegen schakelkastje.

2.6.

Bij brief van 26 juni 2008 heeft Eneco het volgende aan [gedaagde sub 2] geschreven:“ (…)Om de bereikbaarheid van de transformatorruimte op uw terrein te kunnen garanderen stelt u ons de code beschikbaar van het toegangshek.

De code kunnen we bewaren in een sleutelkluis of sleutelpaal, zie bijlage.


De sleutels die toegang geven tot deze kluisjes zijn beveiligde sleutels en zijn alleen in bezit bij Eneco monteurs.

Alvorens de toegangscode te gebruiken zullen onze monteurs zich eerst bij melden. Alleen in die situatie als er niemand thuis is zal de code gebruikt worden.


Graag vernemen wij van u de voorkeur van het kluisje/paaltje en de toegangscode.


Voor uw medewerking zeggen wij u bij voorbaat dank.”


2.7.

Aan de afspraak zoals verwoord in deze brief is vanaf 26 juni 2008 onafgebroken uitvoering gegeven. Eneco heeft aan de straatzijde een sleutelkluis geplaatst waarin de toegangscode om het elektronische hek te openen wordt bewaard.


2.8.

[eiseres] dient ongeveer één keer per jaar het transformatorstation te onderhouden. Verder dient zij bij stroomstoringen in de gelegenheid te zijn het transformatorstation te bereiken.

2.9.

[gedaagde sub 2] is in verband met zijn werk bedreigd en heeft hiervan aangifte bij de politie gedaan. Er is gedreigd dat zijn vrouw, [gedaagde sub 1] , en zijn drie kinderen wat zal worden aangedaan. Eén van zijn kinderen is gedurende een half jaar onder politiebegeleiding naar school gegaan. Verder is er al eens ingebroken bij [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .


3Het geschil


3.1.

[eiseres] vordert – samengevat – dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk worden veroordeeld tot:- naleving van de erfdienstbaarheid, dit met inachtneming van de afspraak die in juni 2008 is gemaakt, en op straffe van verbeurte van een dwangsom € 1.000,- per overtreding,

- betaling van de proceskosten.

3.2.

[eiseres] legt aan deze vordering het volgende ten grondslag.


3.2.1.

[eiseres] heeft het recht te allen tijde en onbelemmerd gebruik te maken van de weg waarop de erfdienstbaarheid rust. Deze erfdienstbaarheid van weg dient ertoe dat zij haar perceel en het daarop gelegen transformateurstation kan bereiken.


3.2.2.

[eiseres] dient dit perceel 24 uur per dag te kunnen bereiken, en wel zonder dat daarvoor de tussenkomst van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] nodig is. Zo zal zij het transformatorstation moeten kunnen onderhouden en bij een stroomstoring moeten kunnen bereiken om de oorzaak van deze storing te kunnen achterhalen en vervolgens deze stroomstoring te kunnen verhelpen.

3.2.3.

In de zomer van 2016 is het een monteur van [eiseres] niet gelukt om [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te bereiken en de elektronische toegangspoort met de daarvoor aan [eiseres] verstrekte toegangscode te openen. De elektronische toegangspoort bleek kapot te zijn. Dit is door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hersteld, maar er is geen voorziening getroffen voor het geval de elektronische toegangspoort nog een keer kapot gaat of de elektriciteit uitvalt. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn niet bereid gebleken mee te werken aan een werkbare oplossing die recht doet aan de erfdienstbaarheid, aldus [eiseres] . Er moet een voorziening komen dat het hek ook met een gewone sleutel open kan en anders moet het hek steeds open blijven.


3.2.4.

In november 2016 slaagde een monteur van [eiseres] er wel in het elektronische hek met de toegangscode te openen, maar het lukte hem niet dit hek bij het verlaten van het perceel weer te openen. Hij is toen over het perceel van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] gereden om te kijken of er een andere uitgang was. Hij is toen [gedaagde sub 2] tegengekomen die de elektronische toegangspoort voor hem heeft geopend.

3.2.5.

Daarnaast is het zo dat er honden op het perceel van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] los rondlopen en dat de vrees bestaat dat deze honden de monteurs van [eiseres] zullen belagen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben deze vrees desgevraagd niet weggenomen.


3.3.

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] voeren verweer.

Ook hebben zij tijdens de mondelinge behandeling een tegenvordering (een vordering in reconventie) willen instellen. De voorzieningenrechter heeft uitgelegd dat dit niet mogelijk is, omdat een dergelijke vordering alleen met bijstand van een advocaat kan worden ingesteld.


3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

4.1.

