Rechtbank Midden-Nederland, 18-05-2017 / 16/707340-15


ECLI:NL:RBMNE:2017:2405

Inhoudsindicatie
Een 19-jarige man uit [woonplaats] moet 56 dagen van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden alsnog uitzitten. De rechtbank Midden-Nederland heeft vandaag de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf in 2016 gelast.
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2017-05-18
Publicatiedatum
2017-05-18
Zaaknummer
16/707340-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Rechtsgebied
Strafrecht



Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Uitspraak RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht


Locatie Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer


Parketnummer: 16/707340-15

Uitspraakdatum: 18 mei 2017

Verschenen


Beslissing na voorwaardelijke veroordeling (ex artikel 77dd Sr)


Deze beslissing is genomen naar aanleiding van het onderzoek met gesloten deuren van 4 mei 2017 in de zaak tegen:


[verdachte] ,

geboren op [1997 1] te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Vught te Vught, Afdeling TA (Terroristen Afdeling).



1Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf


De officier van justitie heeft bij schriftelijke vordering van 20 april 2017 gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van deze rechtbank van 26 september 2016 in deze zaak aan de veroordeelde opgelegde straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd, alsnog zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de veroordeelde de aan die voorwaardelijke straf verbonden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.



2Voorvragen


De rechtbank heeft vastgesteld dat zij bevoegd is om over de vordering te oordelen en dat de officier van justitie daarin ontvankelijk is.



3Gronden van de beslissing


Bij vonnis van deze rechtbank van 26 september 2016 is de veroordeelde onder meer veroordeeld tot jeugddetentie voor de tijd van twaalf (12) maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, waarvan een gedeelte, groot acht (8) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde vóór het einde van een op twee jaren vastgestelde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel gedurende de proeftijd niet heeft nageleefd de bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich:

- houdt aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft en dat hij zich daartoe meldt bij Reclassering Nederland, zo frequent als de reclassering dit noodzakelijk acht;

- op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met:

[A] , geboortedatum [1993] ;

[B] , geboortedatum [1998] ;

[C] , geboortedatum [1997 2] ;

[D] , geboortedatum [1995 1] ;

[E] , geboortedatum [1995 2] ;

[F] , geboortedatum [1994 1] ;

[G] , geboortedatum [1985] ;

[H] geboortedatum [1982] ;

[I] , geboortedatum [1989 1] ;

[J] , geboortedatum [1991] ;

[K] , geboortedatum [1992] ;

[L] , geboortedatum [1994 2] ;

[M] , geboortedatum [1997 3] ;

[N] , geboortedatum [1988 1] ;

[O] , geboortedatum [1988 2] ;

[P] , geboortedatum [1988 3] ;

[Q] , geboortedatum [1994 3] ;

[R] , geboortedatum [1989 2] ;

[S] , geboortedatum [1997 4] ;

personen op de Sanctieljst Terrorisme;

- niet zal bevinden op de volgende internationale luchthavens: Schiphol, The Hague Airport, Eelde, Eindhoven en Maastricht of enig ander vliegveld in Nederland en dat hij op 2 kilometer afstand van de landsgrenzen dient te blijven, zolang de reclassering dit

noodzakelijk acht;

- in Nederland zal bevinden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- waarbij de verdachte zich de eerste zes maanden van de proeftijd onder elektronisch

toezicht zal stellen ter nakoming van hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden;

- waarbij de reclassering opdracht wordt gegeven toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden.


De mededeling als bedoeld in artikel 366a van het Wetboek van Strafvordering is aan de veroordeelde toegezonden.

De proeftijd is ingegaan op 11 oktober 2016 en was ten tijde van het indienen van de vordering van de officier van justitie niet geëindigd.

De veroordeelde heeft de bij genoemd vonnis gestelde bijzondere voorwaarde niet nageleefd, hetgeen de rechtbank is gebleken uit het proces-verbaal met proces-verbaalnummer: PL1300-2017072550.


Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de vordering gegrond is.


Daarom behoort in beginsel de gevorderde tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde straf te worden gelast.


De rechtbank vindt echter in de persoon van de veroordeelde en de mate van niet-naleving van de bijzondere voorwaarde grond om – met wijziging van de voorwaarden - de gedeeltelijke tenuitvoerlegging te gelasten van de niet ten uitvoer gelegde straf, een en ander op de wijze zoals hierna zal worden aangegeven. Daarbij neemt de rechtbank onder meer in ogenschouw dat veroordeelde enerzijds dient te voelen dat hij de bijzondere voorwaarden heeft overtreden en anderzijds dat de rechtbank de veroordeelde een kans wil geven om zijn opleiding aan de Haagse Hogeschool (waarmee hij goed bezig was) te vervolgen. De rechtbank overweegt daarbij dat de ten uitvoer te leggen straf dient te eindigen op 1 juni 2017, zodat veroordeelde zich kan voorbereiden op en kan deelnemen aan de toetsweken van de voornoemde school, aan te vangen op 19 juni 2017. Ten slotte speelt voor de rechtbank mee dat door een gedeeltelijke tenuitvoerlegging het toezicht tot aan het einde van de proeftijd gehandhaafd kan blijven. Dit toezicht liep redelijk totdat de enkelband van veroordeelde werd verwijderd, waarna hij korte tijd later werd aangetroffen met [A] . In dit laatste ziet de rechtbank aanleiding om (zoals ook door de reclassering is geadviseerd) de bijzondere voorwaarden in die zin aan te passen dat de veroordeelde tot het einde van zijn proeftijd verplicht zal blijven om een enkelband te dragen.


De rechtbank heeft bij de beslissing gelet op artikel 14g van het Wetboek van Strafrecht.



Beslissing


De rechtbank:


Gelast de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van de niet ten uitvoer gelegde jeugddetentie voor de duur van acht (8) maanden, opgelegd bij voormeld vonnis van 26 september 2016 in de zaak met parketnummer 16/707349-15 aldus, dat van die straf een gedeelte, groot ZESENVIJFTIG (56) DAGEN, wordt ten uitvoer gelegd;


Wijzigt de bij voormeld vonnis in deze rechtbank van 26 september 2016 opgelegde bijzondere voorwaarden in die zin dat deze thans komen te luiden, in plaats van

- Waarbij de verdachte zich de eerste zes maanden van de proeftijd onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden:

Waarbij de veroordeelde zich gedurende de proeftijd onder elektronisch toezicht zal stellen ter nakoming van hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden.



Deze beslissing is gegeven door mr. K.G. van de Streek, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. P.K. van Riemsdijk en mr. A.M.M.E. Doekes-Beijnes, rechters, in tegenwoordigheid van griffier C.A. de Koning en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 18 mei 2017.


Mr. P.K. van Riemsdijk en C.A. de Koning zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.