Rechtbank Midden-Nederland, 29-03-2017 / C/16/418108 / HA ZA 16-460


ECLI:NL:RBMNE:2017:1429

Inhoudsindicatie
Overeenkomst van opdracht tot het bouwen van een website. Partijen zijn contractueel overeengekomen om in bepaalde omstandigheden met elkaar te onderhandelen over een prijsverhoging. Opdrachtnemer heeft zich in die onderhandelingen zodanig in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid opgesteld, dat van opdrachtgever niet kon worden gevergd dat zij met de voorgestelde prijsverhogingen instemde en ook niet dat zij opdrachtnemer in de gelegenheid stelde om door te onderhandelen. Opdrachtnemer is daardoor in verzuim gekomen wat betreft haar verplichting om in overeenstemming met de eisen van redelijkheid en billijkheid te onderhandelen. Opdrachtgever heeft hierna de overeenkomst rechtsgeldig ontbonden.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-03-29
Publicatiedatum
2017-04-13
Zaaknummer
C/16/418108 / HA ZA 16-460
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Civiel recht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

handelskamer


locatie Utrecht


zaaknummer / rolnummer: C/16/418108 / HA ZA 16-460


Vonnis van 29 maart 2017


in de zaak van


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EAGE SUPPORT B.V.,

gevestigd te Houten,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaten mr. E.J.C. van Gelderen en mr. E.C. Menkhorst te 's-Hertogenbosch,


tegen


de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HINTTECH B.V.,

gevestigd te Delft,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. J. Kist te Amsterdam.



Partijen zullen hierna Eage en HintTech genoemd worden.


1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • - de dagvaarding
  • - de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie
  • - de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie
  • - de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie
  • - de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.


2De feiten

2.1.

Eage verleent ondersteunende diensten aan een vereniging genaamd European Association of Geoscientists & Engineers. Deze vereniging is een wereldwijd non-profit netwerk op het gebied van geologie met meer dan 18.000 leden, en houdt zich bezig met het organiseren van conferenties, workshops, tentoonstellingen, het publiceren van tijdschriften en boeken en het verzorgen van educatieve programma’s.


2.2.

HintTech maakt software en is onderdeel van de internationale onderneming Tahzoo.


2.3.

Via de website van Eage kunnen leden en andere geologen kennis vergaren/delen en zich aanmelden voor evenementen en andere activiteiten. Ook kunnen via die website boeken en andere artikelen worden besteld. In 2014 heeft Eage besloten een nieuwe website en een daarbij horend beheerssysteem, Content Management System (CMS) genoemd, te laten ontwikkelen (hierna: de website). De website moest ten opzichte van de bestaande website technisch nieuw gebouwd worden, maar kon wat vormgeving en indeling betreft ongewijzigd blijven.


2.4.

Eage heeft een zogenoemd ‘Request for Proposal’ (hierna: RFP) opgesteld waarin de eisen voor de website zijn gespecificeerd. Hierin is de wens uitgesproken dat de nieuwe website in juli 2015 online kon gaan. Op basis van de RFP heeft HintTech op 12 januari 2015 een schriftelijk aanbod bij Eage ingediend (hierna: het Proposal). In het Proposal is onder meer het volgende vermeld:


‘[…] 2.1 Way of Working

[…] In a Collaboration Kickoff with EAGE and the other parties who will be responsible for the DMS and CRM part, the planning and the overall architecture of the functional packs need to be created.


One of the important elements in our approach is that at the beginning of every new Step (Functional Pack) in the project, workshops are being done to determine the specific business needs/functionalities. […]


2.2

Governance and Reporting

The project is lead by the HintTech project manager who will report to the overall EAGE Program Manager/Product Owner. Both are responsible for executing the project with the means provided. […]’


2.5.

Vervolgens heeft Eage HintTech de opdracht gegeven tot het ontwikkelen van de website. Deze opdracht is bevestigd in een contract (hierna: het contract) met bijlagen dat is ondertekend door Eage op 24 februari 2015 en door HintTech op 10 maart 2015 (het contract met bijlagen wordt hierna aangeduid als de overeenkomst). De functionaliteit van de nieuw te ontwikkelen website is in het contract beschreven als negen zogenoemde ‘functional packs’, die met het zogenoemde Earthdoc gezamenlijk ‘de scope’ van de overeenkomst vormen (artikel 1; zie ook 2.6). Bijlagen bij het contract zijn onder andere het RFP en het Proposal.


2.6.

Het contract bevat onder meer de volgende bepalingen:


Article 1. Scope and Statement of Work


1. EAGE herewith grants to Supplier the assignment, which assignment Supplier herewith accepts and commits to execute, to

a. implement the Sitecore Experience Platform [rechtbank: de website]:


The following 9 functional packs are recognized and offered in both the initial answer as in the addendum, followed by a short description of the contents of the functional pack:

[…]


Article 2. Implementation services


1.The implementation services (“Project”) will be executed according to a stream wise approach executed based on an Agile methodology that entails that Parties will not agree upon a fixed list of deliverables to be delivered within a fixed timeframe. However, Supplier will aim together with EAGE to have delivered the following core deliverables within the last quarter of 2015.


2.The Project is currently estimated to consist of 9 Functional Packs to be planned together within the above timeframe. The EAGE Product Owner and Supplier’s project team will jointly define the contents of each Functional Pack. The maximum amount of hours for the Supplier’s project team for the execution of the Project is as mentioned in attachment 4 of the proposal, detailed Project estimation. In scope are the hours mentioned for the 9 Functional Packs and Earthdoc. The HTML hours are out of scope.


3.Supplier’s Project Manager will provide a bi weekly status report in writing to the EAGE project manager. The bi weekly report will include the percentage of completion for each sprint, the pass rate for the sprint tests, key project delivery milestone status, estimated completion date for each milestone, as well as other information relevant for the delivery of the implementation project as may be agreed upon between the EAGE Product Owner and Project manager. This report will also be used to track action items and escalations between Supplier’s Project manager and the EAGE project manager.

[…]

5.As this Project is executed as an Agile project, both Parties recognize that there will be scope changes during the execution of the Project. All changes can be agreed upon the Parties, provided that the estimated total amount of Functional Packs and estimated total hours of the Supplier project team, as set out in article 2.2 will not be exceeded.

[…]

Article 12. Price and payment


1.Supplier is entitled to the remuneration for the services and performances described in Annex 2.

[…]

4.Supplier is allowed to invoice the services according to:1. For the implementation services (project) based on Time and Material basis monthly afterwards. 2 For the Maintenance and support Services based on the fixed costs quarterly invoicing in advance and variable costs quarterly invoicing afterwards. Payment by EAGE will take place within thirty (30) days after invoice date.


5.EAGE will pay the invoices under the condition that the deliverables or services that are specified in the invoice are actually delivered and accepted unless Parties have agreed otherwise in writing.


6.EAGE will only pay for extra work beyond the agreed scope if EAGE has approved the planned extra work up front in writing. In the event that deriving from insufficient specifications or faults in the provided specifications by EAGE, or wrong requirements from EAGE the extra work is necessary Parties shall seek a reliable solution trying to limit the extra budget needed. […]’




2.7.

In de bijlage die is genoemd in artikel 12.1 van het contract (hierna: annex 2) is het volgende vermeld:


‘[…] EAGE and HintTech agreed on a budget box of € 310.000 in which a total of 3748 hours can be spent on the project. […]’


2.8.

Naast de overeenkomst heeft Eage HintTech opdracht gegeven tot het ontwikkelen van een HTML-code (hierna: de HTML-overeenkomst) en tot het ontwikkelen van een testsysteem (‘test integratie’; hierna: de testovereenkomst).


2.9.

Zoals in artikel 2.1 van het contract is vermeld, hebben partijen voor de ontwikkeling en nadere invulling van de negen functional packs gekozen voor de zogenoemde agile scrum aanpak. Dat is een methode waarbij in sprints software wordt ontwikkeld. Daarbij is het de bedoeling dat aan het einde van iedere sprint een deelproduct (software) wordt getest, gepresenteerd en opgeleverd. Onderdeel van de agile scrummethode is ook dat bij aanvang van de werkzaamheden een zogenoemd product backlog (hierna: de backlog) wordt opgesteld, waarin alle gewenste specificaties van de te bouwen functionaliteit zijn weergegeven, met vermelding van de prioriteit daarvan. De backlog wordt gedurende alle sprints bijgewerkt. Specificaties kunnen eruit worden verwijderd en nieuwe wensen van de klant kunnen worden toegevoegd, terwijl de prioritering kan worden aangepast.


2.10.

In artikel 7 van de overeenkomst is bepaald dat de verantwoordelijkheden van beide partijen met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden nog tussen partijen moeten worden besproken. Naar aanleiding daarvan heeft Eage een zogenoemde RACI-tabel opgesteld en deze aan HintTech verstrekt. De letters RACI staan voor Responsible, Accountable, Consulted en Informed. In de RACI-tabel staat, voor zover relevant, bij de ‘Scrum runs (configure software and build tailor-made components) het volgende:


‘Scrum runs […] Product Owner Programme manager EAGE Project Manager Scrum master

Functional specs A R R R

Plan tasks R/A

Ensure good implementation R/A

[…]

Budget [1] A R R

Scope (backlog) A C C R

Priorities A R R R’


2.11.

De Product Owner/Program Manager van Eage was de heer [A] (hierna: [A] ). De functie van Project Manager van Eage is uitgevoerd door de heer [B] (hierna: [B] ) en de heer [C] (hierna: [C] ) gezamenlijk. De scrum master is een rol die hoort bij HintTech. In ieder geval vanaf 10 juli 2015 was dit de heer

[D] (hierna: [D] ). In de RACI-tabel ontbreekt de in artikel 2 lid 3 van de overeenkomst genoemde Project Manager van HintTech. Een van de projectmanagers van was [D] , welke rol hij vanaf 10 juli 2015 gezamenlijk met de heer [E] (hierna: [E] ) vervulde.


2.12.

In gezamenlijk overleg hebben partijen voor aanvang van de werkzaamheden van HintTech een planning gemaakt waarbij een belangrijk deel van de website in juli 2015 gereed zou zijn. HintTech heeft deze planning vastgelegd in een document met de titel ‘Draft Sprint Prioritization, waarin een onderverdeling is gemaakt tussen de werkzaamheden die in 3 sprints zouden plaatsvinden (door partijen aangeduid als ‘fase 1’) en de werkzaamheden die na juli (‘post july’) zouden worden uitgevoerd (hierna: de oorspronkelijke planning).


2.13.

Na ondertekening van het contract hebben partijen afgesproken dat HintTech een zogenoemde sprint 0 zou uitvoeren om de specificaties van de functionaliteit van de negen functional packs nader te bepalen en eventuele problemen te signaleren. Na afloop van sprint 0, die 28 documenten heeft opgeleverd, heeft HintTech aangegeven met de ontwikkeling van de website aan de slag te kunnen en heeft zij niet gewaarschuwd voor problemen of mogelijke budgetoverschrijdingen. De bevindingen van sprint 0 zijn vastgelegd in de backlog.


2.14.

Van elke sprint heeft HintTech na afloop daarvan een zogenoemd ‘sprint report’ (hierna: sprintrapport) gemaakt en verstrekt aan Eage. In de sprintrapporten zijn onder andere vermeld het aantal uren dat in de desbetreffende sprint is gewerkt, welk deel van het budget van € 310.000 daarmee gemoeid was, de positieve en negatieve aspecten van de samenwerking tussen de medewerkers van HintTech en Eage en de risico’s en uit te voeren acties. Eage meldde vanaf het begin van haar werkzaamheden in de sprintrapporten dat er stabiliteitsproblemen waren die te maken hadden met een bepaalde softwaremodule (uCommerce). Ook meldde zij herhaaldelijk in de sprintrapporten dat de Product Owner slecht bereikbaar was, dat het moeilijk was om contact te krijgen met Eage-medewerkers, dat zij niet genoeg feedback kreeg van gebruikers van de software en dat het risico bestond op budgetoverschrijding.


2.15.

Van sprints 0 en 1 is een gezamenlijk sprintrapport opgesteld. In dat rapport, gedateerd 30 april 2015, is vermeld dat sprint 0 door HintTech is uitgevoerd in week 8 tot en met week 15 van 2015, dat HintTech daaraan 329 uur heeft besteed en dat de kosten hiervan, omgerekend tegen de afgesproken uurtarieven, € 30.120 bedragen. Ook is in dit rapport vermeld dat HintTech sprint 1 heeft uitgevoerd in de weken 14 tot en met 17 van 2015, dat hieraan 595 uur is besteed (€ 48.234) en dat nog € 231.656 aan budget resteerde.


2.16.

In sprintrapport 2, gedateerd 29 mei 2015, is vermeld dat van het totale aantal afgesproken uren en budget inmiddels 1700 uur en € 138.000 waren besteed.


2.17.

In een brief van 12 juni 2015 van de heer [F] (hierna: [F] ), director Finance & IT van Eage, heeft Eage zich beklaagd over de stabiliteitsproblemen en de vertraging die het project heeft opgelopen door de niet succesvolle pogingen van HintTech om die problemen op te lossen. Ook heeft Eage HintTech erop gewezen dat HintTech verantwoordelijk is om de maatregelen te nemen die nodig zijn om tijdig een werkende oplossing te leveren teneinde zoveel mogelijk vertraging te voorkomen.


2.18.

In sprintrapport 3, gedateerd 13 juni 2015, heeft HintTech gemeld dat van het totale aantal afgesproken uren en budget inmiddels 2440 uur en € 205.000 was besteed.


2.19.

In reactie op de brief van Eage van 12 juni 2015 heeft de heer [G] (hierna: [G] ), CEO van HintTech, in een brief van 17 juni 2015 aan Eage onder andere meegedeeld dat Eage verantwoordelijk is voor het managen van het project en dat ‘agile way of working does not prohibit overarching budget and timeline planning’. Ook staat in deze brief dat HintTech Eage voor 240 uur zal compenseren voor het verlies aan productieve uren dat is veroorzaakt door de instabiliteit.


2.20.

Eage heeft de facturen van HintTech voor de werkzaamheden aan de website over de periode tot en met april 2015, ter hoogte van in totaal € 109.402,43 (inclusief btw), betaald. De factuur over april 2015 is betaald op 10 juni 2015. Na die datum heeft Eage geen facturen van HintTech voor de werkzaamheden aan de website meer betaald.


2.21.

Partijen zijn na de brief van HintTech van 17 juni 2015 met elkaar in gesprek gegaan om te kijken of een oplossing voor de gerezen problemen kon worden gevonden. Op 7 juli 2015 heeft een bespreking plaatsgevonden waarbij aanwezig waren namens Eage [F] en [B] en namens HintTech [G] en [E] . Tijdens dat gesprek hebben partijen de mogelijke oorzaken besproken van het feit dat al ongeveer 70% van het afgesproken budget op was, terwijl aanzienlijk minder dan 70% van de software klaar was. Aan het einde van het gesprek is afgesproken dat HintTech haar werkzaamheden zou voortzetten en dat partijen zouden overleggen teneinde te proberen het eens te worden over de budgettaire gevolgen.


2.22.

Ter voorbereiding op een gesprek heeft HintTech op 21 juli 2015 een conceptplanning naar Eage gestuurd voor het verdere verloop van het project. Daaruit blijkt dat HintTech ervan uitging dat zij in totaal € 628.000 aan Eage in rekening zou brengen om tot afronding van het project te kunnen komen, exclusief € 22.500 aan compensatie [de rechtbank gaat ervan uit dat dit de compensatie is die HintTech in haar brief van 17 juni 2015 heeft aangeboden].


2.23.

In een e-mail van Eage ( [F] ) aan HintTech ( [E] ) van 30 juli 2015 staat het volgende:


‘[…] Dank nog voor je uitnodiging voor vrijdag. Ik hoop dat we resultaatgericht tot een oplossing kunnen komen voor de budgettaire discussie. Zoals gemeld in de meeting afgelopen week zijn wij vooralsnog niet akkoord met de recent gestuurde facturen en zou ik een voorstel doen tav de historie wat we dan ook vrijdag kunnen bespreken. Ik heb het dossier nogmaals uitgebreid bestudeerd en om het kader te scheppen wil ik even twee punten uit de overeenkomst aanhalen:

artikel 2.3

Suppliers Project Manager will provide a bi weekly status report in writing…The bi weekly report will include the percentage of completion for each sprint…

Artikel 2.5

[…]

Ad 2.3

Hier wil ik voornamelijk bij opmerken dat deze bepaling nooit gevolgd is wat voor mij reden is dat de vertraging zo laat aan het licht is gekomen. (zie voorbeeld als bijlage)

Ad 2.5

[…]

Dat gezegd hebbende ben ik van mening dat we dit met elkaar moeten oplossen. De snelheid in de eerste vier sprints was ver onder de maat. Ik kan niet vaststellen dat er niets gebeurd is maar wel dat er nagenoeg niets is opgeleverd. Deze periode heeft conform de rapportage € 206,382 gekost. Op basis van de deliverables in die periode zou (92 van 376 storypoints) hier en input van 92/376, ofwel 24,5% bij horen (€ 50,497). Ik begrijp ook dat we daar niet uitkomen met elkaar, dus mijn compromis voorstel is dat wij 50% hiervan dragen, ergo

€ 103,191. (los van de uCommerce correctie). Dit voorstel even onder voorbehoud van rechten en weren en akkoord van de rest van onze directie. Ik hoop dat we eerst onderling tot een vergelijk kunnen komen!’


2.24.

Op 31 juli 2015 hebben [F] en [E] met elkaar gesproken. [E] heeft toen voorgesteld om de prijs aan te passen van € 310.000 naar € 520.000. Eage heeft dit voorstel niet aanvaard.


2.25.

In een e-mail van [E] aan [F] van 17 augustus 2015 staat het volgende:


‘[…] Het contract betreft een nacalculatie afreken-methodiek en zou ook in dat kader ook graag bevestiging van Eage ontvangen dat de kosten vergoed worden buiten dit originele budget. […]’


2.26.

Bij brief van 27 augustus 2015 deelt Eage ( [F] ) HintTech ( [G] ) mee dat HintTech ten onrechte stelt dat is overeengekomen dat de opdracht wordt uitgevoerd op uurbasis met nacalculatie.


2.27.

In een brief van 9 september 2015 heeft Eage HintTech gesommeerd om binnen drie werkdagen schriftelijk te bevestigen dat zij de in de overeenkomst genoemde negen functional packs in het vierde kwartaal van 2015 en binnen het overeengekomen budget zal opleveren en dat zij gespecificeerde facturen zal verstrekken.


2.28.

HintTech heeft niet aan deze sommatie voldaan en heeft kort na 9 september 2015 haar werkzaamheden voor Eage gestaakt.


2.29.

In een brief van 17 september 2015 heeft Eage HintTech opnieuw gesommeerd te bevestigen wat zij in haar brief van 9 september 2015 al had gevraagd, ditmaal binnen een termijn van een week.


2.30.

In een brief van 18 september 2015 aan Eage heeft de advocaat van HintTech voorgesteld dat HintTech op de door haar tot 9 september 2015 gewerkte uren een korting zou geven van ruim € 99.000, op voorwaarde dat Eage de facturen binnen vijf werkdagen zou voldoen. Als Eage met dit voorstel zou instemmen was HintTech bereid haar werkzaamheden te hervatten. Ook is namens HintTech in deze brief meegedeeld dat dan nog wel een nieuwe planning van activiteiten noodzakelijk was om tot afronding van de werkzaamheden te komen.


2.31.

In een brief van 23 september 2015 aan HintTech heeft Eage dit voorstel afgewezen omdat dit volgens haar neerkwam op een verhoging van het maximale budget met een open einde, wat kon uitdraaien op een verdubbeling van dat maximale budget. Ook heeft Eage in deze brief de sommatie uit haar brief van 18 september 2015 herhaald.


2.32.

Hierna heeft Eage HintTech aangeboden een extra betaling van € 50.000 te doen, op voorwaarde dat de werkzaamheden zouden worden afgerond. HintTech heeft dit voorstel niet geaccepteerd.


2.33.

In een brief van 25 november 2015 heeft Eage de overeenkomst ontbonden, terugbetaling gevorderd van € 110.370,43 en HintTech aansprakelijk gesteld voor haar schade.


2.34.

Hierna heeft Eage CRM Partners de opdracht gegeven een nieuwe website te maken en de HTML-code verder te ontwikkelen. Voor dat laatste heeft CRM Partners het bedrijf Dear Nova ingeschakeld. Volgens Dear Nova was de door HintTech ontwikkelde HTML-code zeer beperkt bruikbaar en vrijwel gelijk aan de HTML-code die Eage gebruikte voordat HintTech ermee aan de slag ging, en zouden de door HintTech verrichte ontwikkelwerkzaamheden slechts leiden tot een besparing van 40 uur op het totaal van alle noodzakelijke ontwikkelwerkzaamheden. In verband daarmee heeft Eage de HTML-overeenkomst in een brief van 30 december 2015 ontbonden, behalve ten aanzien van het volgens haar beperkt bruikbare deel, dat volgens Eage een waarde heeft van € 5.445 inclusief btw (€ 4.500 exclusief btw).


2.35.

HintTech heeft geen enkel werkend onderdeel van de website opgeleverd. In totaal heeft HintTech voor haar werkzaamheden in het kader van de overeenkomst over de periode maart tot en met september 2015 € 553.945,60 inclusief btw bij Eage in rekening gebracht. Daarvan heeft Eage € 109.402,43 inclusief btw betaald, zodat een bedrag van

€ 444.543,17 onbetaald is gelaten.


2.36.

Op grond van de HTML-overeenkomst heeft HintTech in totaal € 66.005,50 inclusief btw bij Eage in rekening gebracht. Daarvan heeft Eage € 42.047,50 betaald (de laatste betaling dateert van 21 augustus 2015), zodat € 23.958 onbetaald is gelaten. De onbetaalde facturen zijn gedateerd 9 juli 2015 en 16 december 2015.


2.37.

De eerste factuur van HintTech voor werkzaamheden die verband houden met de testovereenkomst, gedateerd 31 mei 2015, ter hoogte van € 968, heeft Eage niet betaald. De tweede (en laatste) factuur voor deze werkzaamheden ter hoogte van € 968, gedateerd

9 juli 2015, heeft Eage betaald op 21 augustus 2015.


2.38.

Gedurende de zes maanden waarin HintTech werkzaamheden voor Eage heeft verricht, heeft HintTech drie verschillende projectmanagers gehad, drie verschillende architecten en twee verschillende scrum masters.


2.39.

In de periode van 19 februari 2015 tot en met 8 september 2015 hebben tussen medewerkers van Eage en HintTech ongeveer 100 bijeenkomsten plaatsgevonden.


3Het geschil


in conventie

3.1.

Eage vordert na vermeerdering van eis samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:


voor recht verklaart dat HintTech toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de contractuele verplichtingen tot het ontwikkelen, leveren en implementeren van de website voor Eage,

voor recht verklaart dat de overeenkomst door Eage rechtsgeldig is ontbonden,

HintTech veroordeelt om binnen 10 dagen na betekening van het vonnis terug te betalen aan Eage een bedrag van € 146.972,93, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de dag van dagvaarding,

HintTech veroordeelt om binnen 10 dagen na betekening van het vonnis ten titel van schadevergoeding aan Eage te betalen een bedrag van € 131.793,63,

HintTech veroordeelt om binnen 10 dagen na betekening van het vonnis te betalen aan Eage de buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de dag van dagvaarding,

HintTech veroordeelt om binnen 10 dagen na betekening van het vonnis te betalen aan Eage de proceskosten van Eage, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de dag van dagvaarding,

HintTech veroordeelt tot betaling van de nakosten, vermeerderd met de wettelijke handelsrente daarover vanaf de dag van dagvaarding,

HintTech veroordeelt in de (volledige gerechtelijke) overige kosten van dit geding.


3.2.

Aan deze vorderingen legt Eage ten grondslag dat HintTech heeft gehandeld in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid, waardoor zij in verzuim is geraakt. In verband hiermee betoogt Eage dat HintTech ten onrechte aanspraak maakt op betaling van

€ 596.961,10 inclusief btw (inclusief de al door Eage betaalde facturen), aangezien

a) partijen een budget van € 310.000 zijn overeengekomen voor de ontwikkeling van de website, b) HintTech geen enkel werkend onderdeel van de website heeft opgeleverd en daar ook geen concreet uitzicht op was, en c) HintTech een carte blanche verlangde van Eage voor wat betreft de nog te besteden uren en daarbij zelfs niet kon aangeven wat het afmaken van het overeengekomen project nog aan tijd en geld zou kosten.


3.3.

HintTech voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van Eage in haar vorderingen, althans tot ontzegging daarvan, met veroordeling van Eage in de kosten van dit geding en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de 15e dag na dagtekening van het vonnis.


3.4.

Ter onderbouwing hiervan betoogt HintTech dat de ontbinding van de overeenkomst niet rechtsgeldig is omdat Eage in schuldeisersverzuim was op grond van

a) het feit dat Eage vanaf juni 2015 heeft nagelaten de facturen binnen de vervaldata te betalen en/of b) de wijze waarop Eage invulling gaf aan haar taken het HintTech bijna onmogelijk maakte haar opdracht goed uit te voeren. Voor het geval de ontbinding wel rechtsgeldig is, beroept HintTech zich wat betreft haar verplichting tot vergoeding van schade op eigen schuld van Eage. Ook de ontbinding van de HTML-overeenkomst is niet rechtsgeldig. Naast de HTML-overeenkomst en de testovereenkomst hebben partijen een overeenkomst gesloten op grond waarvan HintTech werkzaamheden moest verrichten met betrekking tot het CRM (klantbeheerssysteem) van Eage (hierna: de CRM-overeenkomst). Voor het niet betalen van de facturen uit hoofde van de testovereenkomst en de CRM-overeenkomst ontbreekt iedere grondslag. Ook de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten moet worden afgewezen. Uiterst subsidiair neemt HintTech het standpunt in dat een vonnis waarin de vorderingen van Eage worden toegewezen niet uitvoerbaar bij voorraad moet worden verklaard, althans dat aan een uitvoerbaar bij voorraad verklaring de voorwaarde wordt verbonden dat door Eage zekerheid wordt gesteld.


3.5.

In verband met haar stelling dat de wijze waarop Eage invulling gaf aan haar taken het HintTech bijna onmogelijk maakte haar opdracht goed uit te voeren, betoogt HintTech het volgende. Eage heeft haar verantwoordelijkheden als Program Manager en Product Owner niet goed vervuld. In die rollen had Eage moeten zorgen voor een goede beschikbaarheid en betrokkenheid van eigen medewerkers, de bewaking van het budget, de specificatie van de door Eage gewenste functionaliteit en voor prioritering van de wensen van de gebruikers in de backlog. Dat heeft Eage nagelaten. Hierdoor heeft HintTech meer tijd aan haar werkzaamheden besteed dan oorspronkelijk was voorzien. De extra kosten zijn hoofdzakelijk veroorzaakt door het feit dat de wensen van Eage onvoldoende zijn gespecificeerd. Daarnaast zijn er veel wijzigingen doorgevoerd in de wensen van Eage. Ter onderbouwing hiervan voert HintTech het volgende aan. De Product Owner en Program Manager van Eage hebben niet adequaat gereageerd op de waarschuwingen in de sprintrapporten. Uit die sprintrapporten blijkt dat de Product Owner onvoldoende beschikbaar was en dat de medewerkers van Eage moeilijk beschikbaar waren en te weinig een inhoudelijke rol vervulden. Ook hebben de Product Owner en Program Manager niet adequaat gereageerd op de kostenontwikkelingen. De Product Owner heeft nooit een prioritering aangebracht in de backlog; alles was belangrijk en alles moest worden gebouwd.

Het Minimum Viable Product (hierna: MVP), die tot de verantwoordelijkheid van de Product Owner hoorde, bleef tot in juni 2015 onbekend. Dat heeft er toe geleid dat de minimum eisen van Eage lang onduidelijk bleven en HintTech meer tijd en mensen nodig had dan voorzien om de inventarisatie van de eisen van de eindgebruikers tot stand te brengen.


3.6.

Voor het geval dat wordt geoordeeld dat de ontbinding van de overeenkomst wel rechtsgeldig is, betoogt HintTech, kennelijk met een beroep op verrekening, dat Eage in het kader van de op haar rustende ongedaanmakingsverbintenissen verplicht is tot het vergoeden van de waarde van de door haar van HintTech ontvangen diensten, althans tot vergoeding van een redelijk loon overeenkomstig artikel 7:411 BW. In beide gevallen moet Eage HintTech € 475.851,92 inclusief btw (€ 393.266,05 exclusief btw) betalen, aldus HintTech.


3.7.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


in reconventie

3.8.

HintTech vordert samengevat - veroordeling van Eage:


tot betaling van alle openstaande facturen van HintTech voor zover deze zien op de implementatie van het CMS-systeem (de website), de HTML-code, de testovereenkomst en de CRM-overeenkomst, ter hoogte van respectievelijk € 367.391,06, € 18.414,50, € 800 en € 1.725, vermeerderd met btw (21%) en met de wettelijke rente met ingang van de 31e dag na de factuurdata,

tot vergoeding van de schade van HintTech die is ontstaan als gevolg van de tussentijdse beëindiging van de opdracht, nader op te maken bij staat,

in de kosten van het geding en in de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de 15e dag na dagtekening van het vonnis.


3.9.

Eage voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van HintTech haar vorderingen, althans tot ontzegging daarvan, met veroordeling van HintTech (uitvoerbaar bij voorraad) in de kosten van de procedure.


3.10.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.


4De beoordeling

in conventie en reconventie 4.1.

De rechtbank stelt in de eerste plaats vast dat partijen zijn overeengekomen dat HintTech voor Eage een nieuwe website zou bouwen, bestaande uit negen functional packs en Earthdoc (de scope). Dit volgt uit artikel 1 lid 1 van de overeenkomst (zie 2.6; waar hierna wordt verwezen naar een artikel, is bedoeld een artikel uit de overeenkomst, tenzij anders is aangegeven). Daarbij is een maximum aantal uren van 3748 en een maximumbudget van € 310.000 afgesproken. Voor het geval de scope niet zou worden gewijzigd (en de overeengekomen 9 functional packs dus in stand zouden blijven) volgen deze maxima uit annex 2 in verbinding met artikel 2 lid 2, derde zin); voor het geval de scope wel zou worden gewijzigd volgen deze maxima uit annex 2 in verbinding met artikel 2 lid 5. In uitzondering op het maximale aantal uren en de maximumprijs zijn partijen het in artikel 12 lid 6 vermelde prijscorrectiemechanisme overeengekomen. De eerste zin van laatstgenoemd artikel heeft betrekking op werkzaamheden buiten de scope van de overeenkomst. Partijen zijn het erover eens dat HintTech in het kader van de overeenkomst geen werkzaamheden buiten de scope heeft verricht. Partijen zijn het er ook over eens dat de tweede zin van artikel 12 lid 6 (mede) betrekking heeft op werkzaamheden binnen de scope. Voor het geval binnen de scope extra werk noodzakelijk zou zijn als gevolg van a) door Eage verstrekte onvolledige specificaties, of b) fouten in de door Eage verstrekte specificaties, of c) verkeerde eisen van Eage, is overeengekomen dat partijen in overleg met elkaar een oplossing zouden zoeken om het benodigde extra budget te beperken. Deze bepaling moet zo worden uitgelegd dat op elk van partijen dan de verplichting rust om in overeenstemming met de eisen van redelijkheid en billijkheid met elkaar te onderhandelen. Een vaste opleverdatum is niet overeengekomen. Wel hebben partijen gezamenlijk het streven uitgesproken dat de website in het vierde kwartaal van 2015 zou worden opgeleverd (artikel 2 lid 1).


4.2.

Het standpunt van HintTech dat Eage de overeenkomst niet heeft kunnen ontbinden omdat zij in schuldeisersverzuim is geraakt doordat zij vanaf juni 2015 geen facturen meer van HintTech heeft betaald, slaagt niet. Op grond van artikel 12 lid 5 hoefde Eage een factuur van HintTech pas te betalen als een door HintTech verrichte dienst door Eage was geaccepteerd. In juni 2015 heeft Eage aan HintTech gemeld dat zij twijfels had over de redelijkheid van een groot deel van de door HintTech verrichte werkzaamheden en de daaraan gekoppelde factuurbedragen en heeft zij de factuur van HintTech voor haar werkzaamheden in mei niet betaald. Hiermee heeft Eage duidelijk gemaakt dat zij de tot dat moment verrichte diensten niet heeft geaccepteerd. De bedoeling van een sprint in de agile scrummethode is dat aan het einde van die sprint een deelproduct wordt opgeleverd. In de aanvankelijke planning is zelfs vermeld dat een aantal functional packs al aan het einde van sprint 1 af zou zijn. Hoe dan ook staat vast dat in geen enkele sprint een deelproduct is afgemaakt/opgeleverd. Eage heeft dus niet kunnen beoordelen of de werkzaamheden van HintTech tot iets hebben geleid dat werkte, zodat zij de verrichte diensten niet heeft kúnnen accepteren. Dat geldt ook voor de werkzaamheden van HintTech die zijn verricht na 7 juli 2015, op welke datum Eage HintTech heeft gevraagd haar werkzaamheden voort te zetten. De openstaande facturen van HintTech zijn dus niet opeisbaar geworden, zodat Eage niet in schuldeisersverzuim is gekomen door het niet betalen van die facturen.


4.3.

Over het verweer van HintTech dat zij niet in verzuim is geraakt maar dat juist Eage in schuldeisersverzuim is gekomen doordat zij haar taken niet goed heeft uitgevoerd, oordeelt de rechtbank als volgt.


4.4.

Uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 6:83 BW blijkt dat de regeling in deze wetsbepaling niet als limitatief moet worden opgevat omdat hier ook de redelijkheid en billijkheid van de artikelen 6:2 BW en 6:248 BW een rol kunnen spelen (PG Boek 6,

p. 296). In het arrest Kinheim/Pelders van 4 februari 2000 (NJ 2000, 258) heeft de Hoge Raad als volgt geoordeeld:


‘Indien een schuldenaar aanvankelijk een ondeugdelijke prestatie heeft geleverd doch deze vatbaar is voor herstel door alsnog een deugdelijke prestatie te leveren of het gebrek in de geleverde prestatie te herstellen, en van de schuldeiser gevergd kan worden dat hij de schuldenaar daartoe in de gelegenheid stelt, zal verzuim te dien aanzien in beginsel pas intreden nadat de schuldeiser de schuldenaar op de voet van artikel 6:82 lid 1 BW de gelegenheid tot herstel heeft gegeven.’


De toevoeging ‘en van de schuldeiser gevergd kan worden dat hij de schuldenaar daartoe in de gelegenheid stelt’, kan worden beschouwd als een uitwerking van de vrijheid die de parlementaire geschiedenis de rechter geeft om ook de redelijkheid en billijkheid een rol te laten spelen bij de vraag of verzuim is ingetreden.


4.5.

Partijen zijn vanaf 7 juli 2015 met elkaar in onderhandeling getreden over een prijsverhoging omdat HintTech zich vanaf eind juni 2015 op het standpunt heeft gesteld dat Eage (onder andere) onvolledige specificaties verstrekte, in verband waarmee de prijs zou moeten worden verhoogd. Artikel 12 lid 6 is toen dus in werking is getreden, op grond waarvan op beide partijen de verplichting is komen te rusten om in overeenstemming met de eisen van redelijkheid en billijkheid met elkaar te onderhandelen. De rechtbank is van oordeel dat HintTech zich in de onderhandelingen met Eage over de door haar gevraagde prijsverhogingen zodanig in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid heeft opgesteld, dat van Eage niet kon worden gevergd dat zij met een van die prijsverhogingen instemde en ook niet dat zij HintTech in de gelegenheid stelde om door te onderhandelen, en dat HintTech door haar opstelling in verzuim is gekomen. Dit wordt hierna toegelicht.


4.6.