Vaststaat dat er een erfdienstbaarheid van weg rust op het perceel van

[gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] . Deze erfdienstbaarheid van weg is gevestigd ten behoeve van (een van de rechtsvoorgangster van) [eiseres] , zodat zij het perceel met het daarop gelegen transformatorstation kan bereiken. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen op grond van deze erfdienstbaarheid hebben te dulden dat (monteurs van) [eiseres] gebruik maken van een gedeelte van hun perceel, namelijk dat gedeelte zoals aangegeven op de situatietekening behorende bij de notariële akte waarbij de erfdienstbaarheid is gevestigd. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] onderkennen dit ook en hebben daar op zichzelf geen probleem mee. In de notariële akte van vestiging van de erfdienstbaarheid is bepaald dat van deze erfdienstbaarheid van weg “te allen tijde” gebruik moet kunnen worden gemaakt. Dit betekent met andere woorden dat [eiseres] , zoals zij ook aanvoert, 24 uur per dag gebruik moet kunnen maken van de erfdienstbaarheid van weg. Zij heeft daarbij overigens ook een zwaarwegend belang, aangezien zij bij stroomstoringen in de gelegenheid moet zijn om het transformatorstation te bereiken. Dat – zoals [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] aanvoeren – er slechts twaalf huishoudens op dit transformatorstation zijn aangesloten, doet daaraan niet af. Het is aan [eiseres] te bepalen of het nodig is zich in het geval van een stroomstoring naar het transformatorstation te begeven of niet. Daarbij komt dat [eiseres] heeft toegelicht dat zij alle stations dient na te lopen om de oorzaak van de stroomstoring te achterhalen.

4.2.

De in deze zaak centraal staande vraag is of het voldoende aannemelijk is dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de ten laste van hun perceel gevestigde erfdienstbaarheid niet naleven en zo ja, of er voldoende grond is hen te veroordelen tot naleving van de erfdienstbaarheid en daaraan bovendien een dwangsom te verbinden.

4.3.

Vooropgesteld wordt dat in juni 2008 een afspraak is gemaakt tussen Eneco, en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] , welke afspraak – zoals [eiseres] zelf aanvoert – een nadere invulling geeft aan de erfdienstbaarheid. Het gaat daarbij om de afspraak zoals weergegeven in de in 2.6. geciteerde brief van 26 juni 2008.


Deze afspraak houdt in dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de toegangscode van de elektronische toegangspoort verstrekken aan Eneco, dat Eneco deze toegangscode bewaart in een daartoe door haar bij de poort te plaatsen sleutelpaal of sleutelkluis, dat de monteurs van [eiseres] eerst bij [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen aanbellen alvorens zij de toegangscode van de elektronische toegangspoort zullen gebruiken en dat alleen in de situatie dat er niemand thuis is de code zal worden gebruikt. [eiseres] acht zich – zoals zij tijdens de mondelinge behandeling aan de voorzieningenrechter heeft bevestigd – aan deze afspraak gebonden. Ook de door [eiseres] ingestelde vordering impliceert dat [eiseres] van mening is dat deze afspraak moet worden nageleefd. Bij de beantwoording van de vraag of [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de erfdienstbaarheid niet naleven, zal daarom deze afspraak moeten worden betrokken.


4.4.

Als uitgangspunt geldt, gelet op het voorgaande, dat het plaatsen en handhaven van een elektronische toegangspoort ter hoogte van de erfdienstbaarheid is toegestaan. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zijn er dan ook, in beginsel, niet toe verplicht ervoor te zorgen dat – zoals [eiseres] onder andere wil – de toegangspoort wordt vervangen door een hek dat met een gewone sleutel valt te openen, althans dat de huidige toegangspoort niet wordt afgesloten.

Als voorwaarde geldt echter wel dat de elektronische toegangspoort moet functioneren en wel zodanig dat deze poort 24 uur per dag door (de monteurs van) [eiseres] kan worden geopend. [eiseres] heeft op grond van de erfdienstbaarheid immers het recht te allen tijde daarvan gebruik te maken en heeft zoals in 4.1. is toegelicht daarbij ook een zwaarwegend belang.

4.5.

[eiseres] erkent dat de toegangspoort op dit moment goed functioneert. Alleen in de zomer van 2016 kon de toegangspoort niet met de toegangscode door een monteur van [eiseres] worden geopend. Het betreft slechts – zoals [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] betogen en niet door [eiseres] is weersproken – één incident over een periode van twintig jaar. Reden dat de toegangspoort niet kon worden geopend was dat de motoren defect waren. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben deze motoren toen laten vervangen. Dit heeft wat langer geduurd, omdat de motoren uit Italië moesten komen. Er zijn geen concrete aanknopingspunten dat de toegangspoort vanwege gebreken niet goed zal gaan functioneren.


4.6.

Het is verder onvoldoende aannemelijk dat [eiseres] de toegangspoort niet

24 uur per dag zonder problemen zal kunnen openen, zowel bij het binnenkomen, als bij het verlaten van het perceel van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] .


4.6.1.

Wat betreft het openen van de toegangspoort bij het binnenkomen op het perceel van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] geldt het volgende.

4.6.1.1. Het is aannemelijk dat het – zoals [eiseres] aanvoert – zo kan zijn dat de elektronische toegangspoort bij een stroomstoring niet functioneert en dat zij dan geen gebruik kan maken van de erfdienstbaarheid, terwijl zij daarbij wel een zwaarwegend belang heeft. Immers is zij verantwoordelijk voor het opsporen van de oorzaak van de stroomstoring en het verhelpen daarvan.