De stelling van HintTech dat uitsluitend de Product Owner en/of Program Manager van Eage verantwoordelijk is voor het bepalen van de functionele specificaties, de prioritering daarvan, het budget en de weergave van de (geprioriteerde) specificaties in de backlog, is onjuist. Dat dit onjuist is volgt in de eerste plaats uit artikel 2 lid 2, tweede zin, waarin is bepaald dat de Product Owner van Eage en het projectteam van HintTech gezamenlijk de inhoud van elke functional pack zullen bepalen. Verder is van belang de door Eage opgestelde en aan HintTech verstrekte RACI-tabel (zie 2.10). Daarin zijn de verantwoordelijkheden van de projectmanager van HintTech niet opgenomen, maar aangenomen moet worden dat de in de RACI-tabel vermelde verantwoordelijkheden van de scrum master (van HintTech), voor zover die verantwoordelijkheden feitelijk niet lagen bij de scrum master, in ieder geval hoorden bij de projectmanager van HintTech. Daaruit volgt dat het bepalen van de functionele specificaties en de prioritering daarvan, alsmede het budget en de daarbij horende verplichting om de kostenontwikkeling in de gaten te houden, een gedeelde verantwoordelijkheid was van Eage en HintTech. Het bijhouden van de backlog is volgens de RACI tabel zelfs uitsluitend de verantwoordelijkheid van HintTech.


4.7.

Van groot belang is dat partijen in beginsel een maximum prijs van

€ 310.000 zijn overeengekomen voor de door HintTech te ontwikkelen website. Hierdoor is op HintTech, als degene die het beste zicht had op de software die door haar personeel werd ontwikkeld, de hoofdverantwoordelijkheid komen te rusten om al datgene te doen wat redelijkerwijs mogelijk was om te bereiken dat de website voor maximaal die prijs werd gebouwd. Dat Eage dit zo heeft mogen begrijpen volgt niet alleen uit de tekst van de overeenkomst maar ook uit 2.2 van het Proposal, waarin weliswaar staat dat beide partijen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het project binnen de beschikbare middelen, maar ook dat het project wordt geleid door de projectmanager van HintTech (zie 2.4).


4.8.

De stelling van HintTech dat Eage gedurende het project veel wijzigingen heeft aangebracht in de gewenste functionele specificaties is door Eage betwist en blijkt ook niet uit enig stuk dat door partijen in het geding is gebracht. Integendeel. In de dagvaarding heeft Eage aangevoerd dat de enige wijzigingen die met instemming van Eage zijn doorgevoerd, hebben bestaan uit het laten vervallen van de uCommerce-functionaliteit, het aanpassen van een aantal ‘registration forms’ en de structuur van de ‘exhibitors pagina’, en dat deze aanpassingen hebben gezorgd voor minder werk aan de kant van HintTech (randnummer 6.14). HintTech heeft deze stelling niet weersproken, zodat de juistheid van die stelling vaststaat. Het verzoek van HintTech aan Eage om in te stemmen met een prijsverhoging is daarom, voor zover dat is gebaseerd op het aanbrengen van (veel) wijzigingen in de specificaties, ten onrechte gedaan. Ten overvloede merkt de rechtbank in dit verband nog op dat zonder nadere toelichting van HintTech, die ontbreekt, niet valt in te zien dat door Eage gewenste wijzigingen moeten worden beschouwd als een grond voor prijsverhoging op de voet van artikel 12 lid 6 (onvolledige specificaties of fouten in de door Eage verstrekte specificaties of verkeerde eisen van Eage).


4.9.

Hoewel Eage heeft betwist dat zij slecht bereikbaar was voor medewerkers van HintTech (onder verwijzing naar het grote aantal besprekingen tussen partijen, zie 2.39), kan, gelet op de waarschuwingen van HintTech in de sprintrapporten (zie 2.14), niet worden uitgesloten dat het HintTech door slechte bereikbaarheid van de Product Owner en medewerkers van Eage meer tijd heeft gekost dan verwacht om alle door Eage gewenste specificaties en de prioriteiten daarvan duidelijk te krijgen. Mede gelet op de overige omstandigheden rechtvaardigt dit echter niet de door HintTech gevraagde extreme prijsverhogingen (zie ook hierna). Weliswaar brengt de door partijen overeengekomen ontwikkelmethode (agile scrum) mee dat bij aanvang van de werkzaamheden van HintTech de precieze aard en omvang van de te ontwikkelen software nog niet vast stond, maar zonder nadere toelichting van HintTech, die ontbreekt, moet worden aangenomen dat het voor haar na afloop van sprint 0 grotendeels duidelijk is geworden wat zij moest doen om de website te bouwen voor een bedrag van € 310.000. Als onweersproken staat namelijk vast dat de website wat vormgeving en indeling betreft hetzelfde mocht worden als de bestaande website en dat de website moest worden opgebouwd met 9 functional packs, waarvan de inhoud in sprint 0 zoveel mogelijk is bepaald. Na afloop van sprint 0 heeft HintTech aangegeven met de ontwikkeling van de website aan de slag te kunnen en heeft zij niet gewaarschuwd voor problemen of mogelijke budgetoverschrijdingen. Ook de suggestie van HintTech dat Eage in strijd met de overeenkomst te lang heeft gewacht met vermelding van het MVP (zie 3.5), slaagt niet. Eage heeft namelijk onweersproken gesteld dat over het MVP pas later tussen partijen is gesproken, toen bleek dat HintTech achterliep op de oorspronkelijke planning, en dat de eisen toen zijn beperkt tot een minimaal niveau ten opzichte van de oorspronkelijke planning (fase 1), door zaken eruit te halen.

4.10.

In artikel 2 lid 3 is voor HintTech de verplichting opgenomen om een tweewekelijks voortgangsrapport op te stellen en aan Eage te verstrekken. Volgens HintTech zijn partijen hiervan afgeweken na ondertekening van het contract en hebben zij in plaats daarvan afgesproken dat HintTech na afloop van elke sprint een sprintrapport zou opstellen. Eage betwist dit, maar niet gesteld of gebleken is dat zij HintTech in de eerste maanden na aanvang van de werkzaamheden heeft aangesproken op het ontbreken van de tweewekelijks voortgangsrapporten. Daarom gaat de rechtbank ervan uit dat partijen inderdaad van artikel 2 lid 3 zijn afgeweken, in zoverre dat de verplichting tot het opstellen van een tweewekelijks rapport is vervangen door de verplichting tot het opstellen van sprintrapporten. De in artikel 2 lid 3 opgenomen verplichting voor HintTech om Eage periodiek op de hoogte te stellen van het percentage van voltooiing (‘percentage of completion’) van elke sprint is hiermee echter niet komen te vervallen. [F] heeft [E] er in zijn e-mail van 30 juli 2015 (zie 2.23) op gewezen dat HintTech Eage in geen van de sprintrapporten op de hoogte heeft gesteld van het voltooiingspercentage van elke sprint. Bovendien zou een belangrijk deel van de website (fase 1) conform de oorspronkelijke planning in juli 2015 worden afgerond. Deze omstandigheden verklaren waarom Eage zich pas na een aantal maanden heeft gerealiseerd dat de kostenontwikkeling niet in de pas liep met het budget, zodat het verwijt dat Eage wat betreft de budgetbewaking mogelijk kan worden gemaakt veel geringer is dan het verwijt dat in verband hiermee HintTech treft.


4.11.

Een andere omstandigheid die in het nadeel weegt van HintTech is dat zij gedurende de zes maanden waarin zij werkzaamheden voor Eage heeft verricht drie verschillende projectmanagers heeft gehad, drie verschillende architecten en twee verschillende scrum masters. Hierdoor is aannemelijk dat de communicatie binnen het HintTech-team gedurende die zes maanden niet optimaal is geweest. HintTech erkent dat haar efficiëntie in het begin van haar werkzaamheden niet optimaal was omdat de communicatie binnen het HintTech-team niet liep zoals van een professionele organisatie mag worden verwacht. Uit het voorgaande leidt de rechtbank af dat de leden van het HintTech-team als gevolg van de hiervoor genoemde personeelswisselingen meer uren aan hun werkzaamheden hebben besteed dan normaal gesproken noodzakelijk zou zijn geweest.


4.12.

Kort voordat het contract werd gesloten, heeft HintTech de kosten van haar werkzaamheden begroot op € 328.000 en op basis van die begroting hebben partijen de prijs voor de te bouwen website bepaald op € 310.000. In week 14 van 2015 (welke week aanving op 30 maart 2015) is HintTech begonnen met het ontwikkelen van software voor de website (zie 2.15). Op 21 juli 2015, dus ruim drieënhalve maand na aanvang van haar ontwikkelwerkzaamheden, heeft HintTech uitgerekend dat het in totaal € 628.000 zou kosten om de website te bouwen. Een dergelijke kostenoverschrijding is in het licht van de overeenkomst extreem en onaanvaardbaar. Met inachtneming van het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat HintTech ernstig tekort is geschoten in de uitvoering van haar taak als hoofdverantwoordelijke voor het project, waaronder de budgetbewaking. Eage heeft dat in juli 2015, toen de onderhandelingen over een eventuele prijsverhoging van start gingen, ook zo mogen begrijpen, wat van belang is voor de beoordeling van haar opstelling in die onderhandelingen.


4.13.

HintTech heeft zich tijdens de bespreking op 7 juli 2015 ten onrechte op het standpunt gesteld dat de prijs voor de website moest worden verhoogd met de kosten die waren gemoeid met sprint 0. In het aanbod van HintTech staat immers dat in een kickoff met Eage de planning en de ‘overall’ architectuur van de functional packs moet worden gemaakt en dat aan het begin van elke nieuwe stap (functional pack) workshops zullen worden gehouden om de verschillende functionaliteiten vast te stellen (zie 2.4). Tegelijkertijd staat in dat aanbod een begroting van alle kosten voor de door HintTech te verrichten werkzaamheden. De kosten verbonden aan de planning, de ‘overall’ architectuur van de functional packs en de workshops zijn niet afzonderlijk begroot, ook niet in het contract en de daarbij behorende bijlagen. De hiervoor bedoelde kickoff en de workshops hebben in overleg tussen partijen plaatsgevonden in de vorm van sprint 0. Het voorgaande brengt mee dat Eage heeft kunnen en mogen begrijpen dat de kosten van sprint 0 waren verdisconteerd in de overeengekomen prijs van € 310.000. Niet gesteld of gebleken is dat HintTech haar standpunt over de kosten voor sprint 0 in de onderhandelingen die daarna hebben plaatsgevonden heeft laten varen. HintTech heeft wat dit betreft dus ten onrechte van Eage gevraagd in te stemmen met een prijsverhoging van ruim € 30.000.


4.14.

Eage heeft zich tijdens de bespreking tussen partijen op 7 juli 2015 en gedurende de maanden daarna bereid getoond om met gedaagde tot een afspraak te komen over een prijsverhoging. Op 30 juli 2015 heeft Eage voorgesteld om voor de werkzaamheden die tot dat moment waren verricht € 103.191 voor haar rekening te nemen, terwijl zij de kosten op basis van de ‘deliverables’ (de software die tot dat moment was gemaakt) heeft begroot op

€ 50.497. In het licht van al het bovenstaande kon van Eage echter niet worden gevergd dat zij het voorstel voor een prijsverhoging van HintTech van 31 juli 2015 (€ 520.000), of het prijsvoorstel van 18 september 2015 aanvaardde. Dit laatste voorstel kwam erop neer dat Eage aan HintTech voor haar werkzaamheden in de periode tot 9 september 2015 € 365.455 moest betalen, te vermeerderen met de kosten voor de nog uit te voeren werkzaamheden. HintTech heeft echter niet de stelling van Eage heeft weersproken, dat als Eage het aanbod van HintTech van 18 september 2015 had aanvaard, de prijs uiteindelijk op een verdubbeling had kunnen uitkomen, zodat HintTech inderdaad een carte blanche van Eage verlangde. Van belang daarbij is ook dat HintTech zich op 17 augustus 2015 op het standpunt heeft gesteld dat het contract een nacalculatie afrekenmethodiek betrof (zie 2.25). Dit was dermate strijdig met de tekst en de bedoeling van de overeenkomst, dat dit rechtvaardigt dat Eage zich in het vervolg aanzienlijk minder flexibel opstelde en (bijvoorbeeld) HintTech heeft aangemaand om te bevestigen dat zij de website zou afmaken in het vierde kwartaal van 2015 (wat gelet op alle ontwikkelingen niet reëel meer was). Verder is van belang dat Eage in haar conclusie van repliek de stelling van HintTech, dat de website voor 80% klaar was op het moment dat HintTech haar werkzaamheden heeft gestaakt, heeft betwist en HintTech vervolgens niets heeft aangevoerd ter onderbouwing van die stelling, zodat er niet van kan worden uitgegaan dat daadwerkelijk 80% gereed was. Gelet op alle omstandigheden kon vanaf 18 september 2015 ook niet meer van Eage worden gevergd dat zij HintTech in de gelegenheid stelde om door te onderhandelen over een prijsverhoging.


4.15.

Gelet op het voorgaande moet worden geconcludeerd dat, ook voor zover Eage in de uitvoering van haar eigen taken is tekortgeschoten, HintTech op 18 september 2015 in verzuim is gekomen wat betreft haar verplichting om in overeenstemming met de eisen van redelijkheid en billijkheid met Eage te onderhandelen. Dit verzuim is hierna niet opgeheven. Eage heeft de overeenkomst dus rechtsgeldig ontbonden. De door Eage daarmee verband houdende verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen. Gelet daarop heeft Eage geen belang bij een verklaring voor recht, inhoudend dat HintTech toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar contractuele verplichtingen, zodat die vordering zal worden afgewezen. Uit het voorgaande vloeit voort dat in reconventie zullen worden afgewezen de vorderingen van HintTech tot veroordeling van Eage tot betaling van de openstaande facturen voor de website en tot vergoeding van schade als gevolg van de beëindiging van de daarop betrekking hebbende opdracht.


4.16.

De rechtsgeldige ontbinding van de overeenkomst heeft tot gevolg dat op beide partijen ongedaanmakingsverbintenissen rusten. In de eerste plaats moet HintTech Eage het bedrag terugbetalen dat Eage haar heeft betaald voor de werkzaamheden aan de website. Dit is € 109.402,43 inclusief btw. Het standpunt van HintTech dat Eage een bedrag voor de website aan HintTech verschuldigd is (hetzij op grond van artikel 6:272 BW, hetzij op grond van artikel 7:411 BW), slaagt niet. Eage voert aan dat voor zover software is ontwikkeld waarover zij de beschikking heeft, deze kan worden teruggeleverd. Ook voert Eage aan dat voor zover software is ontwikkeld, deze is geplaatst in de ontwikkelomgeving op de systemen van HintTech, waartoe Eage geen toegang heeft en dat zij niet beschikt over enig deel van de website respectievelijk de software daarvan, voor zover deze is ontwikkeld. Eage heeft deze stellingen ingenomen in de conclusie van dupliek in reconventie, waarop HintTech niet heeft kunnen reageren. Gelet echter op de omstandigheid dat HintTech niet heeft gesteld dat de door haar ontwikkelde software niet kan worden teruggeleverd, kan niet worden geconcludeerd dat de prestatie van HintTech naar haar aard niet ongedaan kan worden gemaakt.


4.17.

Behalve het door haar voor de website aan HintTech betaalde bedrag vordert Eage ook terugbetaling van € 36.602,50 ter zake van de gedeeltelijk ontbonden HTML-overeenkomst (het door haar aan HintTech betaalde bedrag van € 42.047,50 verminderd met de door Eage aan de HTML-code toegekende waarde van € 5.445 inclusief btw). Anders dan Eage betoogt, is HintTech in het kader van de HTML-overeenkomst echter niet in verzuim gekomen. De omstandigheden die hebben geleid tot het oordeel dat Eage in het kader van de (website-)overeenkomst in verzuim is geraakt doordat HintTech zich in de onderhandelingen over een prijsverhoging in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid heeft opgesteld, gaan in het kader van de HTML-overeenkomst niet op. HintTech betwist dat er gebreken zijn in de door haar ontwikkelde HTML-code, maar ook als wordt aangenomen dat die HTML-code gebrekkig was, is niet gesteld of gebleken dat HintTech is aangemaand om die gebreken binnen een redelijke termijn op te lossen. De vordering van Eage, voor zover deze strekt tot terugbetaling van € 36.602,50, zal daarom worden afgewezen. In reconventie zou de vordering van HintTech tot betaling van € 23.958 inclusief btw (de hoogte van de onbetaalde facturen) voor de HTML-code toewijsbaar zijn geweest, maar HintTech heeft haar vordering beperkt tot € 22.281,54 inclusief btw

(€ 18.414,50 exclusief btw). Daarom zal voor de HTML-overeenkomst € 22.281,54 worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van de 31e dag na de factuurdata.


4.18.

Met betrekking tot de testovereenkomst heeft Eage niets aangevoerd op grond waarvan moet worden aangenomen dat HintTech in het kader van die overeenkomst in verzuim is geraakt. Voor zover Eage bedoeld heeft te stellen dat HintTech ook in het kader van die overeenkomst in verzuim is geraakt wegens strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid, wordt dat standpunt verworpen. De rechtbank verwijst hiervoor naar wat zij in verband hiermee heeft geoordeeld over de HTML-overeenkomst. Voor zover de vordering van Eage tot terugbetaling zich uitstrekt tot een bedrag van € 968 in het kader van de testovereenkomst, zal deze daarom worden afgewezen. In reconventie zal de vordering van HintTech tot betaling van € 968 (de onbetaalde factuur van 31 mei 2015) worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente hierover met ingang van de 31e dag na de factuurdatum.


4.19.

Eage vordert veroordeling van HintTech tot vergoeding van haar schade ter hoogte van € 131.793,63. Deze schade bestaat volgens Eage uit kosten die zij aan derden heeft moeten betalen in het kader van de ontwikkeling van de website, die achteraf nodeloos zijn gemaakt omdat het werk van HintTech overgedaan moest worden. HintTech heeft de stellingen van Eage hierover, zowel wat betreft de aard van de schadecomponenten als de hoogte daarvan, niet betwist. Hieruit volgt dat de door Eage gestelde schade vaststaat. Daarnaast volgt uit het oordeel van de rechtbank over de gronden voor het verzuim van HintTech dat van eigen schuld aan de zijde van Eage geen sprake is. Gelet daarop en met inachtneming van artikel 6:277 BW zal de vordering tot vergoeding van schade volledig worden toegewezen.


4.20.

Op een vordering tot terugbetaling uit hoofde van een ongedaanmakingsverbintenis en op een vordering tot vergoeding van schade is artikel 6:119 BW (en niet artikel 6:119a BW) van toepassing. Daarom zal in conventie de veroordeling van HintTech tot betaling van in totaal € 241.196,06 (terugbetaling aan Eage van

€ 109.402,43 plus € 131.793,63 schadevergoeding) worden vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 8 januari 2016 (de dag van de dagvaarding).


4.21.

De vordering van Eage tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. De schikkingsvoorstellen van Eage en de daaraan verbonden kosten hebben plaatsgevonden in het kader van de onderhandelingen over een prijsverhoging op de voet van artikel 12 lid 6, en zijn dus verdisconteerd in de overeenkomst. Verder heeft Eage HintTech aangemaand tot betaling van € 91.182,43, welke aanmaning eenmaal is herhaald. Hiermee is geen sprake van kosten die als buitengerechtelijk moeten worden aangemerkt.


4.22.

Hinttech zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Eage op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding € 82,75

- griffierecht 3.903,00

- salaris advocaat 4.000,00 (2,0 punten × tarief € 2.000,00)

Totaal € 7.985,75


4.23.

De nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals hierna is vermeld.


4.24.

Het verweer van HintTech dat het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad moet worden verklaard, althans dat Eage zekerheid moet stellen, wordt verworpen. HintTech heeft wel gesteld dat sprake is van een reëel restitutierisico, maar heeft dat niet onderbouwd.


in reconventie voorts

4.25.

HintTech stelt dat zij van Eage ook de opdracht heeft gekregen voor werkzaamheden voor de integratie van het Custom Relationship Management van Eage. Eage betwist dit en HintTech heeft geen enkel stuk overgelegd (ook geen factuur) waaruit het bestaan van die overeenkomst blijkt. Daarom zal de vordering van HintTech, voor zover die strekt tot betaling van € 2.087,25 inclusief btw (€ 1.725 exclusief btw), worden afgewezen.


4.26.

Met inachtneming van wat de rechtbank hierboven (ook in conventie) heeft geoordeeld zal Eage worden veroordeeld tot betaling aan HintTech van in totaal

€ 23.249,54, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf de factuurdata (€ 22.281,54 plus € 968; zie 4.17 en 4.18).


4.27.

Eage zal als de gedeeltelijk in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Omdat een aanzienlijk deel van het gevorderde bedrag wordt afgewezen, begroot de rechtbank de proceskosten aan de zijde van Hinttech op basis van het toegewezen bedrag op € 579 aan salaris advocaat (2,0 punten × factor 0,5 × tarief € 579).


4.28.

De nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals hierna is vermeld.


5De beslissing

De rechtbank


in conventie

5.1.

verklaart voor recht dat de overeenkomst (zie 2.5) rechtsgeldig door Eage is ontbonden,


5.2.

veroordeelt Hinttech om aan Eage te betalen een bedrag van

€ 241.196,06 (tweehonderd eenenveertigduizend honderdzesennegentig euro en zes eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 8 januari 2016 tot de dag van volledige betaling,


5.3.

veroordeelt Hinttech in de proceskosten, aan de zijde van Eage tot op heden begroot op € 7.985,75, te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) over dit bedrag met ingang van de elfde dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,


5.4.

veroordeelt HintTech in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat HintTech niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,


5.5.

verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,


5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,


in reconventie

5.7.

veroordeelt Eage om aan Hinttech te betalen een bedrag van € 23.249,54

(drieëntwintigduizend tweehonderdnegenenveertig euro en vierenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke handelsrente (artikel 6:119a BW) over het toegewezen bedrag telkens vanaf de eenendertigste dag na de aanvang van de dag, volgende op die waarop Eage de factuur heeft ontvangen, tot de dag van volledige betaling,


5.8.

veroordeelt Eage in de proceskosten, aan de zijde van Hinttech tot op heden begroot op € 579, te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,


5.9.

veroordeelt Eage in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Eage niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente (artikel 6:119 BW) over de nakosten met ingang van de vijftiende dag na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,


5.10.

wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.K.J. van den Boom, mr. S.C. Hagedoorn en mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 29 maart 2017.

1 type: JvdB/4223