4.6.1.2. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben toegelicht dat de elektronische toegangspoort ook bij het uitvallen van de stroom kan worden geopend, door dit handmatig te doen. Er moet dan onder andere langs het hek worden geklommen. Door [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] wordt deze methode aangeduid als “bypass-methode”. De voorzieningenrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling aan [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] kenbaar gemaakt dat van [eiseres] in redelijkheid niet kan worden verlangd dat zij haar monteurs deze methode laat uitvoeren. Het kan tot werkgeversaansprakelijkheid leiden wanneer een monteur bij de uitvoering van deze methode schade oploopt doordat hij bijvoorbeeld ongelukkig valt.


4.6.1.3. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben aangeboden hun mobiele-telefoonnummers en dat van de beheerder van hun perceel aan [eiseres] te beschikking te stellen, opdat een van hen dan de toegangspoort door middel van de bypass methode kunnen openen. Zij hebben daarbij verklaard dat er altijd iemand van hen op het perceel aanwezig is. heeft daartegen als bezwaar gemaakt dat dit voor haar onbegonnen werk is, omdat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] niet de enige zijn die hun telefoonnummer aan [eiseres] beschikbaar willen stellen, maar dat er veel meer gevallen zijn waar deze problematiek speelt.

De voorzieningenrechter kan haar daarin volgen. Het kan [eiseres] evenwel niet baten.

4.6.1.4. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] hebben zich namelijk bereid verklaard ervoor te zorgen dat de elektronische toegangspoort bij een stroomstoring kan worden geopend door een noodaccu te (laten) plaatsen. Er zijn de voorzieningenrechter geen concrete aanknopingspunten gebleken eraan te twijfelen dat zij deze toezegging niet zullen nakomen. Met het realiseren van deze toezegging is vanzelfsprekend wel enige tijd gemoeid. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zullen voor het deugdelijk plaatsen van een noodaccu een derde (een daartoe deskundig bedrijf) moeten inschakelen. De maatstaven van redelijkheid en billijkheid brengen met zich dat [eiseres] [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] in de gelegenheid moet stellen de noodaccu te laten plaatsen en hen daarvoor een redelijke termijn moet gunnen. De voorzieningenrechter denkt daarbij aan een periode van hoogstens drie maanden na de datum van dit vonnis. Wanneer er in die tussenliggende periode zich onverhoopt een stroomstoring voordoet en deze storing bovendien tot gevolg heeft dat de elektronische toegangspoort niet open kan, dan geldt dat het voldoende aannemelijk is dat dit niet tot onoverkomelijke problemen zal hoeven te leiden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat redelijkheid is dat [eiseres] voor deze relatief korte periode van drie maanden toch gebruik moet maken van het voorstel van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] zoals genoemd in 4.6.1.3. Op die manier wordt dan bewerkstelligd dat de toegangspoort ook bij een stroomstoring kan worden geopend.


4.6.2.

Wat betreft het openen van de toegangspoort bij het verlaten van het perceel van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] geldt het volgende. [eiseres] voert aan dat een monteur in november 2016 bij het verlaten van het terrein de toegangspoort niet geopend kreeg. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde sub 2] , mede namens [gedaagde sub 1] , toegelicht dat zich nabij de poort een schakelkastje bevindt met daarop een knop waarmee de poort bij het verlaten van het terrein kan worden geopend. Ook heeft hij zich, mede namens [gedaagde sub 1] , bereid verklaard de aanwezigheid van de knop voor de monteurs van [eiseres] duidelijker aan te geven, door bijvoorbeeld het plaatsen van een bord met daarop de vermelding dat bij het verlaten van het perceel de knop op het schakelkastje dient te worden ingedrukt, en ervoor te zorgen dat het schakelkastje en de knop duidelijk zichtbaar zijn. De voorzieningenrechter heeft geen reden eraan te twijfelen dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] deze toezegging niet zullen nakomen.


4.7.

[eiseres] voert nog aan dat [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] de naleving van erfdienstbaarheid belemmeren doordat zij op hun terrein honden laten loslopen en zij niet aan [eiseres] willen bevestigen dat deze honden de monteurs niet zullen belagen. [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] erkennen dat zij drie honden op hun terrein hebben loslopen. Het gaat om één terriër en twee honden die een kruising zijn tussen een rottweiler en een beagle. Zij betwisten dat het gevaarlijke honden zijn en dat zij monteurs zullen belagen. Het zijn volgens hen hele lieve honden die alleen blaffen en dat is – mede vanwege het hoge dreigingsniveau – nu juist de bedoeling. [eiseres] heeft in het licht van deze betwisting haar stelling onvoldoende gemotiveerd onderbouwd, zodat daaraan voorbij wordt gegaan.


4.8.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiseres] op dit moment onvoldoende grond en belang heeft bij haar vorderingen. Deze zullen daarom worden afgewezen.


4.9.

[eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] worden begroot op € 288,-, zijnde het griffierecht dat zij hebben moeten betalen.



5De beslissing

De voorzieningenrechter


5.1.

wijst de vorderingen af,


5.2.

veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot op heden begroot op € 288,00 aan griffierecht,


5.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2017.

1 type: BvdG (4374) coll: